Bij sommige dingen kun je niet anders dan je er bij neerleggen. Zoals het weer. Al zouden we nu allemaal een regendansje doen, het zou niets uitmaken. We hebben zoveel dingen niet onder controle, al denken we dat we de hele wereld kunnen besturen.
Gisteravond kreeg ik een kippenvel bericht. De broer van een vorig jaar overleden vriend, bleek hetzelfde onder de leden te hebben. Net 30 jaar, botkanker en opgegeven. In een jaar tijd zien zijn ouders twee van hun zonen kapot gaan aan kanker. Wat doe je dan? Probeer je dan nog te vechten, wil je dan nog strijden terwijl je eigenlijk al weet dat je hoe dan ook verliest? Blijf je sterk voor je kind, of durf je te laten zien dat je hier aan onder door gaat?
Uiteindelijk kun je niets anders dan je bij dit soort berichten neerleggen, het is al voor je bepaald. Makkelijk gezegd, je wilt niet zomaar opgeven. Voor jezelf niet, maar ook niet voor de ander. Dan is het net alsof je akkoord gaat met een dergelijk doodsvonnis. En het klinkt heel makkelijk, je bij dit soort berichten neerleggen. Dat kan niemand zonder blikken of blozen. Sommigen ontdekken na dit soort nieuws een soort oerkracht, overlevingsdrang. Anderen veranderen in apathische kamerplanten die wachten tot het zwaard van Damocles heeft toegeslagen zodat ze daarna weer langzaam verder kunnen, opbouwen.
Ik besef me na dit soort berichten des te meer dat het leven kort en kwetsbaar is, dat je daar zelf iets van moet maken en dat je je eigen geluk in de hand hebt. Het leven is een feestje, je moet alleen zelf de slingers ophangen.
Desbetreffend persoon heeft zich neergelegd bij zijn lot. Weet wat hij kan verwachten en wil er niet op wachten. Een begrijpelijke keus vind ik. Zijn ouders gelukkig ook, hoe moeilijk het ook is. Ondanks dat ze zich genoodzaakt voelden zich neer te leggen bij dit bericht, weet ik dat ze in de toekomst zullen vechten. Om te voorkomen dat dit nog meer gezinnen kapot maakt. Vechten tegen kanker in het algemeen, omdat het voor hun eigen kind niet meer mag baten.
Ik wil jullie ontzettend veel sterkte wensen de komende week, en natuurlijk daarna. Woorden schieten tekort.
Dat wij anders zijn dan de Spanjaarden wisten we allemaal al. De crisis daar hebben ze volgens vele Europeanen aan zichzelf en hun lage tempo te danken. Lekker makkelijk om het daar op te gooien, maar dat terzijde. Wij Nederlanders heffen ons graag boven anderen, maar als Amerikanen dat doen zijn het arrogante patriottistische eikels.
Waarom zouden wij beter zijn omdat we het anders doen? Soms is het juist goed om anders te doen. Rijst bij mij meteen de vraag, wat is anders? Is het anders als je niet volgens de gevestigde orde dingen doet? En is anders ook raar? Het schijnt van wel.
Mijn leven is nu compleet anders dan vorig jaar. Toen was mijn leven veilig, zeker en voorspelbaar. Nu flierefluit ik er lekker op los. Alles is anders en voor mij is alles beter. Nog steeds stuit dat soms op onbegrip. Eerder wilde ik mijzelf steeds naar anderen bewijzen. Dat probeer ik nu niet eens meer. Ik weet dat het goed is, straal uit dat het juist fijn is dat alles anders is.
Ik ben mezelf. Dan maar anders. Zeker niet beter. Wel echter.
We hebben allemaal een zwakke plek. Als iemand daarover begint, je de juiste vraag stelt of dat ene gevoel wat je zelf zo hard probeert te verstoppen, aankaart. Als dat ter sprake komt, voel je je kwetsbaar.
Het is eng als anderen je op dat moment zien, als je zwakke plek ontdekt is. Je kwetsbaar opstellen is iets moeilijks, maar tegelijkertijd erg mooi. Want dat betekent dat je iemand volledig vertrouwt, je voor diegene openstelt. Ik heb een aantal zwakke plekken en verschillende mensen die die kennen. Over het algemeen kan ik daar ook heel open over zijn, al zijn er natuurlijk momenten waarop je je te zwak voelt om over je zwakke plekken te praten.
Het ene moment ben je nou eenmaal kwetsbaarder dan het andere. Ik kan heel goed de harde tante naar buiten spelen en pas toegeven tijdens die 5 minuutjes alleen. Soms ook niet en dan is het fijn om kwetsbaar bij iemand die je dierbaar is te kunnen zijn.
De afgelopen maanden heb ik geen eigen plek gehad. Ziek? Pech, je kan moeilijk de hele dag bij een vreemde in huis zitten terwijl diegene aan het werk is. Niet m’n dag? Jezelf bij elkaar rapen en gewoon doorgaan. Ik heb mezelf beter leren kennen, gezien dat sommige zwakke plekken zijn verdwenen en daar anderen voor terug zijn gekomen. Maar bovenal heb ik ingezien dat ik af en toe kwetsbaar mag zijn en de juiste mensen om mij heen heb om dat bij toe te geven.
En nu weer de harde tante spelen. Werk aan de winkel!
The Ghost Writer, een politieke film waarin de Amerikaanse geheime dienst op z’n Brits een hak wordt gezet. Pierce Brosnan speelt de Engelse ex-premier, Kim Cattrall (Sex and the City) de sexy secretaresse en minaresse van Pierce en de geestschrijver wordt uitmuntend gespeeld door Ewan McGregor. Aan de cast ligt het dus zeker niet.
Wat is een Ghost Writer precies? Simpel; iemand die schrijft namens een ander, zonder daar zelf per se credits voor te krijgen. Waarom zou je dat willen, iemand anders’ geest schrijver zijn? Niet per se bij gebrek aan voldoende eigen verhaal. Het is vaak een opstapje, een training voor je aan je eigen werk begint. Het levenswerk van een ander op papier zetten is immers minder werk dan van je eigen leven een levenswerk op papier maken.
In de film wordt weinig daadwerkelijk geschreven, of herschreven, de oorspronkelijk aangenomen ‘ghost writer’ is namelijk onder verdachte omstandigheden overleden. Er wordt veel onderzocht, geinterviewd en daardoor moet je de rode draad ontdekken die de eerste geestschrijver ook ontdekte.
Waarom zou je in andermans schaduw blijven staan? Omdat je geen lef hebt? Niet genoeg vertrouwen hebt in je eigen verhaal? Om te oefenen voor ‘het echte werk’? Wat mij betreft is het omdat je er een uitdaging in ziet. Het vertalen van andermans ervaringen naar een leesbare, aantrekkelijke tekst is altijd een kunst. Je moet ‘feeling’ hebben bij het verhaal wat je moet vertellen, je kunnen vinden in meningen, ideeen en keuzes van diegene of professoneel genoeg zijn om afstand te kunnen doen daarvan.
Voor de twitter-volgers onder mij, al een paar maanden komen er af en toe tweets voorbij met #ghostwriter als onderwerp, gericht aan @arispens. Samen met haar en @bonnykramer, ben ik begonnen aan een nieuwe uitdaging, nieuw project, waar het ghostwriten onze inspiratiebron voor is geweest. Het businessplan is bijna uitgewerkt en we hebben er ontzettend veel zin in. We waren allemaal al lekker druk, maar nemen nu wat extra hooi op onze vork om dit prachtige idee tot een succes te gaan maken. Gelukkig zijn we alledrie ontzettend ‘down to earth’, dus maak je geen zorgen, wij zorgen wel dat we er niet als geesten bij gaan lopen. Snel meer!
Als je jong bent, wil je volwassen zijn, want dan mag je zoveel zelf bepalen. Als je 16 bent vind je jezelf heel wat, als je 18 bent weet jij het allerbeste hoe de wereld in elkaar steekt en op je 21ste denk je dat je al heel wat in je korte leventje hebt meegemaakt. Maar dan heb je nog een lange weg te gaan.
Ik zie het om mij heen bij bijvoorbeeld mijn zusje. Haar waarheid is de enige waarheid en o wee als je haar gelijk durft te weerspreken (die eigen mening en sterke wil is ook meteen haar handelskenmerk die haar verder zal laten komen). Of bij andere mensen die altijd kiezen voor de makkelijke weg, alleen maar kiezen voor leuke dingen en als iets dichterbij komt, serieuzer wordt, haken ze af. Waarom zou je je gevoel uitschakelen, niet naar je hart luisteren als je nu al weet dat dat consequenties gaat hebben? Ligt het aan mij, of is de generatie van na ’85 daadwerkelijk aan het ontsnappen voor grote mensen dingen, kijken ze niet vooruit en handelen ze alleen vanuit het nu? Durven ze niet volwassen te worden of stellen ze dat zo lang mogelijk uit?
Ik was al jong wat serieuzer, wist precies wat ik wilde en raakte van slag toen ik voor het eerst leerde dat het niet altijd gaat in het leven zoals jij zou willen. Daarmee ging ik de confrontatie aan, zoals ik geleerd heb van mijn ouders. Als je echt iets wilt en het lukt niet via weg A, kan je via omweg B en hard werken nog prima bereiken wat je wilt. Je moet alleen wel accepteren dat je van je route moet afwijken. En dat je het niet alleen kan doen. Soms heb je andere mensen gewoon nodig, als kruiwagen, als raadgever of gewoon als persoon die je stimuleert en motiveert. Zeker als je zelf eigenlijk geen motivatie hebt.
Het lijkt alsof de generatie na ’85 ook een andere betekenis heeft gegeven aan ‘mensen nodig hebben’. Dat interpreteren ze vaak als mensen gebruiken. Misbruiken. Ze spannen anderen voor hun karretjes, doen hun profijt ermee en vervolgens krijg je stank voor dank. Verwende, luie jonge mensen die het leven zien als een groot lolletje, slecht voor zichzelf en hun toekomst zorgen en door te doen alsof alles alleen maar leuk is, vooral zichzelf verloochenen. Juist door ouder te worden leer je gevoelens te herkennen en daar zou je wat mee moeten doen, in plaats van ze te verstoppen voor jezelf en anderen. Toegeven daaraan is een kracht en is niet altijd makkelijk. Daar moet je een beetje zelfverzekerd voor zijn. Daar moet je anderen voor vertrouwen en respecteren, omdat ze je alleen maar dingen willen leren.
Stel je open op, neem eens wat vaker dingen van anderen aan, die hebben het beste met je voor en durf eens lef te hebben en voor jezelf op te komen. Daarmee laat je zien dat je daadwerkelijk volwassen bent en zul je respect afdwingen. Door een gesprek aan te gaan kom je tot nieuwe inzichten waar je uiteindelijk beter van wordt en wat mooie dingen oplevert. Kom maar langs als je durft!
*Door zo’n instelling ben ik verder gekomen en ik hoop dat ik daar anderen mee kan motiveren. Niet bedoeld om mijzelf een veer in de r**t te steken.
5 Jaar geleden. Ik studeerde nog in Groningen, maar had het daar wel een beetje gezien. Voor de toekomstige studenten onder ons; dat kan echt. Dat zelfs het studentenleven je niet meer kan bekoren. Alle mannen had ik vervloekt en aan al mijn vriendinnen verteld dat ik mezelf ook prima zonder vent kon vermaken.
Die avond liep ik E. tegen het lijf. We hadden elkaar een jaar ervoor eens ontmoet in de plaatselijke boerendisco. Sinds die avond waren we ‘samen’. Bijna 5 jaar lang, vandaag zou ons eerste lustrum zijn geweest.De dag heeft ineens een hele andere invulling.
In plaats van dat eerste lustrum vier ik nu mijn nieuwe leven. Dat voelt raar en fijn tegelijk. Ik koester de fijne momenten en de leuke herinneringen en dat zal ik altijd blijven doen. Nu wil ik alleen maar verder, doorgaan. In Amsterdam iets opbouwen naast mijn werk. Daar ben ik lekker mee bezig; ik heb hier fijne oude en nieuwe vrienden en verveel me geen minuut. Het heeft ook geen zin om tijdens de spaarzame vrije minuten wel terug te kijken. ‘Als… dan’, het heeft allemaal niet mogen baten en dat is goed zo. Op naar nieuw te maken jubileums, lustrums en festiviteiten…
Geïnspireerd op een discussie op Twitter, maar al een tijdje een enorme frustratie. De eerste reacties toen ik besloot voor freelance werk te kiezen, deden me al vermoeden dat ontzettend veel mensen werken voor een werkgever omdat het zo veilig is. Risico lopen willen we niet, alles moet zeker zijn en hoewel we allemaal regelmatig schelden op de vele belasting die we moeten afdragen, zijn we maar wat dankbaar met het sociale vangnet van de overheid.
Niet alleen mensen zijn angsthazen. Ik ken inmiddels een groot aantal mensen met talent, creativiteit en goede ideeën. Jammer dat ze niet het lef hebben om daar wat mee te doen. Nee je weet nooit van te voren hoe het gaat lopen, je neemt altijd een risico en de kans op een farce zal altijd aanwezig zijn. Maar fouten maken is menselijk. Jezelf doelen stellen is juist goed, zo daag je jezelf steeds weer uit.
In de wereld waar ik werkzaam in ben, online marketing, volgen vernieuwingen en veranderingen elkaar snel op. Ik zorg ervoor dat ik daar bovenop zit, als een van de eersten die kennis heb om te delen en daarmee kansen te creëren voor derden. Regelmatig valt mijn mond open van verbazing. Grote bedrijven en MKB’ers die stug blijven volhouden aan oude successen, geen risico willen nemen of alles eerst onderbouwd willen zien met 5 succesverhalen en positieve cijfers. Aan de ene kant is dat logisch, marketing gaat om de resultaten. Anderzijds past het absoluut niet bij de snelheid van vernieuwingen en de ontwikkeling van bijvoorbeeld de beschikbare middelen.
Ik dacht altijd dat ik een angsthaas was, die het standaard proces na de studie zou doorlopen. Gelukkig heb ik dat doorbroken, het lef gehad om risico te lopen. Inmiddels ervaar ik juist hoe leuk het is om een idee, wat begint met iets kleins, uit te werken. Het maken van plannen, je plannen delen en daardoor te verbeteren, ze uitvoeren en uiteindelijk succes of een flop te pakken hebben geeft een enorme kick. Ik ben niet bang om op mijn bek te gaan, want daar leer ik alleen maar van.
Angsthazen van Nederland, verzamel u, schraap alle moed bij elkaar en ontdek hoe leuk het is om een kans uit te werken tot een schaalbaar resultaat. Baat het niet, schaadt het niet.
Wie heeft het niet gehad. Hartenzeer. Om een niet beantwoorde liefde, om het moeten missen van een geliefde, omdat je niet je hart durft te volgen, er kunnen zoveel oorzaken zijn.
Die momenten van hartenzeer zijn verschrikkelijk. Je loopt met je ziel onder je arm, alle liedjes lijken ineens treurig en betrekking te hebben op jou. Je voelt je alsof je gefaald hebt, naar jezelf, naar anderen. Niets smaakt, niets lukt en het liefst trek je je terug met je hoofd onder de dekens, foto’s kijkend van ‘toen’. Het klinkt al miserabel als ik het zo opschrijf, kun je nagaan hoe verschrikkelijk het voelt.
We volgen allemaal het liefst ons hart. Al is het soms verstandiger om je hoofd, je verstand te volgen. Dat is minder leuk, maar liefde, dood en ziekte laten zich niet sturen. Daar kan je geen grip op hebben. Je kunt niet afdwingen dat iemand je ineens leuk vindt, je verliefdheid blokkeren omdat het niet kan/mag/wederzijds is, iemand die ernstig ziek is ineens beter wordt of iemand die er niet meer is ineens terug komt. Was het maar zo simpel.
Toch moet je je hart blijven volgen, ondanks de kleine breukjes die soms ontstaan. Dat hoort bij het volwassen worden en groeien, schijnt. Lief hebben is lef hebben. Als je daar niet meer voor open staat, zullen je dromen nooit werkelijkheid worden. En leven in een droomwerkelijkheid wil je zeker niet, heb ik gister gezien tijdens de film Inception.
Weer een wakker-schud momentje op deze grauwe maandag, kleine levensles en hopelijk een stukje heling voor iedereen met hartenzeer. Wees verstandig, blijf altijd geloven!
Soms maak je rare sprongen. Uit angst, van blijdschap of gewoon, omdat het kan. Sprongen vooruit, een sprong in het diepe, of hol je voor je gevoel stukken achteruit. Ik spring voor mijn gevoel dagelijks flinke stukken vooruit en merk dat ik, nu ik super lekker in m’n vel zit, ook minder behoefte heb om te bloggen.
Misschien is dat wel de grootste sprong. Sinds ik begon met bloggen was dit mijn online dagboek. Af en toe wel minder serieuze dingen tussendoor, maar over het algemeen vrij serieus en soms diepgaand. Altijd zo geschreven dat situaties ook voor anderen herkenbaar zijn en te lezen voor mensen die in andere schuitjes zitten.
Zo af en toe lees ik een maand archief terug. Ja ik heb een grote sprong in het diepe gemaakt. Maar zo klein als ik me destijds af en toe voelde, zonder nut of toegevoegde waarde, dat knagende gevoel, heb ik in geen tijden meer gehad. Ik kan dingen voor elkaar krijgen, omdat ik het wil, omdat ik er in geloof. Natuurlijk loopt het wel eens anders dan ik had gehoopt, krijg ik niet altijd mijn zin. Ook ik moet wel eens een noodsprong maken.
Tot nu toe maak ik iedere dag nog een sprongetje van blijdschap of slaat mijn hart een keertje over van enthousiasme. Dat zijn de betere sprongen.
Zo’n twee jaar heeft het de Nederlandse komkommertijd weten te vullen. Zeilmeisje Laura is vandaag eindelijk onder het juk van de Nederlandse overheid, toeziend oog van haar ouders en onder grote belangstelling van (buitenlandse) pers, begonnen aan haar wereldreis te zeilboot. Da’s pas je vleugels zeilen uitslaan op je veertiende.
De hele zaak heb ik met weinig belangstelling gevolgd. Wat een ophef over een opvoedkwestie tussen gescheiden ouders, een dwars meisje met gevoel voor avontuur en de bureaucratie in Nederland. Laat heel Den Haag zich drukker maken om een nieuw te formeren kabinet! Vanaf het begin snapte ik de ophef niet. Als het meisje niet klaar was voor een dergelijke reis, had ze ook het idee nooit gevat. Lijkt mij. Maar wie ben ik. Ik ben pas recentelijk aan het avonturieren geslagen, heb nooit eerder het lef gehad om mijn hart te volgen.
Haar zeiltocht ga ik net zo min volgen als de berichten om haar zaak heen. Ik hoor het wel als ze zich toch de piratennesten in heeft gezeild en verkneukel me stiekem al om het ‘ja/nee’ spelletje wat daar op zal volgen. Het is haar keus, haar reis en haar beslissing. Ze kent de risico’s maar springt desondanks het diepe in. Laat haar springen, ontdekken. Dat hoort bij volwassen worden, jezelf ontplooien. Zo’n zeilreis is misschien niet de meest gangbare manier om jezelf te verbreden, maar dat ze het echt wil heeft ze al genoeg laten zien.
En nu wil ik er niets meer over horen. Ander ‘belangrijk’ nieuws graag, zodat ik Piet Veermans’ ‘I am sailing’ heel snel uit mijn hoofd krijg!
Gisteravond ben ik naar ‘Shrek Forever After’ geweest. Ik ben gek op animatiefilms en hoewel het 3D voor mij geen enkele toegevoegde waarde heeft, zijn ze iedere keer weer super mooi in elkaar gezet. Daarbij was een ‘makkelijke’ film wel welkom (Inception was ook overal uitverkocht), geen ingewikkelde liefdesverhalen. Zou je denken.
Het verhaal; een ontevreden Shrek heeft genoeg van de dagelijkse sleur en wenst weer een dag uit zijn oude leven, toen ze nog bang voor hem waren. De wens wordt waargemaakt door kwade slechterik Repelsteeltje, die misbruik maakt van Shrek om zo koning te worden van Far Far Far Away.
Shrek gaat in opstand tegen zijn huidige leven, maar tijdens zijn filmavonturen merkt hij hoe erg hij dat eigenlijk mist. Je weet pas wat je mist, als je het niet meer hebt. Dat geldt niet alleen voor de liefde.
Dat besef had ik anderhalf jaar geleden, toen ik moest gaan bedenken wat ik na mijn studie wilde doen. Waar was mijn ambitie gebleven? Alle drijfveer was ver te zoeken. Ik was lui, laks en onzeker. Stelde het steeds uit. Dat Havo 3 meisje met toekomstplan was al jaren verstopt, onder de dikst mogelijke steen. Bloed kruipt waar het niet gaan kan, het balletje ging rollen en ambitie werd hervonden. De rest van het verhaal is inmiddels bekend.
Tijdens Shrek realiseerde ik me ineens dat het heel bijzonder is om van de gevestigde orde af te stappen en dat dat heus niet altijd zonder slag of stoot gaat. Maar mijn nieuwe leventje krijgt steeds meer vorm, ik pas voor zekerheden als een vaste baan of nieuwe relatie waarin dingen worden verwacht. Ik spring steeds verder in het diepe en ik zie wel wanneer ik met een klap op de grond smak. Dat schijnt er in 3D heel realistisch uit te zien!
Hoewel ik nog geen eigen woning heb, wordt er hard gewerkt aan het ‘bekend worden met de stad’. Natuurlijk ken ik al veel plekken, vooral in het centrum, maar nooit hoefde ik alleen van A. naar B. Nu ik tijdelijk een onderkomen heb in West, ging ik eindelijk de uitdaging aan; fietsen in Amsterdam.
Met gevaar voor eigen leven! Want hoewel ik het in Groningen al een behoorlijke survival vond, met al die toeristen haal je je nog meer op de hals. Die hebben uberhaupt nog niet eerder op een fiets gezeten en kennen de regels niet!
Maar goed, op de fiets trotseer ik de stad. Ontdek ik de stad steeds meer. Ik begin ‘sluiproutes’ te leren, kan zonder Google Maps van kantoor naar m’n tijdelijke stulp en heb het zelfs aangedurfd om de Amsterdamse nacht te trotseren.
Tijdens die nachtelijke fietstocht voelde de stad voor het eerst vertrouwd. Het vakantiegevoel ebt langzaam weg en het doen van dingen die je in je woonplaats doet wordt steeds normaler. Ik weet de leuke restaurantjes, cafeetjes, kan toeristen de weg wijzen en voel me zelf niet meer zo’n provinciaaltje in de grote stad.
Weer een stap verder, iets dichter bij een nieuw thuis. Iemand nog plek in huis?
Op sommige dingen kun je geen grip krijgen. Dingen gebeuren, of je ze kan verklaren of niet. Niet alleen dingen, ook je gedrag is niet altijd uit te leggen. Toch proberen vrouwen mannen te begrijpen en andersom. Duizenden boeken zijn er over geschreven, heftige discussies zijn er over gevoerd. Ja, we zijn verschillend, dat moge duidelijk zijn. Maar niet alle mannen zijn hetzelfde en andersom geldt dat net zo.
De laatste tijd proberen veel mannen mensen om mij heen het andere geslacht te begrijpen. Al boeken lezend, analyserend en daardoor geforceerd omgaan met desbetreffend persoon, want zo staat het in de boeken. Ik geloof niet dat dat werkt. Zolang je niet weet waar een bepaalde gedachtengang vandaan komt, zul je nooit het gedrag wat daaruit voortvloeit kunnen bevatten. Soms snap ik de ballen van mannen, vaak zelfs. Regelmatig hang ik met vriendinnen in de telefoon om weer een onverklaarbare actie te bespreken. Op zoek naar een verklaring ga ik niet meer. Het zal wel een goede reden zijn geweest voor de beste man.
Toch kan ik het niet laten om ‘het boek voor vrouwen’ te lezen, op aanraden van @sprize. Hij, man, las het om vrouwen beter te begrijpen. Ik heb me door de eerste 3 hoofdstukken doorgeworsteld en mijn tenen staan nog steeds krom. The American Dream, als vrouw happily married zijn, bereik je als je volgens ‘The Rules’ leeft. (voor de iPad bezitters onder ons, aanwezig in de US bookstore). Na het lezen van de eerste twee viel ik meteen af, maar mijn einddoel is dan ook niet om getrouwd op de bank te gaan zitten. Er zit een kern van waarheid in, door ‘onbereikbaar’ te lijken wordt je nog interessanter, maar daar heb je toch helemaal geen zin in als je iemand leuk vindt? En als je bewust onbereikbaar bent om een subtiele boodschap af te geven, begrijpen ze die nooit!
Gisteravond concludeerden D. en ik dat we het zo slecht nog niet hebben, als vrijgezell(ig)e, onafhankelijke en ambitieuze vrouwen die lekker doen waar we zin in hebben. Allebei hebben we van reizen hobby nummer 1 gemaakt en als dat alleen moet, is dat ook geen probleem. Lekker zelfs! Na aan alle clichés te hebben voldaan (samenwonen, katten, bankhangen), ging voor ons allebei het roer om. Als ik mijn eigen acties maar kan bevatten.
Maar ik ben dan ook geen standaard vrouw-vrouw heb ik van horen zeggen. Privé en zaken kan ik prima uit elkaar houden, zelfs of misschien juist als ze soms door elkaar heen lopen. Zaak heeft prioriteit, want ik moet wel m’n maandelijkse dosis lekker eten, fancy kleding en mezelf-pamper goodies binnen halen, tripjes maken en leuke dingen kunnen doen. Anderen kunnen misschien niet allemaal bevatten wat ik doe, hoe ik het doe en waarom, maar ik ben vrij en ik geniet. Meer valt er niet te bevatten.
Hoe geestig. Toen ik mezelf gister een weg baande naar de metro, werd ik twee keer door andere toeristen aangesproken of ik ze de weg kon wijzen. Ik ben inmiddels wel een klein beetje bekend hier en gelukkig hoefde het niet in het Frans.
Even later had ik me heerlijk neergestreken bij Fouquet op de Champs Elysees. De Champs Elysees die al klaar wordt gemaakt voor de finale van de Tour de France. Na een verfrissend watertje en het aanvullen van mijn suiker met een heerlijk vers gebakje genoot ik van het Frans om me heen, de obers in hun mooie pakjes, de vele voorbij komende toeristen en Fransen. En had ik een leuk gesprek met de ober. Een prachtige oudere man, die dacht dat ik Spaans was omdat ik de hele tijd woorden door elkaar haalde. Niet dat mijn Spaans zo goed is, maar woorden als ‘si’ en ‘con’ gooide ik overal tussendoor.
Ik weet niet waardoor het komt, maar vanaf het moment dat ik de trein uitstapte loop ik met een grote glimlach op. De mensen onvriendelijk? Ik kom ze hier niet tegen. In winkels zijn ze erg behulpzaam, in bars erg vriendelijk en in restaurants… daar kunnen we in Nederland nog wat van leren. Het voelt heerlijk om een paar dagen de ‘Parisienne’ uit te hangen. Ik geniet van de momenten waarop ik alleen door de stad loop, vanaf een bankje mensen zit te kijken of een glimp van de Eiffeltoren opvang.
Parijs is de stad van de liefde, dat straalt alles uit. Als ik een verliefd stelletje zie, krimpt mijn hart even samen. Lang heb ik voor mijzelf uitgesteld om terug te kijken. Ik heb zonder opzet mensen, E., gekwetst en verwaarloosd door me volledig op mijn nieuwe uitdaging te storten. Dat wil niet zeggen dat ik destijds en nu mijn gevoel heb uitgeschakeld. We hebben hele mooie momenten gehad, alleen kunnen op dit moment niets positiefs aan elkaars leven toevoegen.
Goede inzichten over de liefde. Duidelijke afspraken met mezelf daarover gemaakt. Op dit moment wil ik alleen maar vrij zijn. Zelf bepalen wat ik doe. En alleen aan mijzelf verantwoordelijk zijn. De tijdelijke status van Parisienne doet me goed.
Toekomstmuziek. Een mooi woord. Op dit moment klinkt het als fijne toekomstmuziek als ik per augustus een eigen plek in Amsterdam heb. We hebben allemaal onze dromen en wensen. Als die lijken uit te komen, is dat alsof de toekomstmuziek begint te spelen. We durven allemaal te dromen en te hopen, maar stiekem blijven we denken dat het toch nooit lukt.
Af en toe moet ik mezelf flink in m’n arm knijpen. Alles waar ik vorig jaar nog van droomde, lijkt nu werkelijkheid te worden. Alles waarvan ik ergens deep down wist dat ik het wilde, lukt nu. Omdat ik er zelf voor ga, durf en risico neem, met fijne mensen die me met raad en daad bijstaan. Tot nu toe heeft dat vooral positieve dingen gebracht, maar ik ben me er van bewust dat dat zomaar kan veranderen. Ik heb een back-up plan, voor het geval ik niet volledig meer van mijn schrijverij kan rondkomen. Maar ik heb nog veel meer toekomstplannen. Niets concreets waar ik nu al naar toe werk, maar kleine wensen, dromen en verlangens.
Het is leuk om te spreken met mensen die risico durven nemen, hun dromen najagen. Je componeert zelf de toekomstmuziek, zet de tonen in die je wilt horen. Soms zal er misschien een valse noot tussen zitten, maar fouten maken is menselijk. Daar leer je uiteindelijk alleen maar van.
Ik volg keurig mijn eigen bladmuziek, kan zelf precies lezen wat er staat. En niet alleen klinkt de toekomstmuziek erg mooi, de huidige deuntjes klinken al erg fijn.
Je hebt een weekje vakantie en beland ineens op GeenStijl, het Nederlands elftal staat in de finale en wordt vervolgens keurig tweede en ook in Nederland waren de temperaturen best aangenaam. Nu weer terug in het Amsterdamse en de huizenjacht en het werk langzaam aan het hervatten. Nog een beetje in het Spaanse ritme, even weer omschakelen!
Nu zit ik aan de Herengracht op kantoor te werken terwijl er hordes Oranjefans zich langs de grachten verzamelen. Gister liep iedereen er nog verslagen bij en zag je bijna geen oranje, vandaag lijkt alles vergeten en is iedereen weer in vol ornaat inclusief nare vuvuzela’s gehuld.
‘We’ zijn tweede geworden. Best netjes en Spanje was gewoon een terechte winnaar. Dat daar een huldiging voor komt snap ik. Zo’n rondvaart voor het volk is ook best leuk. Enige jammere: de hele stad is onbegaanbaar en de spelers hebben er zelf om gevraagd. De arrogantie! Speciaal voor de spelersvrouwtjes op poezelige hakjes is de looproute naar het Museumplein hermetisch met zwart doek afgesloten. Als ik nu buiten de deur ga lunchen is de kans groot dat ik niet meer bij kantoor terecht kan. Een volksfeest is leuk, maar dit is toch een beetje overdreven. Benieuwd welke sponsor hier achter zit, SBS heeft al verloren nu ook RTL beelden mag maken en uitzenden.
Ik hoop dat de feestvreugde gemoedelijk blijft, dat iedereen de frustratie van het verlies thuis heeft gelaten en dat het een mooi volksfeest wordt. Ik heb iets beters te doen. En zo mooi als vier jaar geleden het feest in Berlijn maak ik voorlopig toch niet meer mee! (Tip voor volgend EK/WK: zorg dat je in een grote stad feest kunt vieren, Amsterdam is er niets bij!)
In een jaar kan veel veranderen. Schreef ik vorig jaar nog dat ik nooit in Amsterdam zou willen wonen, nu ben ik er dringend op zoek naar woonruimte. Nog steeds bekruipt me dat rusteloze gevoel op Amsterdam Centraal, maar nu ik de stad beter ken, is het eigenlijk een groot dorp. Soms krijg ik er het vakantiegevoel, soms voel ik me er toerist. Amsterdammer zal ik me niet snel voelen, al kan ik toeristen steeds beter de weg wijzen.
Het enige wat ik ontzettend mis in de stad? Groen. Ja, er zijn veel parken. Maar de geur van dauw op een zomerochtend ruik je nooit zo sterk, de geur van gemaaid gras sneeuwt al gauw onder door de uitlaatgassen van de vele auto’s.
Ik weet nu al dat ik mijn tuin ontzettend ga missen. In Meppel stapte ik op een mooie ochtend in mijn badjas de tuin in om te genieten van het weer, de geur en een lekker kopje thee. Vanochtend in Staphorst at ik heerlijk een broodje aardbeien, terwijl ik in de tuin genoot van mijn krantje. Af en toe afgeleid door voorbij vliegende vogels, de hond.
Als ik straks woonruimte in Amsterdam heb, zal ik steeds minder de provincie op zoeken. Maar het groen, de natuur, de privacy zal me bij lekker weer zeker weer die kant op trekken. Ik ben een stadsmeisje. Altijd al geweest. Op de middelbare school heb ik mijn ouders meermaals vervloekt om ‘zo’n eind weg’ te wonen. Gisteravond voelde ik me weer even 16 toen moeders mij ophaalde van een verjaardag (dat had echter meer met het weer te maken dan met het feit dat ik niet alleen terug naar Staphorst kon). In Groningen genoot ik optimaal van de drukte in het centrum, mensenkijkend vanaf het dak, chillend in het park. Maar af en toe lonkt het platteland. Een paar dagen oppassen op hond en huis als ouders op vakantie zijn, geen probleem. ‘s Avonds fietsen naar oma? Heerlijk, vooral als ze druk aan het maaien en hooien zijn.
Maar het levendige van de stad mis ik na een paar dagen. De kansen, mogelijkheden en activiteiten. Ruimere openingstijden, altijd wel een bioscoop met een late film, restaurants waar je na 20.00u nog wel kunt bestellen.
Ik ben opgegroeid op het platteland en zal er misschien ook wel oud worden (maar dan op een boerderij in Frankrijk), maar nu haal ik alles uit het leven en de stad!
Ik had een zeker bestaan. Huisje, boompje, beestje. Precies zoals ik in mijn meerjarenplan altijd voor ogen had, op mijn 25ste. Nu ben ik dat op mijn 25ste kwijt. Misschien de grootste fout in mijn leven, maar op dit moment het enige juiste.
Geen opvangnet, geen stabiliteit. De hunkering naar reizen, het onverwachte, spontane, avontuur was te groot. Ik ben geen bankzitter, dat veilige, eenzijdige benauwde me. Maar de vrijheid maakt soms ook angstig. Niet iemand die aan je gezicht af kan lezen hoe je je voelt, de juiste dingen zegt op het juiste moment, de kleine gebaren die zo veel meer betekenen.
Mijn ‘nieuwe leven’ leef ik van dag tot dag. Geen dag ziet er hetzelfde uit en dat geeft me rust. Ook op angstige en eenzame momenten. Hoe zeker je bestaan ook lijkt, het leven blijft onvoorspelbaar. En als je er niet teveel van verwacht, is het alleen maar makkelijker dealen. Iedere nieuwe dag begint al mooi en kan door je eigen invulling alleen maar mooier worden. Ik zie wel wat er op mijn pad komt. Maar voorlopig bewandel ik mijn pad lekker alleen. Ik en mijn plunjezak, met wat oude bagage maar genoeg ruimte voor nieuwe.
De hit van deze zomer. You’ll hate it or, in mijn geval, love it! Hoewel ik mezelf al had aangepraat dat mijn kleine postuur niet jumpsuit geschikt is. Al tijden was ik op zoek, en vorige week had ik er ineens 3! In Antwerpen liep ik tegen een nette versie van Filipa K. aan, blauwgrijs (mijn favoriete kleur). Via vriendin D. kreeg ik de ‘kinder’ jumpsuit van http://www.dalique.comte zien, die ik moest hebben. En via zelfde vriendin D. liep ik zondag op Parkpop in een korte bruine versie.
Vorige week doopte ik al tot jumpsuit friday en ook vandaag huppel ik er weer in rond. Ineens hoef ik niet meer na te denken what to wear in het vliegtuig. Vestje er over en ik kan lekker comfi zitten. Ideaal ook voor een dagje strand, middagje shoppen, cultureel doen en zelfs voor wat chiquere gelegenheden. Wat mij betreft is de jumpsuit de nieuwe jeans!
Soms lijkt het net ‘me against the world’. Voelt het alsof niemand me begrijpt, alsof iedereen een andere taal spreekt, mijn gevoelens heel raar zijn. Onbegrepen en leeg. Juist op die momenten dat je even moet horen dat ze je volkomen snappen, dat je gelijk hebt en dat het zo beter is.
Helaas hoor je dan alleen maar dingen die je niet wilt horen. Waardoor je je nog meer onbegrepen voelt. Waarom willen we zo graag door iedereen begrepen worden? Waarom kan je niet gewoon doen wat je doet, je bent uiteindelijk zelf verantwoordelijk. Toch willen we verantwoordelijkheid afleggen voor onze daden en begrepen worden. Maar niet alles is te bevatten. Voor alles is een reden, maar sommige dingen gebeuren zonder dat je de reden daarvan meteen door hebt.
Hoe meer mijn omgeving en ik botsen qua begrip, des te meer ik mezelf begin te begrijpen. Ik heb het afgelopen jaar onbewust heel bewust keuzes gemaakt. Toegegeven aan dingen die ik diep van binnen al heel lang wilde maar probeerde te onderdrukken. Hoe alleen en onbegrepen het soms voelt door reacties ‘van buiten’, van binnen weet ik dat het goed is.
Wat mijn onbegrip opwekt is al die mensen die wel denken te weten hoe het zit, zonder dat ze een betrouwbare bron hebben geraadpleegd. Die er hun eigen versie van maken, zonder kern van waarheid of enige relevantie. En het dan ook nog eens achter je rug om door vertellen, niet het lef hebben het je gewoon te vragen. Het is natuurlijk leuk en smeuïg om over anderen te praten, maar waarom moet je dat mooier maken dan het is?
Ach, we begrijpen wel vaker dingen niet. En het leven is te kort om alles maar te willen snappen. Soms moet je gewoon toegeven aan wat er op je pad komt. Het waarom verklaart zich dan vanzelf.
Het huis klonk hol, de muren zijn kaal. De katten een (voorlopig) laatste aai en met lood in m’n schoenen, een brok in m’n keel en tranen in m’n ogen trok ik de voordeur dicht. De namen zijn al van de voordeur en het voelt meteen niet meer als ‘ons’ huis, laat staan het mijne.
Het was maar een huis, het zijn maar spullen. Maar samen vormde het een ‘thuis’. Een eigen plek. Nu staat alles bij mijn ouders in mijn oude kamer en heb ik de kamer van mijn broertje als opslagplek. Tijd om uit te zoeken heb ik nog niet gehad. Morgen weer een dagje in de dozen duiken en ondertussen hard zoeken naar een plekje waar ik een nieuw thuis van kan maken.
Volgende week eerst een weekje Spanje om bij te komen en op te laden voor de zomer, want het werken gaat gewoon door. En stukje bij beetje krijgt alles een plekje, is er steeds meer geregeld en ben ik steeds een stukje zelfstandiger. Maar het voelt, net als het huis, vervelend kaal. Even slikken en weer doorgaan, genoeg werk en leuke dingen op stapel om even afstand te kunnen nemen. Al blijven er van die momenten, dat niets op kan tegen dat lege gevoel. Maar alles went…
Wel een toepasselijke titel, een jaar na het overlijden van Michael Jackson. Daar zit je dan met je goede gedrag. De afgelopen vijf jaar in dozen te stoppen. Cd van jou, dvd van mij. De foto’s zijn al van de wand. Ons huis is steeds minder ons huis, net zoals wij al lang niet meer E. en S. samen waren.
We gaan verder als 2 individuen, weer op zoek naar ons eigen geluk. Geluk dat we bij elkaar niet meer konden vinden. Tussen het inpakken door vinden we grappige, leuke en speciale dingen. De anekdotes en grappige gebeurtenissen passeren de revu. Af en toe pijnlijke stiltes. Het valt niet mee om de afgelopen jaren in een doosje te stoppen. Bovendien valt er nog een hoop te regelen. Een eigen plek voor mij in Amsterdam bijvoorbeeld (weet je wat, mail!). Pas dan wordt het echt definitief, verdwijnen ook mijn laatste spullen uit het geliefde huisje.
This is it. Een sprookjesboek zonder happy end, maar met een boel fijne herinneringen en belangrijke levenslessen. Terwijl jullie buiten lekker van de zon genieten, pak ik nog even door. Wat kan je veel spullen verzamelen in vijf jaar!
Er zijn een paar dingen waar ik niet zo goed tegen kan. Een daarvan is (onaangekondigde) radiostilte. Dat je zo ineens niets meer laat horen. Zonder te zeggen wat je dwars zit of zonder te laten weten dat je even druk bent. Nog vervelender is als mensen na een radiostilte kortaf reageren. Of hun afsluiting in eens veranderen.
Niets is frustrerender dan moeite blijven doen en geen reactie krijgen. Zeg dan wat je dwars zit of geef in ieder geval een teken van leven. Al is het maar een ‘nu even niet’. Soms gaat na een korte radiostilte het volume ineens weer op maximaal en is de communicatie heviger dan ooit. Radiostilte kan best wel eens goed zijn. Maar dan moeten beide partijen even stoppen met uitzenden. Anders krijg je alsnog irriterende ruis.
Volgens mij is dat een ‘kwaal’ van ‘ons Nederlanders’. Tijdens belangrijke voetbaltoernooien, na teveel biertjes in de kroeg, in het casino, we zijn een overmoedig volkje. We hebben ‘ons’ team in gedachten al een finale plek gegeven, onszelf al 100x rijk gerekent in de voetbal poule en na de wedstrijd Nederland-Denemarken teveel onzin en grootheidswaanzin uitgekraamd.
Fijn dat we in het buitenland ook geprofileerd worden als overmoedig. Leuk hoor, al die WK-gadgets die dit jaar op vrouwen gericht zijn (de Etos bedelarmbandjes bijvoorbeeld). Maar Bavaria maakt het met de Dutchdress jurkjes en de Bavaria babes wel een beetje te bont. Don’t mess with FIFA en Budweiser in Africa.
Stiekem is het een geweldige reclamestunt van de Lieshoutse brouwer, die ik tijdens mijn studietijd ook aardig heb gesponsord. De jurkjes staan echter alleen charmant bij anorexia-patienten, maar de Nederlandse vrouwen zijn ook overmoedig en trekken het onflateuze oranje stoflapje aan om er mee de straat op te gaan. Als je zo’n jurkje kon hebben was je wel omgekocht met bier en een gratis kaartje door Bavaria.
Wie ons Nederlanders zo’n nuchter volkje noemt, zou ons eens moeten zien ten tijde van oranje gekte. Voor voetbalminnend Nederland hoop ik dat we nog een ronde verder komen. Mochten we niet geschorst worden vanwege asociale supporters en valsspelende wannabe sponsoren.
We hebben ons allemaal wel eens bedwelmd met schoonmaakmiddel tijdens een overijverige poetsbui. We hebben (hopelijk) allemaal wel eens iemand ontmoet waarbij de chemie als een vonk overspronk. En we weten allemaal dat voorgemixte Cola Lemon smaakt naar chemisch.
Chemie is iets aparts. Je voelt je erdoor tot iets aangetrokken, het veroorzaakt een klik of juist een afkeer. Laat mij los op de Poezenboot en ik kom er niet meer zonder kat vanaf. Het dierenasiel moet ik ook mijden, want schattige puppy ogen kan ik niet negeren. Mensen met passie en geloof in wat ze doen spreken me aan, daar ga ik graag mee om. En tegenwoordig vraag ik voor ik een cola bestel of het Coca Cola is of Pepsi. In dat laatste geval kies in namelijk voor een ander drankje.
Door chemie raken we in de war, onbestuurbaar en de controle kwijt. We kunnen ons vol eten in dat pak Oreo koekjes en niet halverwege stoppen omdat de chemie ons niet laat weten dat 3 koekjes net zo lekker zijn. Door chemie uit chocolade voelen we ons even gelukkig, kunnen we zelfs het ‘vlinders in de buik’ gevoel krijgen. Veel gevoelens kunnen worden beïnvloed door chemie. Hoe puur we ook denken dat ze zijn, als er iemand anders langs komt met een lekkerdere geur lopen we daar achteraan.
Hoe biologisch of puur natuur je ook denkt bezig te zijn, chemie is overal. Hoogste tijd voor een beschuitje met bespoten Hollandse aardbeien!
Na bijna 18 jaar leek het er deze week even op dat er een doorbraak kwam in de zaak Willeke D. uit Koekange. Haar stiefmoeder en stiefbroer blijven langer in hechtenis, maar het lichamelijk overschot is nog niet gevonden. De vraag of ze vermoord is, hoe en waar ze nu ligt, blijft onbeantwoord.
Wat een frustratie voor de achterban. Al die tijd onzekerheid. Met vlagen weer overspoeld worden door de media als er een doorbraak lijkt te zijn. Je kunt het hoofdstuk nooit helemaal afsluiten lijkt me. Wat gun ik ze dan ook graag de woorden die voor hun een enorme verlossing zullen zijn. Dat ze gevonden is en dat er nu gewerkt kan worden aan gerechtigheid. Het is een trieste zaak met smerige spelletjes en een in gebreke blijkende jeugdzorg.
We zijn allemaal wel eens op zoek naar onze eigen verlossing. Het zal nooit zo extreem zijn als bij deze familie, maar ook kleine dingen kunnen aanvoelen als grote verlossing. Een nieuwe baan, nieuw huis, reizen of zelfs een mooie lentedag na een grijze winter. Verlossing zit vaak in een oplossing. Je weet wat het probleem is, hoe je verlost wordt, maar de stap naar verlossing, de oplossing, is niet even makkelijk.
Het enige wat helpt, is hoop houden. Hopen op dat ene moment van verlossing, wat je voor een groot deel zelf in de hand hebt. Helaas in de zaak Willeke D. lijkt niemand het in de hand te hebben. Maar door er in te blijven geloven dat ze ooit gevonden wordt, dat er gerechtigheid komt, is de verlossende gedachte alleen al iets wat je in zo’n verhaal op de been houdt.
Ik hoop dat met deze nieuwe ontwikkelingen de verlossing rondom haar verdwijning, het mysterie er om heen, snel lijdt tot een ontknoping. Krijgen ze eindelijk de welverdiende rust. Het lijkt bizar, dat een stoffelijk overschot vinden een verlossing kan zijn. Maar in een happy end zal na zo’n lange tijd niemand meer geloven.
Vandaag was het weer zo ver, er mocht weer gestemd worden. Den Haag schudt weer op haar grondvesten, Harry Potter wilde vast een toverstok om het Catshuys én het torentje ongezien leeg te maken en Twitter is over capacity.
Zo’n 75% van de kiesgerechtigden heeft daadwerkelijk de gang naar de brievenbus gemaakt. Weer en wind trotserend om heel 1.0 met het rode potlood een van de vele rondjes in te kleuren.
Afgelopen weken kon je de campagnes bijna niet missen, elke avond leek er wel een debat en iedere dag kwamen er minstens 3 nieuwe ‘stemwijzers’ bij. Je zou denken dat het daar makkelijk door wordt. De campagnes zijn grote toneelstukken, de debatten meer vermaak dan dat ik daar mijn stem op baseer, daar gebruik ik vooral de partijprogramma’s voor en de stemwijzers, tja, voor het vermaak de Brandvoting gedaan waar eigenlijk bij iedereen met een beetje smaak VVD uit kwam.
In het heetst van de strijd twijfelde ik tussen strategisch kiezen of eigen belang. Eenmaal bij de stembus bleef ik trouw aan mijn gevoel. Strategisch kiezen voelde toch een beetje als bedrog. Nu de tussenuitslagen op de voet volgen, coalitiemogelijkheden uitdenken en kunnen concluderen dat ik met mijn eigen belang nog redelijk strategisch ben geweest. De komende uren zullen hopelijk een mooi begin zijn van verandering in Nederland, want daar zijn we hard aan toe. Niet alleen meer bezuinigen en bevolking korten, maar weer een positieve koers varen, initiatief nemen en lef tonen.
Rutte, ooit dronken we een biertje op de kroeg, hopelijk was het niet voor niets, al je gezwoeg.
Overal kom je ze tegen, de streep. Helemaal de laatste mode, in combi met maritieme accessoires. Ik hou er wel van en in mijn zomer garderobe is dat duidelijk te zien. Ik zou het goed doen als matroosje of als echte zeebonk, zo’n piraten lapje had ik vroeger al.
Leuk al die strepen in de mode, maar ook als ze niet zo hip zijn hou ik er van. M’n boodschappenlijstje, to do lijstje en wensenlijstje, hoe meer door te strepen des te beter! Soms moet je in serieuze dingen strepen. Om ze voor jezelf af te sluiten en verder te kunnen.
Voordat ik ze definitief doorstreep, probeer ik het eerst met potlood. Dan is er nog een terug. Is het nog niet definitief. Als ik iets type, gebruik ik zonder nadenken de backspace om letters, gedachten uit te wissen. Maar pen op papier, dat komt om de een of andere reden harder aan. Maakt het echter, persoonlijker. Was doorstrepen maar net zo makkelijk als onderstrepen.
Sinds twee weken kun je er niet om heen. Abri’s, commercials, tweets, en de premiere deze week. Sex and the City 2 draait sinds deze week in de bioscopen. Een beetje ‘vrouw’ tussen de 20 en de 30 heeft de serie meegekregen.
De serie begon toen ik in Groningen ging studeren. Ter vervanging van live contact belden vriendinnetje D. en ik een half uur van te voren om alle bijzonderheden door te spreken en vervolgens samen zwijgend aan de telefoon Sex and the City te kijken. Tijdens de commercials bespraken we de outfits en gebeurtenissen en betrokken we de wijsheden van Carrie op onze eigen jonge zorgeloze leventjes.
Dankzij de openheid en het doorbreken van taboes werd de serie een groot succes. Iedereen kan zich wel vinden in een Carrie, Miranda, Samantha of Charlotte. De een is wat meer uitgesproken een Miranda, de ander meer een huisje-boompje-beestje Charlotte.
De eerste film heb ik samen met vriendinnetje D. in de bioscoop gekeken onder het genot van te slechte cocktails, popcorn en m&m’s. En hoewel de verhaallijn stukken slapper was dan de serie, was het na anderhalf jaar stilte weer smullen geblazen. Ook omdat wij inmiddels wat ouder waren en het erg grappig was om te zien dat we best wel zijn meegegroeid met de SatC dames. Deel 2 hoop ik ook samen met haar te gaan kijken, we hebben al heel kansloos de t-shirts gepre-ordered.
Sex and the City was modeadvies, relatietherapie en seksuele voorlichting. Maar ook zien hoe vriendinnenrelaties groeien, hoe je omgaat met tegenslagen en slecht nieuws en daar iets positiefs van kan maken. Waar je normaal met je moeder over sprak en verder aan je lot werd overgelaten, begon SatC. Ik ben van de SatC generatie en daar ben ik blij om, want het heeft daadwerkelijk invloed gehad op sommige vlakken. En het is een bindende, terugkerende factor voor de vriendschap tussen D. en mij. I love SatC!
De winter begint bij een kop gloeiende Winterthee, de lente kondigt zichzelf aan met de geur van vers gemaaid gras, de geur van natte bladeren en de frisse wind is de aankondiging van de herfst. En de geur van de zomer? De mix van zonnebrand en het ultieme zomerluchtje Sun van Jill Sander.
Volgens mij heeft iedere vrouw die in haar kastje staan, want veilig de zon in zonder kans op witte vlekken en toch lekker ruiken wil iedereen op een mooie dag. Mijn hart maakt altijd weer een sprongetje als ik van mezelf de eerste keer het zomerluchtje op mag. Ondanks de paar heerlijk zonnige dagen in Spanje was er dit voorjaar weinig lentezon. De afgelopen dagen maken gelukkig veel goed en vanochtend mocht het eindelijk.
Het luchtje zelf is eigenlijk helemaal niet zo speciaal, maar in combinatie met een lekkere zonnebrandmelk, bodylotion of aftersun waan ik me bij iedere geurwalm op een zonnig strand met een cocktail en m’n voetjes in het verkoelende zeewater.
Vandaag is iets minder zonnig dan gister, maar met wat zomerse plaatjes op volume maximaal, slippertjes met vrolijk gelakte teennagels en een zonnebril die ik eigenlijk niet afzet, lijkt het toch een heerlijk zomerse dag. Always the Sun, hij schijnt dan misschien niet altijd, je kunt het zelf zo zonnig maken als je wilt. Enige nadeel van Sun… terwijl ik aan het werk ben, dwaal ik steeds weer af naar het strand en die Benetton-bikini die ik nog heel graag voor volgende week Barcelona wil scoren…
Afgelopen trip naar Spanje werd ik er al op gewezen. Tijdens het boarden vroeg de stewardess met een strenge blik of ik wel voor 25 mei terug zou gaan. Het was 26 april. Hoewel er van mij best een aswolk roet in het terugreisje had mogen gooien qua weer en sfeer.
Vanaf 25 mei verloopt mijn paspoort. Een ander reisdocument heb ik niet. Bij terugkomst uit Spanje lag er keurig een brief van de gemeente Meppel dat mijn reisdocument bijna verlopen is en ik moet zorgen dat ik voor die tijd een nieuw document heb aangevraagd. Daarbij ook de onmogelijke openingstijden. Mensen met een fulltime baan moeten op vrijdagavond in de ellenlange rij gaan staan om een reisdocument te bemachtigen.
De heisa om zo’n papiertje, je zou bijna denken dat dat papiertje mijn identiteit is, zegt wie ik ben. Onzin natuurlijk, want zonder paspoort of ID ben ik nog steeds Sabine al kan ik het niet bewijzen. Ik voel me op een onnatuurlijke manier meegetrokken worden in de bureaucratie. Als ik vraag waarom ik mijn vingerafdrukken moet afgeven, hoe en hoe lang die bewaard worden, haalt de baliemedewerkster haar schouders op en wijst nonchalant naar een rekje met folders: ‘Daar moet ergens wel in staan waarom en zo, ik heb het ook niet bedacht’.
Als ik na het aanvragen van een identiteitsbewijs zeg dat ik ook graag meteen een paspoort aan wil vragen, zucht ze diep. ‘Dat kan niet in één keer mevrouw, dat kan pas met uw nieuwe identiteitsbewijs’. O ja, ik was even vergeten dat ik bijna niet meer besta. Terwijl ik juist dacht dat ik het afgelopen jaar mijn eigen identiteit beter wist weer te geven dan anders. Volgende keer bij het ophalen (als ik niet mijn afhaalbewijs kwijt ben, want ik ben niet heel goed met 1.0 papieren bewaren de laatste tijd, al het belangrijke belandt wel in mijn e-mail) moet ik 2 nummertjes trekken. Om m’n nieuwe identiteit op te halen en mijn paspoort aan te vragen. Waarbij ik weer 4x mijn vinger in het vingerafdrukapparaatje moet stoppen, niet wetende wat er mee gedaan wordt. Het mooiste van alles; wel meteen betalen. Het is dat ik volgende week voor zaken naar Barcelona ga, maar door al die procedures voel ik me uitgedaagd om een tijdje identiteit-loos rond te banjeren.
Tot grote ergernis van m’n ouders beet ik van kleins af aan mijn nagels. Ik snapte toen niet zo goed waar ze zich druk over maakten, voor mij was het een activiteit bij ontspanning: tv kijken, boek lezen. Toen ik wat ouder werd en vriendinnetjes lange nagels hadden, begon ik te balen van mijn verslaving. Want zelfs met Bytex bleef ik bijten.
Ik heb een middagje kunstnagels geprobeerd, maar kon het al niet opbrengen om zo lang stil te moeten zitten voor dat gepriegel. Na een halve dag lag de eerste nepnagel er af en de rest was zo lang dat ik niet eens meer kon typen. Eigenlijk ben ik er heel ‘natuurlijk’ vanaf gekomen. Sinds ik met Blanco Tekst ben begonnen, heb ik niet zoveel tijd voor tv en boeken, of ik lees vakliteratuur en om de een of andere reden heb ik mijn nagels dan niet nodig. Ook lak ik vaker mijn nagels, het staat netter en het valt minder op dat mijn nagels niet de schoonheidsprijs winnen. En de lak van m’n nagels schrapen gaat me te ver.
Inmiddels zijn mijn afgekloven nagels verandert in wat meer meisjesachtige nagels, ze blijven zelfs best lang! Tegenwoordig moet ik wekelijks mijn nagels gewoon knippen, anders kan ik niet meer zo snel typen en de iPad reageert slecht op nagel getik. Om van het bijten af te blijven zit er altijd een kleurtje op. Inmiddels heb ik een behoorlijke verzameling verschillende kleuren; naturel, knalrood, jade, de Chanel particuliere, nachtblauw, zilver, grijs, glimmertjes. Twee keer per week wisselen ze van kleur. Een hele operatie, want ik raak altijd weer te snel wat aan of net na de eerste lakstreken gaat m’n telefoon die weer heel onhandig ligt.
Ook al hebben mijn voetjes nog maar weinig buitenlucht hebben gehad, mijn teennagels zin er al maanden klaar voor, alle zomerse musthaves zitten in mijn verzameling. Nu maar hopen dat het niet zo lang meer duurt voor ik al mijn lak kunsten kan showen
‘Vroeger’ hadden we een grote verkleedkist. Voor de verkleedfeesten op school, de toneelstukjes die we met vriendjes en vriendinnetjes thuis deden en voor de middagen dat ik alleen liep te tutten met moeders hakken en beperkte make-up collectie. Toen was ik niet zo in voor publiekelijke verkleedpartijen.
Pas toen de thema feestjes onderdeel van mijn studententijd werden, begon ik het leuk te vinden. Helaas ben ik niet de creatieveling met naald en draad, maar had ik vaak een aandeel in de slogans en teksten. Inmiddels ga ik de deur uit in wat ik leuk vind en waar ik me lekker in voel en maakt het me tijdens thema feestjes weinig meer uit. Het is juist wel leuk om je eens anders te kleden, je voor te doen als een ander persoon of type en je een keer daar naar te gedragen.
Naarmate ik ouder werd, heeft moeders ook steeds vaker ‘gewone’ kleding in de verkleedkist gestopt. Onder andere haar eigen grijze pak, waarvan ik als klein meisje altijd baalde dat ik hem niet paste. Inmiddels wel, hij krijgt een pimp-beurtje en binnenkort kan ik heel retro het pak van mijn moeder aan. Het heeft wel iets bijzonders, zij droeg het voor haar speciale gelegenheden, ik voor de mijne. En voor die gelegenheid zet ik mijn aversie voor knalrood aan de kant en durf ik het best aan om hem te dragen zoals zij hem droeg; met rode accessoires.
Inmiddels is de verkleedkist steeds meer een ‘bewaarkist’ geworden. Die heel goed uitkomt tijdens de naderende sinterklaastijd, afgelopen jaar wist broer J. van mijn leren broek hippe handschoenen te maken. Ben benieuwd wat hij dit jaar van die plastic regenjas klust.
Het schijnt dat ik geluk heb. Zonder wachtlijsten heb ik de Eau de Zwitsal kunnen bemachtigen. Inmiddels zou deze overal uitverkocht zijn en zitten de drogisten te springen om nieuwe leveringen. De vraag naar het babyluchtje is overweldigend!
Al jaren smeer ik fanatiek met de bodylotion, zonnebrandcrème en andere producten. Op reis gaan er alleen maar Zwitsal mini’s mee. Behalve dat het snel intrekt, niet in de ogen prikt, lekker vet is op mijn droge huidje, is het vooral de geur wat me verslaafd heeft gemaakt aan het olijke gele poppetje.
Zwitsal lijkt inmiddels een lifestyle. De geur wordt niet verkocht om baby’s lekker mee in te spuiten, maar door 50+ vrouwen die al lang geen baby meer vast hebben gehad maar de geur zo fijn vinden, moeders die nog last hebben van gierende hormonen als hun kleine hummer ineens baby-af is, door giebelige puberale tieners en ook door mij, 25-jarig Zwitsalmeisje.
Af en toe probeer ik het wel, volwassen worden met smeermiddeltjes. Zo heb ik een tijdje de bekende blauwe Nivea pot gebruikt, ideaal als je snel bruin wilt worden, gevaarlijk als je snel verbrand. Maar te vet en niet ideaal onder make-up, zeker niet op warme dagen als je gevoelig bent voor zweet snorren onder je neus. Of ‘echte’ crèmes zoals die van Vichy of Biotherm. Ze doen hun werk, maar ruiken of te weinig of te geparfumeerd of juist te medicijnerig.
Als echt Zwitsalmeisje hoop ik dan ook dat naast het geurtje nu de markt open gaat voor de ‘grote baby’s’. Want ik mis eigenlijk nog een lippenbalsem, handcrème en make-up verwijderdoekjes. In de categorie #durftevragen. Wie zet dit voor me op de Zwitsal Hyves?
*stiekem moet ik me rot schamen, vorige week kreeg ik de heerlijke geur Voyage d’Hermès en nu ben ik blij als een kind met een luchtje van nog geen €15,00*
Bevrijdingsdag. Eens in de 5 jaar een (verplichte) vrije dag. Begin mei komt dat de meesten prima uit; lekker in de tuin klussen of een Bevrijdingsfestival bezoeken. Bij mooi weer lekker in de zon onder de mensen, dansen op hippe muziek en bier drinken uit plastic bekers.
De meesten staan niet (meer) stil bij de grondslag van deze vrije dag. Hoe jonger de generatie, hoe minder de verbondenheid. Dat is niet raar, dat is niet te voorkomen. Het leeft minder, zeker als ze geen opa’s of oma’s hebben gekend die indrukwekkende oorlogsverhalen konden vertellen, zoals de mijne.
Vrij zijn. Daar moet je niet maar één keer per jaar bij stil staan. En je moet je niet alleen vrij voelen op een vrije dag. Vrij zijn en je vrij voelen zit in kleine dingen. Je vleugels uit kunnen slaan, je niet opgesloten voelen als je aan het werk bent of het idee hebben dat je dingen niet doet om een ander te pleasen. Vrij zijn door te kunnen gaan en staan waar je wilt, zeggen wat je denkt, morgen kunt besluiten het vliegtuig te pakken naar een warm en zonnig oord.
Wij zijn verwend in Nederland. Nemen 364 dagen per jaar voor lief dat we kunnen gaan en staan waar we willen, piepen over overheidsregels die ons worden ‘opgelegd’ maar ons nog steeds niet beperken in bewegingsvrijheid.
Vrij zijn. Daarvoor hoef je niet een vrije dag te hebben, je moet je open stellen voor het gevoel. Vrij zijn is kunnen doen wat jij wilt en dat najagen. De geluksmomenten als je bereikt hebt wat je jezelf als doel hebt gesteld. Daarom werk ik vandaag. Omdat ik me vrij voel na het afvinken van mijn takenlijst, omdat ik doe wat ik leuk vind. En liever op een andere dag, als iedereen saai op kantoor zit, geniet van de vrijheid om dan te besluiten dat ik die middag even vrij ben. Om te genieten van mijn vrijheid.
Een berichtje vanuit zonnig Spanje. Tijdens het weekend kon ik alweer even wennen aan een brandend zonnetje, vandaag kun je niet meer aan de zonneschijn ontkomen. Vanmiddag zal het kwik stijgen tot een aangename 27 graden. Lang leve de siësta, want die kan ook gewoon op het strand worden gehouden
Zonne-energie. De eerste stralen laden je alweer op, je kunt ineens zonder moeite je bed uit komen en hebt ‘s avonds om half 10 nog geen zware ogen en het gevoel dat de dag nog maar net begonnen is.
De manier om de grijze Nederlandse winters door te komen, ik begin nu gewoon alvast met het opslaan van zonne-energie, plant hier wat zonnepanelen op mijn hoofd zodat ik een voorraadje mee kan nemen.
Onvoorstelbaar wat een invloed de zon toch iedere keer weer heeft. Helaas was ik dat alleen even vergeten tijdens een dutje op het strand. En dan kan je wel heel braaf Zwitsal in ‘t Zonnetje mee nemen, als je het niet opsmeert wordt je je bij iedere beweging fijn bewust van de kracht van die grote gele warme bol. Oeps. Weet er iemand of Zwitsal aftersun in het assortiment heeft?
Vorig jaar is een nieuwe traditie geboren. Nadat we voor het 25-jarige jubileum van mijn ouders een weekendje in Leersum in een bungalow een weekendje met het gezin hebben vertoefd, was dat zo’n succes dat we hier maar een jaarlijks terugkerend evenement van hebben gemaakt. Dus tik ik dit vanaf het boerderiijhuisje op De Twee Bruggen in Winterswijk. Het huisje is erg relaxt en van alle gemakken voorzien (al ontbreekt de afwasmachine), maar wat nog veel mooier is, is het weer.
Het weer zorgt er voor dat we vooral buiten vertoeven, buitendingen doen en quality time met elkaar doorbrengen. Erg goed om even uit de veilige omgeving en dagelijkse sleur te zijn. De combi met het mooie weer zorgt er voor dat iedereen op z’n best is.
Het levert mooie plaatjes, slechte grappen en nog slechtere quotes op, die te pas en te onpas over tafel slingeren. Inmiddels bereiden we ons voor op de grote strijd die vanavond los barst; bowlen. Naast pesten, yahtzee en rumikub een veel gedane activiteit tijdens dit weekend. Gelukkig kunnen we allemaal tegen ons verlies en kunnen we na die tijd nog met elkaar door één deur en proosten met een drankje. Cheers alvast, op mijn overwinning
Een onvermijdelijk moment na het begraven van een geliefde; het uitzoeken van de steen. Nooit gedacht, maar ik geloof dat er voor iedereen een steen bestaat die bij die persoon past. Voor de een is het uitzoeken en plaatsen er van een prettige manier om een periode van intense rouw af te kunnen sluiten. Het is vaak de laatste handeling die nog moet worden verricht. Voor de ander een onprettige confrontatie met het definitieve aspect er van.
Vandaag is de steen voor opa uitgezocht. Naar oma’s wens. Zo wordt het vooral voor haar, een prettige plek om opa op te zoeken. Op de momenten dat het allemaal even niet zo lekker gaat, je even bij hem terug trekken. Zijn wijze woorden krijg je er niet meer te horen. Dat komt af en toe nog steeds keihard aan, maar is nou eenmaal realiteit.
Toch veroorzaakt het nog regelmatig een brok in mijn keel, een steen in mijn maag. Het verdriet en de onwennigheid bij oma, de kleine dingen waar in je opa weer herinnerd of terug ziet. Met de steen wordt een periode van vers verdriet afgesloten, krijgt het een waardige plek. En hoewel het moeilijk zal zijn, die eerste keer als de steen met opa’s naam er staat, hem daar bezoeken zal uiteindelijk ook wennen. En het zal zeker niet de eerste steen zijn waar tegen gepraat wordt.
Vorig zomer was het al een lastige keuze: de rosé zwoele en mierzoete Dior Miss Cherie walm of de subtielere, iedereen bekende Zwitsal baby lucht. Maar al te vaak koos ik voor de baby walm met de vrolijke verpakking. Het blogje waarmee ik Zwitsal verkoos boven Dior, haalde de Revu destijds.
Dat Zwitsal verkiezen boven gerenommeerde merken, blijken meer vrouwen te doen. Een heuse Hyves-fanpage heeft het zelfs voor elkaar serieus genomen te worden bij de vraag naar een Eau de Zwitsal. Niet zozeer voor welriekende baby’s, nee vooral voor zichzelf. Zo blijkt maar weer het belang van het roepen van je mening op sociale netwerksites en fora. Wordt er met jou idee lekker geld binnengehaald.
Stiekem moet ik toegeven dat mijn hart een sprongetje maken toen ik het persbericht over Eau de Zwitsal onder ogen kreeg. Ik heb zelfs al even bij de drogist gekeken of het luchtje al verkrijgbaar is (nee, eind deze week worden de eerste flesjes bij diverse drogisterijen uitgeleverd). Een betere timing had Zwitsal niet kunnen bedenken, net nu mijn luchtje op is en ik alweer verslaafd ben aan de mini-bodylotion (handbagage proof), Zwitsal op m’n wangetje en Zwitsal in het zonnetje. Ik ga er bijna net zo schattig door kijken als het Zwitsal-poppetje.
Vandaag hangen we weer ‘in de lucht’, de vulkaan lijkt even genoeg stoom uitgeblazen te hebben. Want ineens blijken we heel afhankelijk van al die jumbo jets, cityhoppers en cargo vliegtuigen. Het gesloten luchtruim heeft nog net geen lege schappen in de supermarkt opgeleverd, maar veel langer had het niet moeten duren.
Vanavond had ik een afspraak op Schiphol en zag ik hoe verveeld de gestrande passagiers zijn. De onzekerheid, het wachten, gebrek aan comfort breekt ze langzaam op. En dan zaten ze nog niet eens achter de douane. Iedereen zal bij het horen van die berichten wel even de film The Terminal terug spelen. Ineens is de lol van het reizen er af. Het lijkt inmiddels weer redelijk hervat, al moet e niet nog een aswolk deze kant op komen, dan kan ik mijn vlucht naar Spanje wel shaken…
Toeval of niet, vanavond zag ik de trailer van de film Up in the Air, een bioscoophit met George Clooney. Deze speelt zich vooral af op en rond het vliegtuig. De trailer begon al goed. George is regelmatig in beeld én deelt met zijn zwoele, zware stem filosofische wijsheden. Iets met het selecteren van je levensbagage. Nog niet zo lang geleden schreef ik daar zelf over. En onlangs voerde ik er een diepgaand gesprek over. Iemand was het niet eens met de wijze waarop ik mijn levensreis bagage herpak. Maar voor mij is die rugzak een stuk lichter geworden, efficiënter ingepakt. Of ik nou in of uit de lucht ben, ik draag er nu in wat ik hoofdzakelijk nodig heb. De rest is bijzaak. Tranentrekkende must-see. Bon voyage!
Het is ze nog geen van allen gelukt. Chanel, Dior, Marc Jacobs, Jill Sander. Allemaal doen ze verwoede pogingen om die typische zomergeur in een potje te krijgen. Die heerlijke geur van gras, dauw en een broeierige mooie dag die je ‘s ochtends opsnuift om daarna vol energie aan de dag te beginnen. Die geur die je ‘s avonds na een goede dag opsnuift zodat je met een tevreden glimlach de zwoele nacht in gaat.
Het is nog maar april, de nachtvorst maakt dat je ‘s ochtends iedere keer weer baalt van je zomerjas maar het zag er zo lekker uit. Misschien verbeeld ik het mezelf, maar toch heb ik die zomerlucht al een paar keer diep ingesnoven. Ik ben toe aan de zomer! Helaas, de zon werkt wel mee, toen ik vanochtend de tuindeur open gooide had ik na een paar tellen al spijt. Te fris, vragen om een verkoudheid. En stel je voor dat ik daardoor volgende week niet de zomerlucht in Spanje kan inademen, dat zou zonde zijn.
Kom maar op met die zomerlucht! Dat ik daardoor de geur van transpiratie en goedkope parfums in trein en tram moet trotseren, neem ik voor lief. De geur van de zomer maakt alles goed, de wereld een stuk luchtiger. Eenmaal buiten lijkt tijd, verplichting en sores niet meer te bestaan. Iemand zou die zomerlucht toch in een potje moeten stoppen, daar wordt de wereld een stuk mooier van!
Hoge verwachtingen. We hebben ze allemaal. Je verheugt je op een avond stappen, maar de muziek is niet leuk, het is te warm en het personeel onvriendelijk. Of je hebt eindelijk genoeg cash om die geweldige maar veel te dure trenchcoat te kopen, trekt hem aan en hij staat niet.
Je kunt geen iPhone kopen, dus neem je maar een slecht aftreksel van LG. Je favoriete kleur nagellak is overal uitverkocht, maar een goedkoop B-merk verkoopt een kleur die er verdacht op lijkt. Het is het allemaal net niet. En toch trap je er iedere keer weer in, laat je je overhalen.
Net niet is altijd een teleurstelling. Net niet de juiste kleur, net niet meer jouw maat, een alternatief is bijna het zelfde, maar toch net niet wat je in je hoofd had. Ik raak er altijd vreselijk van gefrustreerd als iets ‘net niet mijn ding’ is. Als iedereen zo goed op hakken kan lopen en het er bij mij net niet uit ziet. Of als iedereen dat zomerkleurtje leuk staat, maar het net niet mijn kleur is.
Of als iets net niet gaat zoals ik had gehoopt/gedacht.
Maar het is net niet de moeite waard om je daar druk om te maken en je humeur te laten verpesten. Ik focus me liever op de kansen die ‘net niet’ biedt, als je er voor open staat. Al is het niet wat je in gedachten had, een neutrale en frisse kijk kan wonderen doen. Terwijl jij je ogen er misschien onbewust voor hebt gesloten, kan daar juist iets moois uit ontstaan.
Het is veel leuker om je te focussen op de positieve kansen die net niet creëert, dan te gaan balen en je door negativiteit te laten verleiden tot een slecht alternatief. Net niet mag van mij naast kan niet en wil niet op het kerkhof. Hoogste tijd voor taupe gekleurde Catrice nageltjes. Net echt.
Je zou maar in zak en as op Schiphol of in het buitenland zitten. Of; we zitten te wachten op geld uit IJsland, maar nu zijn ze ook al bankroet. Op Twitter is de # hashtag al omgedoopt tot ashtag en vliegen de links met satellietbeelden en prachtige foto’s je om de oren.
De IJslandse vulkaanuitbarsting heeft niet alleen de IJslanders meer in haar greep, heel Europa ligt onder een dik wolkendek van as.
Erg bizar idee is dat dit de vulkaan is waarop ik vorige week nog heb rondgereden op een sneeuwscooter, kijkend naar de aswolk van de vulkaan die op 21 maart, en nog eens op 1 april uitbarstte. De IJslanders blijven er vrij nuchter onder, ze weten dat de meeste vulkanen om de 10 jaar duidelijk hun aanwezigheid laten merken en hun lava beginnen te spugen, evenals dat als er één begint, de anderen als net wakker geschudde schapen snel volgen. Het is de natuur, een van de vele elementen die IJsland bijzonder maakt.
De natuur laat van zich horen, af en toe schudt moeder natuur ons wakker met een aardbeving, overstroming of uitbarsting. Het zijn net menselijke emoties; twijfel, huilen en woede uiten. Soms even nodig, moet je er aan toegeven. Over die emoties heb je niet altijd controle, net als we de controle verliezen als de natuur haar gang gaat. Dat zijn soms angstige momenten. Als je jezelf en omringende factoren even geen sturing meer kunt geven, de controle kwijt raakt.
Die uitbarstingsmomenten komen bijna altijd onverwacht, altijd slecht getimed. Soms kun je ze al lip bijtend, weg slikkend of tot tien tellend even uitstellen. Ik probeer er pas aan toe te geven als ik alleen ben, in een voor mij veilige omgeving. Soms lukt dat niet, wat het nog erger en gênanter maakt. Maar de gedachte dat het heel natuurlijk is, af en toe hoogst noodzakelijk, maakt dat ik nu even toegeef aan die uitbarsting*, onder het vulkanische IJslandse wolkendek van as boven Nederland. Mijn lava sporen zijn makkelijk uit te wissen en laat gelukkig geen blijvende schade achter. Wel een duin en opgelucht gevoel. Zou die vulkaan hetzelfde voelen?
*geen heftige huilbui maar een nieuwe harde lens, maar door de aswolk zijn de ‘wentijden’ korter en mag ik woensdag de lens pas de hele dag dragen
Niet een gesponsord stukje over demake’up pads, nagellakremover pads of senseo, was het maar gesponsord! Een jaar geleden schreef ik lovend over de iPhone, een paar maanden later volgde een lovend stukje over mijn tweede witte appel, mijn MacBook. Dit blogje, een beetje speciaal voor @marjolein en mede dankzij @patjem is namelijk gemaakt op de nieuwste Apple gadget, de iPad.
Het doet me denken aan een bijbelverhaal waar de 10 geboden in steen werden gehakt, alsof je terug in de tijd gaat als je een iPad in handen hebt. Nog geen 10″ groot, even wennen aan een plankje in je handen wat snel en vloeiend reageert op je vingerbewegingen. Muziek, film, krant, boek en fotolijst, het transformeert zich in no time. Mail verzenden, surfen op het net, een blogje tikken, het was nog nooit zo makkelijk! Hierop kan iedereen makkelijk online!
Waarom het zo makkelijk is? Kleiner en lichter dan een laptop, groter en makkelijker dan je telefoon. Hij past in bijna alle normale damestassen, is handig in de trein, bij events en ik durf te wedden binnen no time de vervanger van studieboeken. Een eenmalige investering, al je boeken online en je aantekeningen precies bij dat stukje wat je nog niet helemaal vatte, in plaats van al die losse blaadjes.
Ik geloof dat de iPad niet alleen de studieboeken gaat vervangen, maar ook kranten en uitgevers in de nek hijgt. Nee, de papieren krant is niet vervangbaar en de nostalgie er om heen al helemaal niet. Laat staan de ervaring van het kopen van een boek, het stuk lezen ervan en er later nog eens doorheen bladeren, de typische boekenlucht verspreidend. Maar het zal zeker verandering brengen. Ook voor hotels is een iPad een mooie nieuwe domotica kans; het zal nog wat verdere ontwikkeling vergen, maar het zou toch mooi zijn als je de tv, het licht, verwarming en gordijnen kan bedienen met de iPad, ondertussen luisterend naar je eigen muziek en vervolgens de leukste route op je bestemming op te zoeken. (Ik schreef hier eerder over op Reismanagers) Of de geschiedenis van die speciale sightseeing spot te lezen, of die beroemde Hollywoodster waarvan je niet op de naam kunt komen, op te zoeken.
Wat de iPad ook zal gaan losmaken, dit padje is niet de kikker die moet wachten om gekust te worden, dit is al een prinsje zodra hij uit de verpakking komt. Als je nog twijfelde, heb ik je hopelijk weten te overtuigen. Anders doet misschien de accu duur het laatste zetje: 10 uur aaneengesloten lezen, mailen, spelletjes, foto’s, kaart kijken of krant lezen, notities maken, blogjes tikken… Apple heeft het weer geflikt, een kleine revolutie. En stukken sneller dan hakken in steen!
Van 29 maart tot 6 april is de Week van de Teek. Om mensen bewust te maken van het feit dat de teek van onderen komt en bewust te maken van de gevaren en risico’s van een tekenbeet, is de campagne Stop de Teek opgezet. Hier heb ik aan meegewerkt en ik heb gesproken met mensen die de ziekte van Lyme hebben of hebben gehad. Ik wist niet dat zo’n klein beestje zoveel impact kon hebben!
Doe mee met de actie en stop de teek!
Stop de teek van onderen!
Teken komen van onderen. Via je voeten en enkels neem je ze mee uit het gras, heide, duinen of struikgewas. Door trillingen en je lichaamstemperatuur weet een teek precies wanneer hij vanuit het gras overstapt op jou als gastheer.
Van onderen zoeken ze een weg naar een hoger gelegen warm en vochtig plekje om zich te voeden met bloed. Teken komen dus op meer plaatsen voor dan gedacht werd, want ze vallen niet uit bomen! Een tekenbeet oplopen is makkelijk en merk je vaak te laat. Goede bescherming van je voeten en enkels is dus belangrijk.
Teken zijn gevaarlijk!
De teek komt van onderen maar een tekenbeet krijg je vaak op een hoger lichaamsdeel, in knieholtes, je lies of in je haargrens. Een tekenbeet is gevaarlijk omdat het speeksel besmet kan zijn met verschillende bacteriën, zoals de borellia bacterie die de ziekte van Lyme veroorzaakt. De ziekte van Lyme lijkt in het beginstadium op een heftige griep en geeft vermoeidheidsverschijnselen en kan uiteindelijk verlamming en zelfs een hersenvliesinfectie veroorzaken!
Bescherm jezelf van onderen!
Onbezorgd naar buiten gaan lijkt een gevaarlijke missie, want de teek komt overal in Nederland voor. Maar dat is het niet als je jezelf beschermd tegen de teek:
draag je sokken over je broek
draag bedekkende kleding
Goede sokken zijn bijvoorbeeld de geimpregneerde Bugsox sokken . Deze zijn geimpregneerd met een middel dat de teek onschadelijk maakt en voor volwassen en kinderen niet gevaarlijk is. Zo krijgt de teek geen kans en stop je de teek!
Stop de Teek!
Speciaal voor de Week van de Teek is de actie Stop de Teek van onderen gestart. We willen duidelijk maken dat de teek van onderen komt en dus niet uit bomen valt. Via twitter.com/stopdeteek zijn 1.000 paar Bugsox te winnen en op de speciale site stopdeteek.nl is meer informatie te lezen. In het filmpje hieronder is te zien dat maar weinig mensen weten dat de teek van onderen komt. Bekijk de film en kijk op www.stopdeteek.nl
Voorjaar. De zomertijd is ingegaan, we worden weer wakker terwijl buiten het zonnetje straalt en de vogels enthousiast fluiten. Een betere begin van de dag kan ik me niet voorstellen.
Nadeel van het voorjaar: hormonen. Niet dat ik daar zelf last van heb, maar meer de krolse katten en sproeiende katers in de buurt. Zo werd ik deze week al eens gedwongen tot een deel van de voorjaarsschoonmaak en kon ik de hele boekenkast uitsoppen en een deel van mijn lang verzamelde collectie weggooien. Alles onder gezeken door de enige niet-gecastreerde kater uit de buurt. Als ik dat beest voor mijn voeten krijg… Wonderbaarlijk genoeg is die dikke vette rode kater me iedere keer te snel af. Nooit heb ik problemen met poetsen, maar dit was ongepland en te smerig voor woorden.
Zijn baasje wilde niet mee werken en zijn leven beteren; geen geld voor een castratie. Daar sta je dan met je bek vol tanden en een onder gezeken huis. What to do? De oplossing is rigoureus en een behoorlijke investering (daar kan je bijna 3 katers van laten castreren). Een kattenluik wat alleen de aanwezen katten binnen laat, door middel van hun eigen chip. Zo supersonisch dat het zelf ‘op slot’ gaat als het donker wordt en bij het ochtendgloren de poorten weer opent voor de poezenbeesten. Het moet niet gekker worden. Maar het werkt, want voor het eerst in tijden ontdekte ik gisteren bij thuiskomst geen pislucht.
Zelfs de kattenwereld gaat gebukt onder technische ontwikkelingen en wordt 2.0. Een kat hebben mag dan heel 1.0 huiselijk en burgerlijk zijn, zo’n luik maakt het dan weer heel hip. Rode kater, 1-0 voor mij. En ik zou zorgen dat je voorlopig niet voor m’n voeten komt, want dan zullen die ballen van je het helemaal bezuren.
Vandaag was Nationale Pannenkoekendag, morgen Nationale Slaapdag en overmorgen zal het wel ‘Nationale-ik-kan-niet-tegen-de-zomertijdomschakelingsdag’ worden.
Het wachten is op Nationale Verveeldag en vooral Nationale Onzindag.
Waarom we steeds vaker een toevoeging nodig hebben voor normale dagen, is mij een raadsel. Ik heb geen standaard maandagmorgen dip, lust ook op andere dagen dan vrijdag wel een borrel na m’n werk, heb geen slaapproblemen op zondag en woensdag gehaktdag is al helemaal niet meer van deze tijd.
Een gewone vrijdag 26 maart is niet meer genoeg. Nee vandaag moesten er pannenkoeken worden gegeten. En bij mijn weten is daar niet, zoals in Engeland, een historische en godsdienstige gebeurtenis of traditie aan vooraf gegaan.
Het lijkt wel alsof de 365 dagen in een jaar steeds meer worden overgenomen door de commercie. Alsof Unilever, Procter & Gamble en Albert Heijn wekelijks samen komen en snode plannen smeden om ons consumenten te bevrijden van wat extra centen.
Onzin en ik doe er dan ook lekker niet aan mee. Ok, vanavond heb ik wel een pannenkoek gegeten, maar morgen uitslapen zit er toch al niet in. En daarbij, ik slaap het diepst een half uur voor de wekker gaat, verteld mijn iPhone app me dagelijks. Die andere sleepcycles zijn toch onzinnig.
Vaderdag, moederdag, vrouwendag, secretaressedag, zussendag, onafhankelijkheidsdag my ass. Ik bepaal zelf wel wanneer ik me onafhankelijk voel, trakteer mezelf op een bloemetje om de secretaresse in mij een blijk van waardering te tonen en ben meer een voorstander van spontane acties. Al juich ik alle initiatieven omtrent ‘zet Sabine in het zonnetje-dag’ natuurlijk van harte toe.
Nee ik ben geen afvalbak, ik heb een best lijstje met dingen die ik niet lust en in tegenstelling tot veel mannen, hoef je mij niet wakker te maken voor een entrecote of biefstuk. Maar als er iets te eten valt, zal ik maar zelden afslaan.
Of het komt door mijn harde werken en lange dagen, geen idee, maar de afgelopen weken blijf ik eten. De hele dag door blijft mijn maag om aandacht vragen en wenst deze gevuld te zijn. Het ontbijt mag wat mijn maag betreft om half zeven ‘s ochtends al naar binnen gewerkt worden, een tussendoortje is wenselijk om half tien en lunch mag gerust om half twaalf geserveerd worden. Er aan toegeven is erg makkelijk, op kantoor is het eten erg goed en overal waar ik kom zijn de kasten goed gevuld. Gelukkig heb ik steeds vaker hartige trek en kan ik zoetigheid prima laten staan. Zelfs chocolade!
Wekelijks heb ik enorme trek in lasagne, de laatste dagen heb ik zin in beschuit met muisjes bij de thee en sinds het overlijden van opa is mijn dropverslaving aangewakkerd. Ik eet me helemaal vol harlekijntjes en zoute haring-drop.
Je zou denken dat de kilo’s er aan vliegen met mijn zittende beroep, maar dat valt gelukkig reuze mee. Door al het heen en weer gereis loop ik iedere dag nog flink wat af en omdat ik lekkerder in mijn vel zit hoef ik niet naar ‘slechte dingen’ te grijpen om me op te vrolijken. En een dieeter in je naaste omgeving doet ook wonderen, al zou Dokter Frank niet mijn vriend gaan worden. Hoe moet ik lekker opstarten zonder gezonde bammetjes vol koolhydraten? Ik ben al niet zo’n ochtendmens.
Alweer trek na het schrijven van dit blog. Als ik nu iets over augurken en zure room ga schrijven krijgt iedereen weer vreemde gedachten, dus ik neem braaf een pakje Liga Continue.
Alsof er continue een vlek op de lens zit. Een druppel, waardoor je beeld dubbel ziet. Vooral op afstand heb ik er last van.
Een half jaar geleden zou het probleem verholpen moeten zijn: cillindertje in een nieuwe bril en huub-huub-barbatruuk, weg met het dubbelzien. Helaas dachten mijn ogen daar anders over en begonnen de problemen alleen maar erger te worden.
Alle mogelijke oogonderzoeken werden op mijn blauwe kijkers toegepast, op zoek naar de oorzaak. De oogarts was radeloos na alle positieve uitslagen, enige zichtbare afwijking was een ontsteking die tegen littekenweefsel aan zat. Maar die zat er nog niet zo lang.
Vandaag mocht ik weer door de medische molen. Luchtballonnetjes kijken, lampje volgen, letters en cijfers lezen en bij ieder glaasje wat me voor werd gezet maar roepen of het zo ‘beter wordt of wordt het zo slechter’. Toen ik aangaf dat mijn bril meer op een sterke magneet lijkt die probeert mijn oog eruit te trekken, snapte ze dat dat cilinder niet op deze manier zou werken, ook al heb ik die volgens de metingen wel echt nodig om beter te kunnen zien.
Opeens leek daar het euvel: mijn hersenen laten zich niet door zoiets kunstmatigs als een bril foppen. Dus mag ik volgende week een nieuwe high-tech lens komen testen. Proefkonijn spelen. Ik doe het graag, als ik straks weer scherp kan stellen en in- en uit kan zoomen op de plaatjes die in mijn ogen worden geprojecteerd.
Soms wou ik wel eens dat mijn ogen net zo makkelijk te vervangen waren als de lens voor je camera. Even beetje draaien en wrikken en klaar. Een contactlens is er niets bij. We zullen het volgende week meemaken…
Terug in het witte, koude Nederland. Niet dat het in Spanje super warm was, maar heb toch nog een dagje in t-shirt over het strand in Valencia kunnen paraderen.
Bijna een week in Spanje. Veel gewerkt, maar door het andere ritme tussendoor ook veel ontspannen. Genieten en de tijd nemen voor het (lekkere) eten, niet dat gehaast als je in de rij staat, als je een winkel binnen stapt begroet worden door alle aanwezigen.
Kleine dingen, maar die maken het verschil met Nederland groot.
Meteen merkbaar in Nederland is weer het ’9 to 5′ ritme, wat me mateloos irriteert. Sneeuw in het noorden en oosten, betekent meteen dat half werkend Nederland mag aansluiten in de file. Waarom geen flexibelere tijden? Neem een voorbeeld aan de universiteitsbibliotheek. Die snapt dat je als student niet kan wennen aan het ingebakerde burgerleven wat je gedoemd bent te gaan leiden als je werkende bent.
Nu ik weer in Nederland ben neem ik me voor om het Spaanse ritme meer over te nemen. Een ochtendmens ben ik niet, maar met een avond lang doorgaan heb ik geen probleem. Zeker niet als ik de dagdelen die ik niet nuttig ben, leuk kan besteden; shoppend, slapend, lezend, zonnend, etend of sightseeingend.
Maar het lijkt in Nederland onmogelijk, kantoor is tussen 8 en 18 uur open, daarna ga je eten, nog wat voor de buis hangen, slapen en de dag is weer voorbij. De dag erop ziet er hetzelfde uit. Toevallig las ik afgelopen weekend in een boek dat onze hersenen periodes waarin dagelijks hetzelfde ritme zit, niet onthouden. Die dagen heb je voor je ‘brains’ dus niet geleefd.
Reden genoeg dus om met z’n allen van dat 9 to 5 stramien af te stappen, eens tegendraads te doen en je ritme eens flink aan de tand te voelen. Want het is toch zonde om de dagen die je leeft als een robot aan je voorbij te laten gaan.
Heel voorzichtig kondigt het voorjaar zich aan. Werden we deze winter vooral verblind door de witte sneeuw en ontbrak het winterzonnetje net iets te vaak, nu doet hij aardig z’n best.
Het moment om weer een extra tasvulling mee te zeulen: vanaf nu kan ik nergens meer heen zonder zonnebril. Zoveel mogelijk loop ik rond met een zwarte waas voor m’n ogen. Niet omdat ik bang ben voor vroege kraaienpoten en rimpels, maar ik verdraag het felle zonlicht in mijn ogen slecht. Voor de rest ben ik de grootste fan van zon die er rondloopt, in de schaduw zitten komt dan ook nooit in mij op.
Hoe kun je nu beter het nieuwe voorjaar beginnen dan met een nieuwe zonnebril? Vanaf vandaag paradeer ik rond met een hip geval op mijn neus en zowaar, toen ik de winkel uitstapte begon de zon ook hier eindelijk te stralen.
Geen roze bril of zwarte kijk op de wereld, maar een bruine waas die de zonnestralen vrolijk en modieus begroet. Foto volgt. Morgen tijdens een dagje cultureel doen in Valencia met 20 graden.
Nooit heb ik begrepen dat mensen reisziek konden worden. In de auto op vakantie was voor mij een feest. Tot de Nederlandse grens lekker slapen of spelletjes doen, daarna mocht ik voorin zitten om de kaart te lezen. Ja, in de tijd dat ik met mijn ouders op vakantie gingen bestond er nog geen TomTom en hield moeders altijd de kaart verkeerd om. Dus mocht ik de rechterhand van vader spelen.
Toen ik ging studeren ging ik niet meer met m’n ouders mee, maar zelf. Met de bus, de eerste keer vliegen, een maand werken in Zeeland. Maar ook het eerste half jaar van mijn studie iedere dag op en neer van Staphorst naar Groningen. Toen ontdekte ik mijn grootste talent: ik kan werkelijk overal slapen. Helemaal in een schommelende trein. Maar ook in een warme auto ben ik zo vertrokken.
Reisziekte is mij totaal onbekend. Gelukkig hebben ook mijn broertje en zusje hier geen last van (gehad), want het lijkt me verschrikkelijk om de hele tijd naast iemand met een kotszak voor zich te zitten. Af en toe komt mijn maaginhoud voorbij als ik door een scherpe klaverbladbocht ga, maar daar blijft het bij. Al moet ik uren in de auto zitten, snoep ik continue, ik voel me prima.
Vliegangst heb ik al helemaal nooit begrepen. Ja, een klein mankement heeft grotere gevolgen dan een foutje in de auto, maar tot nu toe botsen er nog steeds meer auto’s dan vliegtuigen die uit de lucht vallen. Zodra we weer horizontaal in de lucht hangen ga ik van tukkenstein, pas tegen landingstijd ontwaak ik van de druk op m’n oren en misschien word ik tussentijds eens wakker van de kou, want de treintemperaturen zijn stukken aangenamer dan die karige 15 graden in het vliegtuig.
Niet heel gezellig, al dat geslaap van mij tijdens het reizen, maar des te gezelliger ben ik als ik fris en fruitig aankom op de plaats van bestemming. Als je eenmaal aan het reizen geslagen bent, is de reislust volgens mij niet meer te temmen…
Het voorjaar is weer in aantocht. Vorige weekend in Parijs mogen genieten van het eerste waterige voorjaarszonnetje. Het lijkt alsof het daar altijd mooi weer is. Of ik romantiseer alles betreffende ‘mijn’ Parijs. Hele goede optie zelfs.
Het slechte nieuws over opa hoorde ik, toen ik in het zonnetje zat, omringd door een hoop stadsmusjes en brutale meeuwen. Donderdag werd ik voor het eerst wakker door het enthousiaste gefluit van vogels en gister was er het zonnetje wat me wekte.
Kleine dingen waaruit de komt van het voorjaar af te leiden zijn. Krolse katten, groene puntjes uit de plantenbak waar over een poosje de tulpen en hyacinten weer omhoog komen.
Het zijn die kleine dingen waar je zo ontzettend van kan genieten, waar nu hoop uit te halen is. Tegelijk is het raar, dat alles maar door gaat als jij gehuld bent in een waas van verdriet.
Die kleine dingen kunnen me flierefluitend door de stad laten zwalken, genietend van de zon, mensen op straat, grappige tafereeltjes en andere leuke straatbeelden.
Ik ben een flierefluiter. Dacht ik eerder dat ik niets liever wilde dan een stabiel thuis, word ik nu steeds onrustiger. Gelukkig wordt mijn reislust uitstekend gevoed door mijn werk en vertrek ik morgen naar Spanje. Na het zien van de weersvoorspellingen, pak ik flierefluitend mijn koffer.
Het leven gaat door. Ik moet weer door. Wat niet wil zeggen dat ik wegvlucht, mijn verdriet wegstop. Nee, de kleine, onverwachte herinneringen maken juist dat je weer door kan. Iedere keer zie ik weer voor me hoe opa ergens binnen kwam en verschijnt er een grijns op m’n gezicht. Z’n handen diep in z’n zakken, z’n opa pet, wenkbrauwen opgetrokken en serieuze blik, broedend op een leuke binnenkomer of slechte grap. De herinneringen blijven, ook al blijft ‘zijn’ stoel leeg.
Het onvermijdelijke: definitief afscheid nemen van opa. Vandaag was de begrafenis. Volgens zijn laatste wensen: sober, simpel en oprecht. Dat opa een geliefd man bij velen was, bleek deze week bij de condoleance en vandaag op de begrafenis.
Nooit eerder had ik van zo dichtbij de organisatie van een afscheidsdienst meegemaakt, niet nagedacht over wat er allemaal wel niet bij kwam kijken en hoe moeilijk het moet zijn om tussen je verdriet door noodzakelijke beslissingen te nemen. Het zet je zelf meteen weer aan het denken hoe jij zou willen dat mensen je herinneren en hoe je eigen afscheid er uit zou moeten zien.
Vandaag was mooi. Heel bewust hebben we afscheid genomen in het huis van opa en oma, hem uit huis begeleid, onder het geklepper van de buurtooievaar en overvliegende partner en het gekraai van zijn haan, terwijl het vogelhuis de hele ochtend gevuld was met hongerige vogels en de vogels uit zijn volière zich opvallend vaak langs de rand van hun verblijf lieten zien. Opa was groot vogelliefhebber, kon uren doorbrengen tussen zijn gevederde vrienden. De afscheidsdienst was mooi; een zorgzame vader, opa en overgrootopa is niet meer. Hij stond voor iedereen klaar en bij iedereen in huis heeft hij zijn eigen plekje in de zin van een bureau, kaptafel, bed, vogelhuis, lawaaiige windmolen of plantenbak. Het leven is vergankelijk, daar zouden we iedere dag naar moeten leven.
Tijdens de tocht van het huis naar het dienstgebouw, leek de tijd even stil te staan. Mede omdat het daar nog gewoonte is om uit respect langs de kant te gaan staan als je een stoet passeert. Maar ook door de zogenaamde ‘burenplicht’, die zorgen dat de stoet overal door kan rijden en het verkeer wordt geregeld, het huis aan kant is bij thuiskomst van de dienst, koffie schenken, klokken luiden en andere tradities, die je dan pas kunt waarderen.
Hij werd naar zijn laatste rustplaats gereden onder begeleiding van kleinzoons en mannelijke aanhang. Stonden ze buiten in de regen te wachten tot de rouwstoet klaar was voor vertrek naar de begraafplaats, tijdens het lopen verscheen een flauw voorjaarszonnetje, wat de vogels in de buurt ‘aanzette’ om ook hun laatste eer te bewijzen.
Het is goed zo. We hebben uitgebreid de tijd gehad om afscheid te nemen en de impact zal de komende dagen, weken en zelfs jaren nog merkbaar zijn. Na de dienst vertrokken we met de hele familie naar het huis van oma (ook dat is wennen), om een broodje te eten. Zonder dat iemand iets zei bleef ‘zijn’ stoel leeg. Totdat alle plaatsen bezet waren en iemand zo moedig was om de stap te zetten. De eerste stap in een leven zonder opa. Er zullen nog veel ‘eerste stappen’ volgen, wat niet makkelijk zal zijn. Zeker niet voor oma. Het doet pijn om mensen zoveel verdriet te zien hebben. We moeten loslaten, doorgaan. Genieten van dag tot dag, want wij zijn nog niet uitgeleefd.
Lieve opa, rust zacht. Het is goed zo en dat weet je.
Niets is vervelender dan langs de lijn moeten toekijken, niets te kunnen doen. Afwachten. Helaas zijn zulke situaties onvermijdelijk. De een geeft daar makkelijker aan toe dan de ander, die opstandig wordt en stampij gaat maken als de touwtjes uit eigen handen zijn. Toch is er geen andere oplossing dan rustig blijven, de tijd zal het uitwijzen.
Makkelijk gezegd natuurlijk, zeker als je er wat verder van af staat. De beste stuurlui staan aan wal, ook als ze geen kaas hebben gegeten van dat vakgebied. Iedereen wil en heeft het beste met je voor. Ook niet makkelijk als jij in het veld staat, maar op pauze wordt gezet en net als de toeschouwers maar moet wachten op wat komen gaat.
We willen allemaal regisseur zijn in onze eigen film. Iemand inhuren voor het geluid, de make-up of muziek is geen probleem. Dat is tijdelijk, daarna heb je het zelf weer voor het zeggen. Is de bedoeling.
Laten we hopen dat er snel een einde komt aan de onzekerheid, de verplichte passieve houding die je daarbij aan moet nemen. De tijd zal uitwijzen wat het lot voor ons in petto heeft.
Het kan geen toeval zijn. Sterker; toeval bestaat niet. Alles is met een reden. Dat terzijde. Weer zit ik in de trein met DE conducteur. Drie keer is scheepsrecht. Deze keer is de trein voller, dus een lang gesprek zit er niet in. Wel is de ‘tone of voice’ van dit gesprek een stuk positiever.
Vanaf 1 maart krijgt hij een nieuw leven: hij heeft de voogdijzaak gewonnen en krijgt voor het grootste deel de zorg van de kleine op zich. In het vervolg moet de nare ex alimentatie aan hem gaan betalen en dankzij een omscholing van de NS kan hij kantoorwerk vlak bij huis gaan doen. Zijn ouders zullen op de kleine passen als hij moet werken. Zijn leven is 180 graden gedraaid. Zijn humeur, gezichtsuitdrukking en uitstraling met hem. Ik feliciteer hem en ben oprecht blij. Het rechtssysteem in Nederland kent dus toch nog gerechtigheid. Ik ben absoluut voorstander van power-vrouwen, maar als moeder krijg je vaak iets te veel power toegekend.
Wat er wel niet kan veranderen in korte tijd. Als je maar volhoudt en niet opgeeft, blijft geloven in jezelf, waar je voor staat en je eigen kracht. Even zijn al mijn negatieve gedachten omtrent de NS verdwenen. De flexibiliteit naar deze jongeman toe, is niet terug te zien op het spoor. Toch blijkt ze een menselijke kant te hebben. Wat een fijn bericht op deze toch al fijne dag.
Dag meneer de conducteur. Ik zal tot 1 maart naar je uitkijken en hoop dat we nog eens een leuk en langer gesprek over de toekomst zullen hebben. Wat de toekomst ook brengen zal. Er is altijd een lichtpuntje, een opening ook al lijkt die ver weg en onvindbaar in het donker. Als je maar wilt.
Sommige dagen gaat alles goed, lijkt alles als een geoliede machine (samen) te werken. Andere dagen loopt het wat stroever. Alle stoplichten rood, personen die je moet spreken onbereikbaar.
Af en toe zit je in een fase waar alles wat je zo graag wilt, stroef lijkt te lopen. Dingen die er niet zo toe doen blijven soepel gaan, maar met dat ene vriendinnetje loopt het niet zo lekker, je boodschap overbrengen aan je lief gaat met veel ruis gepaard en tijdens het shoppen met je moeder krijg je ruzie om dat belachelijk dure, overbodige, maar o zo mooie paar killer heels.
Die momenten zijn zwaar frustrerend, niet bevorderend voor communicatie en relatie. Blijven oliën, smeren en verzorgen is de enige remedie. De stroefheid verdwijnt helaas niet vanzelf.
Jezelf iets meer (bloot) geven doet vaak wonderen. Bovendien wekt het sympathie op, wat stroefheid kan voorkomen of verminderen.
Af en toe heb je even een onderhoudsbeurtje nodig, eens in de zoveel jaar een apk-keuring en een beetje oppoetsen doet wonderen voor je geoliede machine.
Geen uiteenzetting over het kinderachtige plakbeleid van zielige politieke partijen die zich onsportief gedragen in de losgebarsten verkiezingsstrijd. Die borden zijn best representatief voor Nederland als je het mij vraagt; te klein voor veel verschillende (kleine) partijen. Maar mijn politieke voorkeur zal ik hier niet gaan bespreken.
Het is meer een ritueel, wat ik van kleins af aan al verafschuw. Als schattig meisje met zijstaartje, strikje en muizentrui moest ik er aan geloven; een afgeplakt oog. Bedoeld om je ‘luie oog’ weer mee te laten doen, door het goede oog af te laten plakken. Zo wordt je gedwongen met je luie oog te kijken. Toen geen probleem; ik kon niet lezen en schrijven en had ook geen bril nodig. Nu daarentegen, zie ik met mijn ‘luie oog’ geen bal. Toch moet ik weer gaan plakken. Minstens een uur per dag kijken met mijn slechte oog. Dat is een uur per dag verkwisten, want wat moet je gaan doen als je alleen maar schimmen ziet?
De stickers zijn nog even lelijk, er zitten nog steeds ‘fleurige’ plakkers bij om je sticker van een vogel, bloemetje of piraat te voorzien en epileren hoef ik dan maar aan 1 kant. Gelukkig waren de plakkers niet op voorraad bij de arts en kan ik zogenaamd mijn bezoekje naar de apotheek niet meer in mijn weekschema in plannen. Tegen die tijd hoop ik weer een oproep van de oogarts te hebben gekregen voor vervolgonderzoek. Alsof hij een weekje niet plakken zou merken.
In plaats van plakken heb ik mezelf een weekje ‘afkicken’ opgelegd. Alleen achter mijn scherm kruipen voor de noodzakelijke, geld opbrengende zaken. Dus even geen geblog meer, een Twitter-dieet en geen tijd verspillen op Facebook etc. Kennelijk heeft mijn vervelende oog dat nodig en aangezien je die niet zomaar vervangt moet ik er maar even zuinig op zijn.
Afspraken worden gecancelled, wegen afgesloten en de snowboots blijven in de gang staan. Nederland blijft in de ban van de sneeuw. En dat duurt ook nog wel even.
Voor iedereen is de lol er vanaf, zeker nu we weten dat we in Nederland niet goed om kunnen gaan met dat witte spul. Belangrijke wegen worden niet schoon gemaakt of gestrooid, centrale plekken veranderen in ijsbanen omdat er geen duidelijkheid is wie er verantwoordelijk is voor dat ene stukje straat en uit wanbeleid worden ‘s nachts toegangswegen maar gewoon afgesloten. Lekker handig.
De paar dagen die ik Nederland kon ontvluchten, viel er bijna niets, maar sinds vrijdag is weer raak. De sneeuwpret heb ik al gehad; sneeuwballen gooien, glühwein maken en zelfs een heuse sneeuwpop. Dus ben ik nu maar therapeutisch pinda’s aan het rijgen, brood uit elkaar aan het trekken en een spoor van vogelvoer door de tuin aan het strooien. Die arme vogeltjes kunnen er ten slotte ook niets aan doen. En zo krijgen de katten ook nog wat beweging. Leedvermaak. Ook bij sneeuw de grootste bron van humor…
Soms zijn er van die momenten dat je het liefst weg vlucht. Van alles. Alsof je daar de tijd door terug kan draaien, alsof het niet gebeurt is. Helaas hebben we geen montage mogelijkheid in onze eigen film. Je kunt stukken voor jezelf terug halen, er nog eens naar kijken, maar niet meer ingrijpen.
Vluchten kan niet meer. Soms zit je ergens al zo ver in, weet je al dat vluchten, weglopen of je ogen sluiten geen zin heeft. De realiteit dwingt je tot een confrontatie, de feiten zeggen genoeg, de kaarten zijn al geschud. Hoe hard je het ook probeert te negeren, doet alsof het niet zo is, het zal je blijven achtervolgen tot je een keus maakt, waardoor je niet meer op de vlucht hoeft. Voor jezelf, voor het zwaard van Damocles, voor de realiteit.
Even wegvluchten van alles lijkt zo simpel, de oplossing om tot rust te komen, te relativeren. Maar ooit zul je de confrontatie toch weer aan moeten gaan. Het maakt niet uit hoe hard je loopt, rent of fietst, je wordt uiteindelijk ingehaald door datgene waar je voor op de vlucht bent. Open je ogen, steek je kop niet in het zand en loop zeker niet weg voor jezelf en de problemen. Een confrontatie is nooit makkelijk, wel onvermijdelijk…
Sinds mijn veertiende ga ik brildragend door het leven. Dat was noodzakelijk voor ik een esthetische correctie aan mijn oogstand kon ondergaan, want wat eens schattig loensen was, werd in mijn ogen steeds meer lelijk scheel kijken. Na de operatie nog een paar maanden met bril rond gelopen en toen maar eens voorzichtig geïnformeerd naar de mogelijkheid van lenzen. Het liefst zou ik zonder hulpmiddelen scherp zien, maar ook een laserbehandeling zal mij niet helpen.
Met mijn lenzen heb ik sindsdien een haat-liefde verhouding. Het zal wel aan slechte coördinatie liggen, maar het inkrijgen van mijn lens in het linkeroog is voor mij nog steeds mission impossible. Mijn rechter, ‘slechte’ oog prefereert het liefst geen hulpmiddel. Zowel lens als bril zijn de laatste tijd weinig behulpzaam. De laatste dagen voelt mijn oog zelfs aan alsof het er ieder moment uit kan ploppen. Duidelijker kan ik het niet omschrijven. Leuk met Halloween misschien, maar het voelt iets minder prettig.
Nou ja, beter wat oogdruk dan ‘sociale druk’ of een te volle agenda. Nog maar een lange nacht rust mee pakken, hopelijk morgen weer fris en fruitig aan de slag!
Iedereen gister zijn ‘plicht’ gedaan en braaf een donatie gedaan? Nogal wat sceptische berichten gelezen op Twitter en Hyves, die natuurlijk niet uit de lucht komen. Al die goede-doel-directeurtjes (meestal zelfs een parttime job) rijden in de dikste wagens en de opdravende BN’ers doen het ook niet voor niets. Maar goed, de indringende stem van Linda de Mol en de serieuze blik van Jeroen Pauw hebben hun werk kennelijk goed gedaan.
Bizar eigenlijk, plichtsgevoel. Ook een soort van ‘een ander pleasen’ en op een goed blaadje komen. Kennelijk kan plichtsgevoel zorgen dat je dingen tegen je eigen wil en/of principes in gaat, maar je mee laat slepen door plichtsgevoel. Bezoekje aan familie? Niet voor je eigen plezier, maar om hun te plezieren. Daklozenkrant kopen om je eigen schuldgevoel voor die veel te dure kant-en-klaarmaaltijd af te kopen. Je schoenen laten poetsen op het station want het is je maatschappelijke plicht om een ander te helpen. Door plichtsgevoel naar dingen toe te gaan, terwijl je eigenlijk liever op een andere plek was geweest. Dat overkomt iedereen wel eens. Dat hoort er bij. Je kunt nou eenmaal niet altijd voor jezelf kiezen, al is het wel belangrijk om naar jezelf en je eigen wensen te luisteren. Dan moet je een beetje (toe)geven voor een ander en kan je de volgende keer weer krijgen.
Dat plichtsgevoel maakt minder oprecht. Je gedwongen voelen uit plichtsgevoel, zorgt dat je niet oprecht kunt genieten, een fake smile opzet en doet alsof. Ook al valt het achteraf zelfs wel mee, er blijft een stemmetje roepen ‘ik ben hier voor een ander’ of ‘wat zou ik nu missen daar?’.
Maar geef jezelf vooral een schouderklopje, als je gisteren hebt gedoneerd. De mensen in Haïti zijn er echt bij gebaat. Of er nou 1/3, de helft of het hele bedrag aan komt…
Vandaag gaat het over niets anders, tv, radio, krant, alle media staan er vol mee. Indrukwekkende overlevingsverhalen (zelfs iemand dankzij een iPhone!), weerzinwekkend confronterende foto’s, angstige blikken na de naschok van gister. Niemand kan om de impact van de ramp in Haïti heen. Nog niet zo aangrijpend als de beelden van de Tsunami, waar de combinatie van een aardschok en het water nog meer aanrichtte, maar dat het serieus is, mag duidelijk zijn.
Geen idee of er nog iemand rondloopt die geen donatie heeft gedaan, het lijkt me bijna onmogelijk. Je zou je, zeker als je vandaag de radio (555) of tv aan hebt staan, op z’n minst schuldig moeten voelen als je dat nog niet hebt gedaan.
Hoewel ik de aankondigingen voor ‘de grote tv-show’ van vanavond tenenkrommend vind, vooral die met oude rot Henny Huisman, die speciaal uit de kast is getrokken om zieltjes te winnen, is het goed dat Nederland zo massaal actie voert vandaag. Helaas stond Jonnie om 11.30u vanochtend nog geen snert te verkopen op station Zwolle, anders had ik nog een bijdrage geleverd.
De radio blijft vandaag wel lekker uit, de tv show ga ik vanavond gelukkig missen, maar ik heb mijn steentje bijgedragen. Ik hoop jij ook!
We maken allemaal wel eens fouten. Kleintjes, die weinig impact hebben, of grotere, die nog lange tijd invloed hebben op ons verdere leven. Wij oordelen graag over andermans fouten, zoeken graag een schuldige, wijzen na, lachen en vinden dat iemand boete moet doen.
Dus zoeken we naar een passende straf; iemand zwart maken bij anderen, diegene compleet negeren, de grond in trappen of een spiegel voor houden en inpraten dat als je eenmaal zoiets doet, je nooit meer anders zult zijn.
Waarom zoeken we toch altijd een zondebok? Om niet naar onszelf te hoeven kijken? Toe te geven dat jezelf ook wel eens fout zit of ergens schuld aan hebt?
Degene die een fout heeft gemaakt, moet daar zelf al genoeg voor boeten, zonder dat daar mensen ‘van buiten af’ zich nog mee moeten bemoeien. Hoe zou jij je voelen, als niemand je die stomme fout kan vergeven, je compleet genegeerd wordt en je daardoor nog stommer dan stom voelt? Juist. Niet fijn. Iedereen verdient tweede kansen. Hoe moeilijk dat soms ook is. Vergeven is iets anders dan vergeten. Maak van je hart geen moordkuil, ook niet uit zelfbescherming.
Het is je vergeven. Schone lei. Nieuwe start. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Voor jezelf beginnen begint met een inschrijving bij de Kamer van Koophandel. 23 Juli 2009 schreef ik Blanco Tekst in, een stap waar ik nog steeds iedere dag erg blij mee ben en van geniet. Bij de start van een bedrijf is het opbouwen van naamsbekendheid en een netwerk belangrijk, en de Kamer van Koophandel probeert je daarbij te helpen. Zo organiseren ze netwerkavonden, informatie avonden en hebben ze een online netwerk.
De komende week ben ik ‘Uitgelicht’ op kvknetwerk.nl. Als je geen lid bent van deze website kun je het stuk niet lezen, maar ik vind het wel leuk om het te delen. Daarom plaats ik het hier. En omdat ik de komende dagen even geen lange verhalen kan typen, ik heb me op glad ijs begeven en ben daarbij verkeerd terecht gekomen, met een gekneusde pols als gevolg. Typen met 1 hand gaat niet echt makkelijk…
Wekelijks wordt er in deze rubriek een ondernemer uitgelicht. Aan de hand van acht vragen leren we de ondernemer en zijn onderneming beter kennen. Deze week: Sabine de Witte van Blanco Tekst.
1. Waarom ben je ondernemer geworden?
Tijdens mijn studie ontdekte ik dat het schrijven van teksten mij erg goed afgaat en dat ik dat erg leuk vind om te doen. In februari deed ik met mijn persoonlijke blog mee aan de Nobiles Studenten Blog Wedstrijd, die ik helaas niet won. Daardoor wist ik wel zeker dat ik iets met mijn schrijftalent wilde gaan doen en is het balletje dankzij Twitter gaan rollen.
2. Waarom kiezen (potentiële) klanten voor jouw bedrijf?
Bedrijven hebben jaren geleden allemaal een website aangeschaft, om maar een website te hebben. Tegenwoordig moet een website harde omzet opleveren en is het niet alleen de online aanwezigheid die telt. Een goede tekst die de doelgroep aanspreekt is daardoor erg belangrijk. Ik optimaliseer een website met tekst; ik schrijf volgens zoekmachine richtlijnen waardoor de vindbaarheid wordt vergroot, de website leesbaar blijft en een bedrijf er omzet mee kan maken.
3. Welke recente ontwikkelingen zijn er in jouw branche?
Besparingen op communicatie- en marketingmiddelen in het kader van de crisis. Maar communiceren kun je niet uitsluiten, dat moet je blijven doen (met nieuwsbrieven, advertenties en het zichtbaar/actueel blijven door pers- en pr-berichten te sturen), zowel met bestaande als potentiële klanten. Juist in deze tijd is het belangrijk om de relaties met klanten te onderhouden en nieuwe relaties aan te gaan, goede communicatie speelt daarin een cruciale rol.
4. Wat is je grootste zakelijke succes en de grootste zakelijke blunder die je hebt begaan?
Dat ik ben gaan Twitteren is mijn grootste zakelijke succes geweest. Hierdoor heb ik de contacten én de steun gevonden om mijn eigen tekstbureau te starten. Inmiddels ben ik een half jaar bezig en een grote zakelijke blunder ben ik gelukkig nog niet begaan. Dat is mede te danken aan de collega-ondernemers die ik om mij heen heb verzameld. Het afgelopen half jaar heb ik meer geleerd dan tijdens mijn gehele studie!
5. Waardoor wordt jij als ondernemer geïnspireerd?
Door collega-ondernemers die open staan voor innovatie en samenwerking. Als klanten bij mij komen voor het herbouwen van een website of de technische aspecten dan schakel ik mijn netwerk in, stuk voor stuk mensen met ambitie en kennis. Ik volg alle ontwikkelingen in de social media en nieuwe media op de voet. Een mooi voorbeeld daarvan is Twitter, waarmee ik mijn eerste freelance opdrachten heb binnengehaald. Ook mijn business partner Patrick Mulder, waarmee ik succesvol samenwerk, ken ik via Twitter.
6. Wat zijn jouw 3 favoriete websites?
Dagelijks volg ik het vaknieuws mijn favoriete websites www.marketingfacts.nl, www.emerce.nl. Tussendoor lees ik blogs via RSS die relevant zijn binnen mijn vakgebied, hou ik mijn eigen vorderingen voor mijn omgeving bij op mijn site www.sabinedewitte.nl en ben ik nog actief op http://twitter.com/sabinedewitte en haal daar leuke contacten en opdrachten uit. De website van Blanco Tekst wordt momenteel ontworpen en zal media februari live staan.
7. Hoe zet jij het kvknetwerk.nl in?
Regelmatig plaats ik informatieve teksten en discussie’s op het kvknetwerk.nl en hallo! Met de teksten die ik samen met Patrick Mulder schrijf, wil ik graag mijn visie delen en discussie uitlokken. Op die manier blijven de community op deze websites actief en door het uitwisselen van kennis lever ik een bijdrage aan het KvK netwerk.
8. Wat is jouw beste tip voor collega-ondernemers?
Aanwezigheid op online profielen zoals LinkedIn, Facebook, KVKnetwerk en Twitter voor personal branding, bekendheid bij klanten en natuurlijk bij Google. Digitaal netwerken levert snel resultaat; Google indexeert het snel, je hebt een groot bereik en korte communicatielijnen!
Niet te missen waren de beelden in het nieuws na de aardbeving in Haïti. Hulp komt langzaam op gang en de omvang van de beving wordt nu pas duidelijk. Er zijn zelfs nog Nederlanders vermist! Er is te weinig schoon drinkwater, de hygiënische omstandigheden zijn slecht en de gebieden zijn slecht bereikbaar.
Tropicare is een actie gestart via Twitter en andere social media. Als je €10,00 doneert, ontvang je een MediKeeper USB stick waar je je persoonlijke medische gegevens op kunt bewaren, zodat je deze eenvoudig bij je kan dragen tijdens je reis. Waarom moet je iets terug krijgen voor je donatie? Tropicare is een instantie die zich bezighoudt met de voorbereiding en verzorging van reizigers. Tijdens een reis of vakantie gebeuren volgens de statistieken de meeste ongelukken en ook ziek worden gebeurt vaker in het buitenland.
Met jouw donatie kun je de slachtoffers van de aardbeving helpen, maar ook jezelf! Het volledige bedrag gaat naar Giro 555, meer informatie over de actie vindt je op: http://bit.ly/careplus
De actie van Tropicare/CarePlus heeft gisteren zelfs in het AD gestaan:
Terwijl half Nederland nog hoopt op een Elfstedentocht, uitkijkt naar de wintersport vakantie of geniet van de restjes sneeuw, hoopt de andere helft maar op één ding: zo snel mogelijk weer zomer!
Dat die helft met het hoofd in de zon zit en alweer druk is met de voorbereidingen van de zomervakantie, zal komende week te merken zijn op de Vakantiebeurs in Utrecht. Mijn primeur op de vakantiebeurs was dinsdag op de Vakdag. Geen nieuwe zomerbestemming uitgezocht, maar informatie, contacten en ideeën opgedaan.
Op zulke beurzen kan ik echt mijn ogen uitkijken. Iedereen doet verschrikkelijk zijn best om de mooiste stand neer te zetten, de meeste mensen erom heen te verzamelen en zoveel mogelijk potentieeltjes binnen te halen. In Nederland moet dat met ‘gratis’. Gadgets, knulligheden, eten en drinken uit delen en de mensen zijn ineens een stuk opener voor wat je te vertellen hebt. Met het uitdelen van pennen redt je het tegenwoordig niet meer.
Vorig jaar was ik een dagje met vriendinnetje Dee naar de Huishoudbeurs. Hoe we er op kwamen, geen idee, maar dat nooit weer! Wat een grijpgrage handjes hebben al die overrijpe gefrustreerde huisvrouwen! Ze komen met een lege trolley aan en gaan bepakt en bezakt weer naar huis. Ook op de vakantiebeurs zag ik de verschrikkelijke boodschappenkarretjes weer voor bij komen. Ik snap dat het niet handig en comfortabel is om de hele dag met alle foldertjes rond te moeten lopen, maar om nou ieder gratis vlaggetje of snoepje op te gaan eisen?! Bovendien zijn die karretjes allerminst handig voor de doorstroming en de hielen en tenen van je mede-bezoekers.
Ga je al die gratis spulletjes allemaal bewaren, als je bij thuiskomst de buit bekijkt? Of alle vakantie folders met de hele familie doornemen om je volgende bestemming te bespreken? Laat je je echt beïnvloeden door hoe de stand er uit ziet en wat er weggegeven wordt bij het kiezen van je vakantie? Dat zou weer bewijs zijn dat wij een stel makke schapen zijn, zo makkelijk te manipuleren. Maakt gratis echt het verschil? Bij mij in ieder geval niet. De NS kan het niet meer goed maken met een gratis bakje thee uit een papieren bekertje, bij de zoveelste keer vertraging. Al zou Super de Boer haar groente- en fruit gratis meegeven als je er boodschappen komt doen, ik blijf het een vieze winkel vinden.
Als wij met ons gezin op vakantie gingen, kwamen in december de reisgidsen binnen, mochten we allemaal een camping in Frankrijk (in een al wel bepaald gebied) uit kiezen en de camping met de meeste stemmen werd onze bestemming. Maar tot we zover kwamen was het een maand bladeren, vergelijken en al een beetje fantaseren over hoe het er zou zijn. Als ik nu heel 1.0 door een reisgids blader, denk ik aan de zondagmiddagen die ik met de gids op schoot zat, verlekkerd te kijken naar al die mooie zomerse plaatjes. Wil ik op vakantie, dan zoek ik een bestemming die me aanspreekt en de rest zoek ik er wel bij. Ik laat me niet omkopen met een sleutelhanger of sticker.
Vrijdag zal ik ondervinden of de vakantieplannende consument net zo grijpgraag is als de vrouwen op de Huishoudbeurs. Gratis (leed)vermaak. Ik blijf trouw aan de 1.0 reisgidsen en reisboeken voor een volgende vakantie. Die ik dan wel online zal boeken, en een aanbieding met gratis overnachting zal ik ook zeker niet afslaan. Maar ik hoef echt geen strandbal te ontvangen om me te overtuigen van mijn boeking.
Terug naar de realiteit; voorlopig kunnen we nog langlaufen in ons koude kikkerlandje en ga ik nergens heen…
…spelen in de sneeuw. Gistermiddag kriebelde de schaatskoorts waar die niet gaan kon. Zaterdag werden er in de buurt van Giethoorn nog tochten gereden, dus positief gestemd togen vriendinnetje S. en ik met onze schaatsen, 6 lagen kleding en goede moed richting het grote water. Allebei voelen we ons helemaal in ons element op de schaatsen, lekker vaart maken en gaan. Het liefst op donker ijs, tussen het riet.
Eenmaal in de buurt waren zelfs de kleinste slootjes weer open gewaaid, de tips die we hadden gekregen lagen er verlaten bij en de plaatselijke ijsbaan was nog niet open. Op de terugweg, toen ons de schaatsmoed in het ijs was gezonken, was deze wel open en besloten we toch een rondje te wagen. Een ijsclub waar keurig wordt geveegd en gedaan. Waar entree betaald moet worden. Maar waar het ijs meer weg had van een cellulitis-bovenbeen dan een fijne ijsbaan. Met iets te veel vaart vast komen met je schaats in een schuur, of over hobbelig ijs heen moeten schaatsen kan voor lelijke valpartijen zorgen. Gelukkig kwam het niet zover, maar om erger leed te voorkomen aan de net geslepen ijzers waren we er na 3 rondjes wel klaar mee. En met ons nog vele andere bezoekers, dat waren dure rondjes. Belachelijk dat ze met zulk ijs toch 4 euro per persoon durven vragen! Vraag dan de helft, want ze wisten zeker weten wel dat het slecht ijs was.
Uiteindelijk zijn we afgedropen voor warme Schoko bij S. thuis. De schoko werd winterthee met een broodje worst, zelfs van 3 rondjes buitenlucht krijg je (lekkere) trek. In de auto hadden we al ietwat jolig gezegd dat we maar een sneeuwpop moesten gaan maken als het schaatsen geen middagvulling zou worden. En nadat we er een paar keer om hadden gelachen, trokken we toch maar de sneeuwschoenen aan en gingen aan de slag.
Allebei konden we ons de sneeuwpret van vroeger herinneren; in een warm ski-pak op de slee, sneeuwpoppen bouwen met vaders en sneeuwballen gooien met de buurt. Waarom er mankracht bij nodig was, werd snel duidelijk, na het rollen van 3 flinke ballen moesten ze ook nog op elkaar… Toen de pop enigszins vorm kreeg, pauzeerden we even met een lekker bord soep. Daarna vlug verder met het improviseren van ogen, neus, mond en de bekende knopen. Zelfs een bezem kwam er aan te pas. Ondertussen sneeuwde het weer onophoudelijk, maar dat kon de pret niet drukken, net als het feit dat het inmiddels donker was. We improviseerden en schaafden er lustig op los, kregen publiek met nog wat laatste aanwijzingen en uiteindelijk konden we met onze nieuwe vriend op de foto, trots en met gloeiende wangen van ons gezwoeg en de vele lagen kleding.
Wat was het fijn om weer even ‘klein’ te zijn, je te kunnen vermaken met een middagje buiten spelen! Een duidelijke foto van het eindresultaat is er nog niet, iPhones en donkere omgevingen zijn geen goede combi, maar die volgt zeker.
Niet met ijsballen of sneeuw, de sneeuw die nu valt is zo fijn dat het aanvoelt alsof je door een koude sauna loopt, of lekker verneveld wordt tijdens het zonnen aan de kant van het zwembad. Een natte waas.
Ingepeperd door de spiegel die me voor werd gehouden. Hoewel ik ergens wel weet dat het niet alleen maar gaat zoals ik wil, probeer ik vaak alles (en iedereen) zoveel mogelijk te manipuleren om het toch op mijn manier te doen. De keuzes die ik het afgelopen jaar heb gemaakt, waren keuzes naar mijn eigen geluk. Daarbij wel eens vergetend dat dat niet per definitie het geluk van een ander hoeft te zijn. Maar als ik lekker in m’n vel zit, ben ik voor iedereen een leuker persoon, dacht ik. Dat is ook zo, maar het scherm van mijn macbook zorgt ook voor afstand, is een soort muur voor iedereen die een gesprek met me probeert te voeren terwijl ik achter mijn scherm zit. Ondanks dat ik dat prima kan combineren, was het eigenlijk nooit bij me opgekomen dat het ongeïnteresseerd over komt. Dat is namelijk niet de intentie. Net als wanneer ik tussendoor even mijn mail op m’n telefoon check. Ik hoor en merk alles wat er om me heen gebeurt en het is zeker geen desinteresse. Zelf hou ik van snelle reacties, dus dan moet ik dat zelf ook geven, zowel zakelijk als privé.
Soms is het wel goed om een spiegel voorgehouden te krijgen. Dat anderen in dat spiegelbeeld andere dingen zien dan jij, of vast blijven houden aan een beeld van toen, maakt het ingewikkeld. Ja, ik ben veranderd. In mijn eigen beleving positief, want ik doe wat ik al zo lang wilde; ik maak me nuttig met iets wat ik leuk vind om te doen en goed kan. Mijn interesses en prioriteiten zijn veranderd en ik heb geleerd dat ik sommige dingen beter moet relativeren. Maar ook heb ik ingezien dat ik geen moeite moet doen voor dingen die niets opleveren. Of energie moet steken in dingen waar ik niets voor terug krijg. Zo voorkom ik teleurstelling en frustratie bij mezelf.
Het is best lastig om een balans te vinden waar iedereen gelukkig van wordt. Na mijn lange zoektocht naar iets waar ik mijn hart, ziel en passie ik kon stoppen, is de bereidheid om iets in te leveren ook ver te zoeken. Dit is waar ik zo lang op heb gewacht en naar heb verlangd. Ik ben jong, begin net en moet me een weg banen in de nieuwe rollen, het ‘nieuwe’ leven. Dat hoef ik niet alleen. Dat wil ik ook zeker niet alleen. Maar ik heb wel ruimte nodig om mijn vleugels eindelijk uit te kunnen slaan, met de wind mee te kunnen zweven op zoek naar meer uitdaging en succes. Daar put ik energie en geluk uit, wat ik graag wil delen. Met iedereen die zich daar voor open stelt. Ik ben nog steeds open en toegankelijk, maar sluit me wel af voor vooroordelen en negativiteit.
Misschien wel net zo verfrissend als een sneeuwbal in je gezicht. Even weer de ogen openen en verder kijken dan jezelf. Ik ben immers niet alleen op de wereld…
Stoepen, straten en opritten. Onbegaanbare parkeerplaatsen door opgesnoven sneeuw of ijsbanen. Rondom de seniorenwoningen verderop is het een grote gevaarlijke glijpartij, bij de supermarkt en de scholen kom je zeker niet op de fiets en de stoep naar het station is levensgevaarlijk, heb ik gister met eigen lichaam mogen ervaren.
Het is -5 overdag, de ‘oude’ sneeuw is aangevroren, nieuwe volgens het weerbericht met ‘showers’ in aantocht en het (strooi)zout is op rantsoen. Daar wordt je toch flauw van! Hoe is het mogelijk dat ons land, het Nederland waar alles zo goed geregeld schijnt te zijn, nergens op voorbereid is? Of het hele openbaar vervoer ligt plat en iedereen zit verplicht thuis, of je staat tot half 2 ‘s nachts in een kringetje om het Amsterdamse ringetje, of het zout is bijna op.
Als eerste hebben buurlanden dat probleem niet, wij zijn ongeveer het enige land dat zoveel zout gebruikt. Andere landen strooien dat gecombineerd met scherp zand of kleine steentjes. Voor alle methoden is wat te zeggen; zout is slecht voor de planten en auto’s, zand voor het asfalt en de riolering en steentjes strooien zal ook de nodige schade aanrichten. Maar het aantal EHBO-bezoeken is de afgelopen weken door gladheid en slecht strooibeleid ernstig gestegen. Ik voorzie nu al een noodzakelijke verhoging in de zorgverzekeringspremies, vanwege het grote aantal glijpartijen.
Als tweede, we hebben zo vaak oefeningen met de meest bizarre doemscenario’s, waarom kunnen we dan geen paar dagen sneeuw en temperaturen lager dan -5 aan? Ja de aardbol warmt langzaam op en de temperaturen lopen omhoog, behalve in de winter. Die zijn de afgelopen jaren een stuk strenger en witter geworden. Waarom wordt daar in de zomer niet al rekening mee gehouden? Is de organisatie van de Elfstedentocht de enige organisatie die zich het gehele jaar door bezighoudt met ‘de mogelijkheid tot een tocht der tochten bij doorzettende vorst?’ Als die tocht er komt, wil ik alvast meegeven, dat ik niet met de NS richting het Friese land zou proberen te komen. Dan blijf je gegarandeerd ergens ter hoogte van Steenwijk of Wolvega steken, daar waar het net geen Friesland is en het allemaal niet gebeurt. Tenzij je dagen van te voren al weg gaat, dan maak je nog een kans. Ik vermoed dat je, als het zover komt, je auto moet voorzien van sneeuwschuivers en een strooisysteem, want op de staat kan je niet meer rekenen.
Wie stopt de Nederlandse overheid wat peper in haar reet, haalt dat bord voor de kop van Den Haag weg en houdt JP een spiegel voor? Wil ons land nou echt serieus genomen worden en een rol gaan spelen binnen Europa? Moeten we hier nou trots op zijn?
Ik banjer vanavond op snowboots naar de supermarkt, sla een rantsoen in voor de komende dagen waarin we zullen leven in de onzekerheid ‘of we nog wel weg kunnen’. Kom op, winterbanden verplichten, versoepel het (zand/zout/stenen)strooibeleid en maak het weer verplicht om in ieder geval je eigen stoepje schoon te vegen. Jammer van de sleeritjes naar school, glijden doe je maar op de glij- of ijsbaan.
Mijn ongezouten mening. Nu ben ik er wel een beetje flauw van. Ik hoop dat dat beetje sneeuw niet de hele weekendplanning in de soep gooit, dat de voorspellingen en het zouttekort meevallen en het gauw weer 21 maart is. Mocht het nou echt nog erger worden, stel ik een massale winterslaap voor. Alle problemen opgelost, weg met de winterdip en dan lopen we in het voorjaar maar al te graag weer warm en een stapje harder voor de verplichtingen. If you can’t beat it, enjoy it.
PS Misschien gaan we over een -tig aantal jaar wel de verfilming krijgen van ‘De winter in 2010, zo moet het niet’. ‘De hel van ’63′ is er dan vast niets bij!
…Om het Amsterdamse ringetje! Leve ons koude kikkerlandje! om 16u stopte de helft van de kantoren met werken in 020 vanwege voorspelde sneeuwbuien. Een uur later lag alles plat: treinverkeer, Schiphol en het verkeer stond overal muurvast. Er was plaatselijk 10cm sneeuw gevallen. Dat kunnen we natuurlijk niet aan!
Winterkleding uitverkocht, sleeen, sneeuwschuivers, strooizout en schaatsen nergens meer te krijgen, en zelfs nu nog honderden kilometers stilstaande auto’s in een lange rij. Wat zullen ze om ons lachen in landen als Duitsland, Frankrijk en Tsjechie. Daar is sneeuwval niet zo vreemd en moet er echt wel wat meer vallen wil het land zo ontregeld raken.
De NS heeft toegezegd 50 miljoen uit te trekken voor het ‘winterproof’ maken van de treinen. Hopelijk zijn de rails al winterproof of vallen die in het zelfde potje, anders hebben we straks winterklare treinen zonder passagiers, omdat het OV onbetaalbaar is geworden.
Het was een paar keer leuk, het ziet er eventjes mooi uit, maar nu is iedereen er wel weer klaar mee. Uit met de sneeuwpret. Laten we ons nu verheugen op schaatspret, met een lekker zonnetje, koek & zopie en warme choco en snert. Een Elfstedentocht lijkt me wel wat, om even alle Culemborgse frustratie om te zetten naar saamhorigheidsgevoel.
Volgens de voorspellingen blijft het witte poeder ons de komende dagen in haar greep houden. Massaal thuiswerken dan maar, in de pauzes nog wat sneeuwpoppen klussend of sneeuwballen gevechten houdend. Ach, het houdt je van de straat!
Morgen is het voorbij; het verplichte (klap)zoenfestijn van nieuwjaarswensen. Volgens mij is dat een van de meest gehate verplichtingen na nieuwjaarsdag. Na twee dagen te hebben genoten van Oud & Nieuw, oudjaarsdag en de katerdag afterwards, lijkt iedereen de jaarwisseling enigszins vergeten. Tot het eerste familiebezoekje en de eerste werkdag aanbreekt.
Uiteraard is de eerste die op je afstevent iemand die je het liefst de rest van het jaar had gemeden, de tweede is de directeur die je altijd fijn op je plek weet te zetten, je seksistische mannelijke collega en de altijd naar zweet ruikende telefoniste… Heerlijk, al die oprechte wensen en fijne klapzoenen.
Op het familiebezoekje gaat het er iets prettiger aan toe. Je oma knuffelt je fijn, je favoriete tante knijpt liefkozend in je wang en de jongere generatie zit nog brak en moe alcohol walmen uit te puffen.
Grappig dat deze ‘traditie’ ons ook in deze tijd, waarin we volgens Bea veel individueler en digitaler met elkaar omgaan, blijven voortzetten. Zelfs de echte kerstkaarten blijven ieder jaar trouw binnen komen, de enkele digitale wensen dragen weinig voorspoed bij.
Waar halen we de drang vandaan een ander een gelukkig nieuwjaar te wensen in de eerste week van januari? In de hoop dat we het zelf nog beter gaan krijgen, door andermans wensen? Moeten we dan niet iedere dag beginnen met een persoonlijke gelukswens? Iedere dag is immers een nieuwe dag, misschien wel waardevoller dan het meemaken van een nieuw jaar. De wisseling van een dag heeft immers veel meer directe invloed op je geluksstatus dan een eens per jaar terugkerend festijn wat we iedere keer weer meer opblazen en belangrijker maken dan het is. Voor mij heeft een verjaardag wel 100x meer waarde, juist omdat je op die dag vaak alleen van oprechte personen hoort.
Voor de volgende reis; blijven tot na driekoningen. Daarna ‘mag’ het immers allemaal niet meer…
Ondanks het slechte weer, de koude temperatuur en opstartend Nederland is het vandaag rustig richting Amsterdam. De coupé nagenoeg leeg, trein rustig en passerende stations verlaten. De forenzen zitten alweer keurig op hun deprimerende kantoortjes en na de december-ns-perikelen lijkt het erop alsof iedereen die kon, maar thuis is gaan werken.
Mijn eerste officiële reis met OV-chipkaart. Ouderwetse controle met een jolige conducteur die er vandaag nog even in moet komen. Hij wilde zowaar mijn nieuwe pas gaan stempelen. We kijken elkaar lachend aan en herkennen elkaar van een kleine maand geleden. Een guitige man, 28 jaar en de vorige keer heeft hij me zijn levensverhaal gedaan. Geïntrigeerd had hij gekeken naar mijn ijverige getik en gevraagd wat ik deed.
Een leuk gesprek volgde en hield me nog lang bezig. Want deze man is niet voor zijn lol conducteur geworden. De ambitieuze salesman stond ineens op straat dankzij ‘de crisis’, maar heeft nog wel zijn ex-vrouw en kindje te onderhouden. Dikke alimentatie, zijn kind nauwelijks zien en geen werk meer te krijgen in zijn branche. Wat moet je dan? Van een WW kan hij z’n alimentatie niet eens betalen en zijn ex dreigde dat hij dan zijn kind niet meer mocht zien. Met zijn rug tegen de muur.
De vorige keer had hij een trieste, verslagen blik in zijn ogen. Hij had zich gewonnen gegeven, zijn ex had aan het langste eind getrokken en eigenlijk hoefde het allemaal niet meer zo. Hij had niet jarenlang gestudeerd om nu kaartjes te knippen en bijna alles wat hij verdiende af te moeten staan, alleen thuiskomend ‘s avonds in een klein ongezellig appartementje.
Vandaag is hij jolig en vrolijk. We kletsen verder over hoe het nu met hem gaat. Hij laat zich omscholen via het UWV en werkt parttime als conducteur. Het houdt hem van de straat, anders komen de muren van zijn kleine ‘huis’ veel te veel op hem af. De feestdagen waren zwaar voor hem, maar dankbaar dat hij gezond is en zelfs een dag met zijn kind heeft mogen doorbrengen.
Bijna bij Amersfoort moet hij er echt vandoor, de weinige mensen die nog in de trein zitten controleren. Maar vandaag ziet hij dingen door de vingers, we moeten allemaal weer even inkomen. Afstand nemen van onze verplichte vrije dagen en weer ons heil zoeken in de dagelijkse gang van zaken. We nemen afscheid met een lach en hij roept nog na dat hij me volgende maand wel weer in de trein ziet zitten en dan mijn verhaal wel eens wil horen.
Ik grinnik na, de vertraging die mijn dag bijna verpeste alweer vergeten. Ik mag mijn handen dicht knijpen, realiseer ik me eens te meer. Met deze beste kaartjesknipper komt het ook weer goed. Als je maar wilt, echt iets wilt, dan lukt het. Met wat extra moeite en wat extra steun, van je omgeving, of zomaar van een onbekende. Een fijn begin van een nieuwe werkweek in het nieuwe jaar vol nieuwe kansen voor iedereen.
Sloten we donderdag weer een decennium af, vandaag luiden we de ‘vijftigers’ in. Vaders ziet vandaag Abraham. Een halve eeuw oud. Wat klinkt dat lang! Ik heb nog erg jonge ouders, vond vijftig altijd erg oud klinken als ik hoorde hoe oud ouders van vriendjes en vriendinnetjes waren. Volgende maand word ik 25, de leeftijd waarop mijn vader ‘vader’ werd.
Wat heb je veel om op terug te kijken, na 50 jaar. Politieke, economische en technologische ontwikkelingen te over, groei, vooruitgang. Geen heftige gebeurtenis als een oorlog, wel grijze haren van drie kinderen. Een steeds veranderende rol gedurende de jaren, veranderende tijden en gewoonten. Sommige veranderingen volgen elkaar zo snel op, dat ze maar moeilijk bij te sloffen zijn (sloffen en vaders, gnagna).
Een halve eeuw oud, maar nog steeds jong van geest. Gefeliciteerd paps, op naar de volgende halve eeuw!
Voor Sinterkerst kreeg ik het boek ‘Haar naam was Sarah’ cadeau. Mij zei de titel niets, maar moeders en vriendin S. hadden er over gehoord en gelezen en klonken positief.
Afgelopen week, in een ‘leeslounge’ in een boekwinkel in Berlijn ben ik er in begonnen. Een journaliste, Parijs en de Tweede Wereldoorlog. Allemaal elementen die me ontzettend aanspreken. Ik heb een bizarre fascinatie voor aangrijpende verhalen uit de Tweede Wereldoorlog. Alleen door het vertellen van verhalen en het herdenken kunnen we generaties na ons nog vertellen over de gruwelijkheden die zich toen hebben afgespeeld, mocht er niemand meer uit de generatie zijn die het daadwerkelijk heeft meegemaakt.
Het is even ontdekken hoe het boek in elkaar steekt, vanuit welke persoon het boek geschreven is. Twee ‘losse’ verhaallijnen die pas later met elkaar in verbinding komen te staan.
Vooral de aantrekkingskracht van de stad Parijs, wat een soort gevoel is wat onderdeel is van je persoon, was een beschrijving die de spijker op z’n kop sloeg.
Tijdens het lezen kon ik me een aantal plekken herinneren, de overige plekken zou ik het liefst morgen nog opzoeken!
Na de eerste hoofdstukken in de lounge te hebben verslonden, moest ik het boek even links laten liggen voor wat ‘sight seeing’ Berlin. Vandaag op de terugweg las ik het boek in een ruk uit en ik kon mijn tranen bij de laatste zinnen niet bedwingen.
Hoe het verhaal precies gaat, verklap ik niet. Maar ik kan me de wanhoop na het meemaken van zoiets traumatisch zo goed voorstellen! Ook het willen weglopen, vergeten. Niets onmenselijks aan! Ongetwijfeld hebben veel mensen na de oorlog of na andere traumatische ervaringen hetzelfde gehandeld, niet wetende hoeveel invloed het verloochenen van je eigen geschiedenis, je bestaan heeft. Niet alleen voor jezelf, juist ook voor je omgeving.
‘Haar naam was Sarah’ is een van de boeken die je gewoon moet hebben, of in ieder geval moet lezen. Een echte must read, die af en toe in de boekhandel voorbij komt. Aanrader voor de komende koude, sneeuwige dagen, waarop we weer even heel dankbaar mogen zijn met alle warmte, luxe en vrijheid om ons heen.
Als eerste een geweldig 2010 gewenst! Hopelijk is iedereen weer enigszins hersteld van een wilde nacht.
Geen Berlijnse nieuwjaarsduik om bij te komen van een geweldig Silvester feest, maar een gezellig, typisch Duits samen zijn. Eten, hangen, eten, hangen, sneeuwhappen. Prima dagje dus, grootste verschil met Nederlandse nieuwjaarsdagen: geen kring maar aan tafel, en voor het eerst sinds jaren geen spoortje brakheid te bekennen. Heerlijk, een echte frisse start, afgezien van extreme luiheid.
Silvester was indrukwekkend; de sneeuw, het indrukwekkende vuurwerk, de bekende pleinen vol hossende mensen en de gemoedelijke sfeer overal. Geen brandjes en opstanden, maar echt feest. Natuurlijk is er wel het een en ander gesloopt, baldadigheid schijnt er bij te horen op zo’n avond. Was de stad twintig jaar geleden nog verdeeld en van zoveel partijen waardoor niemand zich echt ‘Berliner’ kon voelen, nu heerste er gelijkheid, vrijheid en broederschap. Om 00.01 u voelde ik me dan ook echt even ‘vrij’. Best bijzonder, als de stenen van de plaats waar de muur heeft gestaan onder je liggen en het plein waar je staat feest te vieren onbereikbaar was in die tijd. Speciaal voor Silvester was zelfs Captain Jack weer tot leven gewekt! (lees: slechte kopie qua looks wel beter qua stem en een Janice Dickenson-achtig mee playbackend madchen op het podium)
Op 1 januari hebben we allemaal de drang om een nieuwe start te maken; voornemens, plannen etc. En zo’n eerste dag van het nieuwe jaar telt niet eens mee als echte dag, want iedereen is brak en gaat alleen het verplichte rondje handjes schudden af. Toch voelt het een beetje alsof je voor het eerst je nieuwe agenda mag gebruiken en er daadwerkelijk wat in schrijft. Je begint heel netjes, binnen de lijntjes, maar over een maand is het alweer kansloos gekras, volgeplakt met memo’s en onoverzichtelijk geschreven.
Dit jaar wordt anders. De papieren agenda waar ik voor het eerst wat in kan zetten, heb ik van het zomer al overboord gegooid. Te brak om te poepen het nieuwe jaar in is me de afgelopen jaren nooit goed bevallen, dus die frisse start is een verademing. Voor de rest plan ik lekker niet zoveel meer vooruit. Ik noteer de mogelijkheden in mijn agenda en bekijk van dag tot dag wat me aanstaat om daadwerkelijk uit te voeren. Los van de ‘must-do’s’ natuurlijk. Wat vaker relativeren en reflecteren, dan hoef je niet terug te vallen in al die dingen die je hebt afgezworen.
Die frisse start ga ik nu voortzetten in een dampend heet bad. Nu heb ik het nog tot mijn beschikking. Nog een dagje toegeven aan luiheid, dan gaan we weer knallen. 2010, be aware, here I come!
Dit jaar niet eerst thuis en dan naar de plaatselijke kroeg. Een heel ander Oud & Nieuw voor de boeg. Tussen de bekenden en de onbekenden, de flessen champagne, de sneeuw en de Duitse trots; oud en nieuw bij de Brandenburger Tor in Berlijn.
Hoewel dit mijn tweede keer in deze bruisende stad is, word ik iedere keer weer aangenaam verrast. Vriendelijke mensen, gezellige sfeer op straat, in restaurants, vriendelijk personeel en heerlijk eten en drinken. Was de eerste dag nog grauw en regenachtig, sinds gister ligt ook Berlijn gehuld in een witte deken. Wat de stad nog iets magischer maakt. De oude DDR-gebouwen, Russische bouwsels en ook de immense westerse warenhuizen steken zo nog meer tegen hun witte omgeving af.
Al jaren ervaar ik oud en nieuw als iets waar je ontzettend naar toe leeft maar iedere keer weer een kleine teleurstelling was. Niets speciaals, geen apart gevoel. Wel terugblikken en afsluiten. Voor mezelf heb ik 2009 al afgesloten. Ik ken de hoogte- en dieptepunten en sta te trappelen om in 2010 met een frisse start verder te gaan.
Fijne NYE, oudjaarsdag, afsluiting en nieuw begin. Allemaal vast een gelukkig nieuw jaar, maak er een mooi feestje van!
Nee ik heb me niet gemengd in duistere Oost-Europese zaken. Hoewel Oost-Berlijn eigenlijk een verlengde van Rusland is, had ik me heel goed in deze onderwereld kunnen mengen. Na een tocht door de grijze, grauwe DDR-wijken richting het centrum. Hoe vreemd ook, dat ervaarde ik in Praag al, maar al het grijze grauwe heeft wel echt iets fascinerends. Geen onderwereld-avontuur dus.
Wel gingen we meters onder de grond, om de donkere gangen onder de U-bahn van de Gesundbrunnen te ontdekken. Een tijd geleden zag ik op Discovery al hoeveel ondergrondse stelsels er nog zijn. In tegenstelling tot wat velen denken, stammen deze niet uit de Tweede Wereldoorlog. Wel zijn ze toen weer in gebruik genomen, de bunker die ik vandaag bezocht deed dienst als schuilbunker bij luchtalarm. Alle waarschuwingen zijn nog origineel, de verdere ‘inrichting’ is gevonden in verschillende bunkers in Berlijn. De meesten zijn na de Tweede Wereldoorlog helemaal leeg gehaald. Drie jaar geleden was ik in Berlijn en stond ik op een grasveldje in de snikhete zon naar een bord te kijken, waarop stond dat ik op de bunker van Hitler stond, zijn laatste verblijfplaats. Die bunker is afgesloten en verzegelt, bang als ze hier zijn voor extremisme. Zonde, want het bezoekje aan de ‘onderwereld’ was wederom erg confronterend.
Bizar om je voor te stellen dat hokken zonder daglicht en verse lucht uren gevuld waren met bange mannen, vrouwen en kinderen, wachtend op een teken dat het ‘buiten’ weer veilig was. Manieren bedenken om zo lang mogelijk zuurstof te hebben. Bizar om te zien hoe creatief ze waren, door verf te mengen met een chemische samenstelling waardoor de muren oplichtten als de stroom uit viel. Eng om je voor te stellen dat ook in die bunker verschrikkelijke dingen zijn voorgevallen. Nog enger als je je bedenkt dat onder de hele stad deze bunkers liggen en ze veelal allemaal met elkaar verbonden zijn. Hitler had een creatieve, maar zieke geest.
Van de ene zieke geest naar de ander, althans dat is het oordeel van velen. Er blijkt sinds februari 2009 een waar Dali museum in Berlijn te zitten. Dat vroeg om een bezoekje. Mijn reisgezelschap had zichzelf getrakteerd op een andere, mannelijke missie, dus had ik de hele middag de tijd om me te staan vergapen aan de geweldige tekeningen, beelden, en illustraties van de surrealist Dali, de kunstenaar die ik enorm bewonder. Om zijn lef, om zijn creativiteit. Dali deed alleen wat zijn hoofd hem opdroeg. Hij was gefascineerd en door veel dingen geobserdeerd. Ja, hij is de kunstenaar met de horloges, vreemde hoofden, skeletten en leeuwen. Maar hij was nog veel meer. En achter al zijn werken zat een hele rij gedachten, die hij probeerde te ‘vangen’ op doek. Al kijk je 10 minuten naar hetzelfde werk, je blijft nieuwe dingen ontdekken, grappige schepsels, schimmen en subtiele hints waarmee hij de werkelijkheid een hak zette. Hij leefde in zijn eigen onderwereld. Een heel bizarre, op het eerste oog. Maar als je verder kijkt, je verdiept in zijn obsessies, gaan zijn werken veel meer spreken en leer je hem begrijpen. Dat is een proces wat je niet in een middag leert.
Berlin macht mir viel SpaS. Zowel in de zomer als tijdens grijze winterdagen een prachtige, veelzijdige stad met vriendelijke mensen en verrassende elementen. De sfeer op de weihnachtsmarkten, de schaatsbaan, de Fernsehen Turm die al 2 dagen verdwenen is in de mist. Een ontzettende aanrader, mede dankzij de geweldige gidsen en alle tips!
Voor foto’s zie mijn Flickr, ik ga weer snel verder met Berlijnse avonturen
Vanaf vandaag een weekje rust, ik ga namelijk tot zaterdag naar Berlijn. Er even lekker tussenuit, om weer fris en fruitig het nieuwe jaar in te gaan en een nieuwe start te maken.
Goede week, pas op met vuurwerk en een leuk oud & nieuw gewenst!
Donderdag 24 december 9.30u bij de plaatselijke Albert Heijn. Na een half uur zoeken naar een parkeerplek op eigen risico de winkel betreden. Een van de laatste karren te pakken. Wachten voor de poortjes bij de ingang.
Elleboogstotend en tussen de andere karren door manoeuvrerend. Wensen dat je ook ogen in je achterhoofd had, zodat je die achtelijke gladiool die je op je enkels rijdt had `aan zien komen en hem het schap met de zure bommen in had kunnen laten vliegen. Hysterische kinderen in onhandige autokarren, nog hysterischere huisvrouwen met ellenlange boodschappenlijsten. Opstootjes bij de verse stokbroden, want ondanks een tijdige bestelling is het personeel wat traag deze dag. Ruzie bij de Excellent groentes, gemor bij de wijnafdeling en ordinair jatwerk bij de laatste bus slagroom die de persoon achter je heel gewiekst uit je kar vist als je even niet oplet omdat je wordt overlopen door overstekende verwilderde mannen die aan hun haren zijn meegesleurd naar de winkel.
Gelukkig zijn wel alle kassa’s beschikbaar en na wat geduw, haren trekken en over tenen te zijn gereden kan je eindelijk de ‘kerstboodschappen’ op de band uit stallen. De supermarkt vlak voor kerst, de plaats om te zien dat wij geen kerst vieren om te herdenken dat het kindeke Jezus werd geboren in een krakkemikkige kribbe tussen de ossen en de ezels. Geen moment van bezinning, maar een ordinair vreetfestijn. De kerstgedachte is ver te zoeken op de vleesafdeling. Het personeel alles behalve in feeststemming. Al dagen lijden zij onder stress. De drukste dagen van het jaar, waarop de meeste omzet moet worden binnen getrokken. En om 10 uur zijn de meeste schappen al leeg. Slechte planning, distributie of voorbereiding? Geen idee, maar op dat moment hoefde het hele kerstgebeuren van mij even niet.
Na twee gezellige kerstdagen met een overdaad aan eten, drinken, spelletjes en gezapigheid, realiseer ik me hoe commercieel alle feestdagen worden uitgebuit, hoe gevoelig ik daar zelf voor ben en hoe schandalig dat eigenlijk is.
Volgens mij is deze trend veel erger dan de opkomst van moderne technologie die Beatrix aanhaalde in haar kersttoespraak. Persoonlijk voel ik me niet aangevallen, in tegenstelling tot andere online actieven. Ik weet dat in naast mijn ‘online’ leven een stabiel ‘offline’ leven heb en ik probeer dat nog steeds zo goed te onderhouden als het online leven. Online gaat het wat makkelijker, want in drukke tijden is een @mention, dm of prikbordbericht op Facebook een snelle en efficiënte manier om toch persoonlijk van je te laten horen. Mijn online leven heeft mijn visie vergroot, mijn vriendenkring en netwerk uitgebreid en kansen geboden die ik offline niet zo snel had gekregen.
Ik heb het opgegeven om offline mensen te overtuigen van de kracht van Twitter, het belang van het regelmatig checken van mijn iPhone (sinds de komst en mijn eerste mobiele telefoon zit deze vergroeit aan mijn hand, ik heb daar vrede mee en ervaar het niet als storend als een ander tijdens een gesprek af en toe op zijn of haar telefoon kijkt, maar mensen die niet zo gehecht zijn aan hun mobiele telefoon hebben daar wel problemen mee en dat is best lastig om daar balans in te vinden). Je staat er voor open of niet. Je ziet er een aanvulling in of niet. Als je het niet snapt of er niets aan denkt te hebben, moet je er zeker niet aan beginnen. Maar ondanks dat ik mijn buren bij naam ken en groet, deel ik met de online ‘onbekenden’ meer overeenkomsten zonder dat ik ze ken. Als je alleen een online leven hebt en de deur niet meer uitkomt, ben je niet goed bezig. Met alleen een offline leven bleef ik iets missen, het delen van interesses lukte niet omdat er maar weinig dezelfde interesse hebben in ‘online’.
Lieve Beatrix, dat alles zo onpersoonlijk gaat bij u thuis, is allemaal erg vervelend, maar neemt u dat Hyves-account maar aan en er zal een hele nieuwe, warme wereld voor u open gaan. Misschien dat u volgend jaar op ‘derde kerstdag’ al uw nieuwe online contacten uit kunt nodigen om de restanten van uw familiedinertje weg te werken? Heeft die ordinaire schranspartij ook nog nut.
Hierbij wens ik iedereen fantastische kerstdagen toe, die iedereen hopelijk met zijn of haar dierbaren kan doorbrengen. Geniet van de prachtige witte kerst!
Wat een opluchting, verlossing en weet ik veel wat nog meer. Vandaag is de afsluiting van ‘Het Glazen Huis’ van Serious Request 2009. De trein zou je er heen brengen, naar het mooie Grun. Dat ging deze week natuurlijk al mis, maar de Stadjers bleven lekker om het huis heen drommen.
Een goed initiatief; een week niet eten en betalen voor verzoekplaatjes. De opbrengst gaat ieder jaar naar een goed doel. Het eerste jaar waren dat hongerige kindjes in Afrika, het tweede jaar oorlogsslachtoffers etc. Het ging van kwaad tot erger. Behalve dit jaar. Zelfs Marco Borsato was een beter doel geweest dan malaria. Dit jaar is serious request echt van een mug een olifant maken!
Sowieso snap ik niet dat mensen de hele dag naar een huis kijken met een stel apen erin. De tijd van Big Brother is geweest, zou je denken. Het tegendeel blijkt waar, ik ben een van de weinigen die niet kijkt naar alle heisa rondom SR09. Toen ik gister in Groningen liep, stond er een handjevol publiek te kijken naar 3 glazen containers waar eigenlijk niets is te zien. Ja, het is knap om een week niet te eten. Ja, iedereen heeft wel geld over voor een verzoeknummertje. Maar ik had wel 100 andere goede doelen kunnen verzinnen waar het geld naartoe had gemogen. Waar ik meer sympathie mee heb, want wij Westerlingen zijn zelf te dwars om onze malariapillen trouw en goed in te nemen. De plaatselijke bevolking heeft geen geld voor preventie en lijdt er het meest onder. Maar op de lange termijn zal daar niets aan veranderen. Heel goed dat er weer wat hongerige buikjes gered kunnen worden van wat ze vandaag binnen halen. Het haalt alleen niets uit.
Serious Request; van een malariamug een olifant maken. Bij mij is alle sympathie voor het initiatief en de uitvoering verdwenen. Ik vind SR nog irritanter dan een zoemende malariamug.
(Ja ik weet wel dat het eigenlijke doel het Rode Kruis is, maar ik vind het gewoon stom).
Normaal ben ik erg van de data. Ik vergeet er geen. Opmerkelijk genoeg is er een toch wel heel onopgemerkt voorbij gegaan: de ‘verjaardag’ van mijn blog. Op 26 november vorig jaar begon ik op een andere plek, geheel anoniem, opnieuw. Eerdere blogs had ik dood laten bloeden en verwijderd. Best zonde, achteraf, want nu had ik graag dingen terug gelezen.
Waarom anoniem? Omdat ik in eerste instantie voor mezelf blog. Ik doe mijn verhaal, het is mijn ‘online dagboek’. Inmiddels heb ik ook een ouderwetse ‘hard copy versie’, maar die hou ik lang niet zo vaak bij, die is meer fase gebonden.
Soms twijfel ik of ik dingen wel of niet moet bloggen, maar dan hou ik weer voor ogen dat het vooral mijn ding is. Reacties zijn leuk en welkom, maar verder doe ik er mee wat ik wil. Al een jaar lang bijna iedere dag.
Als ik terug kijk naar afgelopen ‘blog-jaar’ heeft het me veel leuke dingen gebracht. Vaste lezers, veel reacties zowel direct op mijn blog, via hyves, twitter, facebook mail en zelfs per sms, een leuk contact dankzij de Nobiles blogwedstrijd met Simone en leuke reacties uit mijn omgeving. Dat ik het durf om mezelf zo bloot te geven, dat ik leuk schrijf of dat mensen zich herkennen. Dankzij die reacties is het nog leuker om te doen en motiveert het om het vooral te blijven doen.
Aan mijn blog, de Nobiles blogwedstrijd en Twitter heb ik het afgelopen jaar veel te danken. Een sprong in het diepe gewaagd door voor mijzelf te beginnen, maar het was de beste sprong die ik tot nu toe heb gemaakt. Waar het internet wel niet goed voor is; online vriendschappen opbouwen, een zakenpartner vinden en opdrachten binnen halen. Hoe hebben we ooit zonder internet kunnen leven?!
Bij deze iedereen bedankt die hier het afgelopen jaar gelezen en gereageerd heeft, me kansen heeft geboden, voorzien heeft van goede adviezen of er gewoon voor me was.
Het hele land lijkt lam gelegd, vandaag had uitgeroepen moeten worden tot ‘nationale thuiswerkdag’. Praktisch geen bus, trein of tram die rijdt, je zou maar moeten vliegen deze dagen, je weet niet waar je terecht komt. Onvoorstelbaar, een beetje sneeuw en Nederland ligt op z’n gat.
En dat terwijl buurland Duitsland niet meer raar opkijkt van dergelijke sneeuwbuien en temperaturen. Daar rijden de treinen, S- en U-bahns etc nog gewoon. Ja, de snelwegen daar stromen ook vol en lopen vast. Maar de openbare weg lijkt mij ook iets gevaarlijker dan het openbaar vervoer. Hebben we niet iets als wisselverwarming? Kunnen de rails niet worden gestrooid? Genoeg goederentreinen die tijdens hun nachtelijke reis over het spoor even wat kunnen lozen zou je denken?!
Over het strooibeleid kunnen boeken worden geschreven. Toen ik nog naar de middelbare school ging, fietste ik iedere dag 8 kilometer op en neer. Zodra het een beetje ging vriezen of sneeuwen, wisten we precies dat we bij het grensbordje Meppel moesten afstappen. Meppel strooit namelijk niet, nauwelijks of te laat. Drukke wegen, stoepen of winkelstraten, het maakt allemaal niet uit, als inwoner regel je het zelf maar. In buurtgemeenten wordt de politie gemobiliseerd om de stoepen en pleinen bij verzorgingshuizen en scholen schoon te helpen maken. Goede zaak!
De sneeuw brengt niet alleen sneeuwpret met zich mee, maar veroorzaakt ook een boel ellende. Terwijl ik dit type begint het in Amsterdam weer licht te sneeuwen. Hier is weinig te merken van alle ellende, want zoveel sneeuw ligt er hier niet. Toch doen de trams moeilijk. Het is te zot voor woorden. En terwijl we allemaal hopen dat we een witte kerst krijgen, betekent dat straks misschien wel dat we het diner bij onze ouders moeten missen vanwege een weer- of verkeersalarm.
Ik vind de sneeuw er leuk uit zien, maar dat kleine beetje in het Amsterdamse is inmiddels meer een bevroren modderbad. Het is slecht voor het ijs, dus wat mij betreft zijn we vanaf nu klaar met de sneeuwpret. Dan kom ik morgen misschien weer veilig met de trein thuis en kan ik tijdens de kerstdagen meteen al die overtollige pondjes eraf schaatsen.
Het stadslicht weerkaats in de felle witte sneeuw. Een warme gloed kleurt de lucht romantisch en voorspelt nog veel meer sneeuw. Door de ramen heen lijkt alles licht te geven. Wit licht.
De lichtval op deze dagen maakt zulke mooie plaatjes, ik blijf ze vast leggen. Ik koester deze dagen en licht er van op.
De wereld licht op. Zal dat ook de kerstgedachte zijn?
Waar ik zo naar uitkeek, een laag sneeuw, is gisteren uitgekomen. En goed ook, met een kleine 30 centimeter in de tuin. De hele dag van genoten, tot ik naar mijn ouders in het naastgelegen dorpje moest. Geen bus die meer die kant op ging. Dankzij tweepcare werd ik toch voor het huis van mijn ouders afgeleverd. Nogmaals dank, @MartijntenCaat!
De sneeuw zorgt dus niet alleen voor sneeuwpret, maar ook voor flinke problemen in het openbaar vervoer en op de weg. Toch typisch, in buurland Duitsland valt regelmatig een dik pak sneeuw en ook al komt het onverwacht, het land lijdt er niet onder. Als hier 3 centimeter sneeuw ligt, kan de trein al niet meer rijden en komen de gemeentelijke strooiwagens en sneeuwschuivers pas hun schuren uit. Stel je voor dat je preventief op pad moet, dat kost geld!
Onbewandelde sneeuw, een prachtig gezicht. Het gekraak onder je voeten, je voetsporen terug zien. Honden-, katten- en vogelpoten die hun sporen in de sneeuw achterlaten. Blije kinderen op de slee, asociale, niet opgevoede kinderen die sneeuwballen tegen autoruiten en de ramen van huizen aangooien. Gooi lekker op elkaar! En ‘s nachts; vooral stilte.
Alles is gedempt. Bijna eng, als je in je bed ligt en niets buiten hoort. Het lijkt even alsof de buitenwereld niet meer bestaat. ‘s Ochtends vroeg is er niets meer te merken van de stilte. Ritmisch gaan de ijskrabbers de auto’s onder het raam ontdoen van de opgevroren sneeuw en dikke ijslaag. Geen onaangetaste sneeuw meer te zien, maar grijze drap, opgevroren en vastgeplakt op de straat. De sneeuwpret is wel weer leuk geweest, wanneer kunnen we schaatsen? Gedempte sloten, plassen en grachten. Nog meer plezier.
Je zou maar de hele dag op kantoor zitten, in een deprimerende ruimte zonder frisse lucht, planten en omgeven door sfeervol tl-licht. Geïnspireerd door je rochelende collega links en je gapende collega rechts.
Dan heb ik het toch beter voor elkaar. Gister een dagje het land door geracet om relatiegeschenken af te leveren. Terwijl ik gereden werd, zat ik lekker in het zonnetje te werken. Vandaag is mijn omgeving nog inspirerender; Schiphol Airport.
Tussen de vakantiegangers, zakenreizigers, kerstversiering en verliefde stelletjes zit ik afwisselend te schrijven en afspraken voor te bereiden. Steeds afgeleid door vluchten die worden omgeroepen, vreemde talen die worden gesproken, mensen die elkaar sinds lange tijd weer zien en in elkaars armen vliegen.
Dus heb ik mijn headset opgezet, zit ik te genieten van Moby en probeer ik me te focussen op mijn to do list. Valt nog niet mee, zeker niet nu het buiten begint te sneeuwen. Inmiddels ben ik 2 keer aangesproken door verdwaalde reizigers, wat eindigde in leuke gesprekken. Misschien moet ik maar bordjes laten maken, ‘werk in uitvoering’. Want het is heel fijn om overal te kunnen werken, niet iedereen heeft ook door dat je ‘serieus’ bezig bent. Of is juist heel nieuwsgierig naar waarom ik zo interessant zit te doen met mijn beperkte Apple verzameling.
De thermometer geeft een – aan, het dak van het schuurtje is wit, er zitten ijsbloemen op het dakraam, beneden is het koud. Gaskachels hebben niet de luxe van een timer, wat vooral ‘s ochtends best jammer is. De katten liggen nog lui en lekker warm op hun favoriete plekjes. Ik haast me, laat de douche vast warm worden. Zeker nu duurt het even, ook de leidingen zijn koud.
Na alle ochtendrituelen haast ik me naar het station. Dik ingepakt met xxl-shawl, handschoenen en een muts. Ik blaas wolkjes en de vrieslucht doet pijn in m’n longen als ik het laatste stukje moet rennen. Ja, nu moet ik echt wat aan mijn conditie gaan doen. Goed voornemen voor 2010. Op het station verkleumde passagiers, wachtend op de trein. Rode neuzen, wolkjes en in elkaar gedoken mensen. Het is een koddig en kleurig ritueel, al die gekleurde shawls en vrolijke mutsen. Achter mijn hoog opgetrokken shawl verschijnt een glimlach die me de slechte start van de dag doen vergeten.
In de trein kijk ik naar buiten. De weilanden zijn bedekt met een laagje wit, de kleine slootjes vertonen de eerste tekenen van ijs. Van mij mag het iedere dag zo koud zijn, het heeft wel wat. Wakker ben ik in ieder geval en in de warme trein is het aangenaam opstarten. Iedereen spreekt over de kou, mogelijke witte kerst en wintersport. De tubetjes handcrème en lippenspul komen weer uit de tassen, bekers warme choco en dampende koffie komen bij iedere overstap binnen.
Stiekem ben ik een echte wintermuts. Het liefst zou ik de hele dag rondjes schaatsen, bijkomen met koek en zopie in het zonnetje, onder een terrasverwarmer naar de mutsen mensen kijken. Lieve Piet, mag het vanaf nu echt winter worden? Een hele koude strenge, een dagje ingesneeuwd zijn lijkt me zelfs wel wat. Nu mezelf weer snel inpakken voor de volgende overstap. K-k-koud!
Soms kijk je in de spiegel, of als je voorbij een winkelraam loopt. De ene keer ben je tevreden over wat je daarin ziet, de andere keer zou je het liefst willen dat je niet bestond. Je spiegelbeeld, soms behoorlijk confronteren, vooral afhankelijk van je stemming.
Confronterend soms omdat je je zelf er niet in herkent. Niet alleen omdat het uiterlijk tegenvalt, maar omdat je jezelf even niet meer herkent in wat je doet en wie je bent. De keuzes die ik maak, zijn echt mijn keuzes. Ik ben me bewust van de gevolgen en de beslommeringen die er mee gepaard gaan. Ik verander. Voor de een positief, een ander kijkt daar misschien anders tegenaan. Maar ik zelf ben er erg blij mee. Ik voel me steeds meer mij, bewuster van wat ik graag wil. Misschien egoïstisch, mijn gevoel zegt dat het nu mag. Jarenlang heb ik ongevraagd en onbewust mezelf weggecijferd voor anderen. Daar word je uiteindelijk niet gelukkig van.
Nog steeds sluimert de drang naar een internationaal avontuur, ben ik steeds op zoek naar het ultieme ‘vrijheidsgevoel’. De enige zekerheid die we hebben in het leven, is dat we ooit dood gaan. Ook een huisje, boompje, beestje, waar iedereen zo naarstig naar op zoek is, biedt dan wel zekerheid, het is geen garantie voor geluk.
Dingen die ik eerder belangrijk vond, daar loop ik nu niet zo snel meer warm voor. De hoofd- en bijzaken veranderen. Ik voel me liever nuttig, vooral voor mezelf. Toen ik mezelf net in een flits in de spiegel zag, was ik best tevreden. Voor mezelf heb ik de afgelopen tijd veel klaargespeeld en durf ik mezelf best een bescheiden schouderklopje te geven.
Het lijkt alsof ik nu eindelijk weer uit m’n schulp kom, jaren onder een grote steen heb gelegen. Ik neem het zekere voor het onzekere en zorg dat ik geen spijt krijg van de dingen die ik niet gedaan heb. Het leven is een grote les en fouten maken hoort daarbij. Met vallen en opstaan wordt je groot. En leer je je ware ‘ik’ kennen. Leuk je te ontmoeten, echte mij!
Een heerlijk heldere dag, koud maar aangenaam door het zonnetje. Kerstbomen worden verkocht op de hoek van de straat, overal (flikkerende) lampjes en versiering. Mutsen, handschoenen en shawls, iedereen is er naarstig naar op zoek. Komende week komt de winter, zegt men!
Eindelijk! Op die tijd wacht ik, schaatsen, ouwehoeren in de sneeuw, opwarmen met gluhwein en warme choco. Misschien weer eens een Elfstedentocht? Ik word altijd een beetje weemoedig van die beelden. Herinner me mijn eigen lange schaatstochten, of de vele rondjes bij Hotel Waanders op de ijsbaan. Het liefst in m’n eentje rondjes schaatsen. De ijzige wind in je gezicht, gloeiende wangen en een heerlijk gevoel van vrijheid.
Als het dan toch winter moet zijn, dan graag een echte. Met vorst, sneeuw, ijsvrij. En de hele winter van die leuke scandinavische truien met kol en hert, dikke shawls en koddige wanten. Als je op weg bent, regelmatig een plekje opzoeken om op te warmen. Waar je warm wordt ontvangen door mensen die hetzelfde voelen en op dezelfde manier de ijzige kou trotseren.
Ik ben er na vanmiddag hopelijk klaar voor. Een dikke jas heb ik vorige week weten te scoren, en die is goed warm merk ik achter het glas in de trein, waar het zonnetje lekker op brand. Ondertussen leg ik de laatste hand aan de sinterklaasgedichten. Alles last minute, nog wat schaafwerk hier en daar.
Op die koude dagen moet je elkaar warm houden en gezelschap op zoeken. In je eentje kost het veel meer moeite om weer warm te worden en de snelste remedie tegen kou is een warme, hartelijke lach. Volgende week loop ik blij gemutst met een glimlach over straat. Kom maar op met de winter!
Sinds ik voor mezelf ben begonnen woon ik de leukste werkgerelateerde bijeenkomsten bij. Kleinschalige bijeenkomsten, grotere zoals vakdagen en clinic’s. Daar ontmoet ik mensen met dezelfde interesse, mensen die ik al een tijd volg via Twitter of hun blogs lees.
Op die bijeenkomsten wordt gesproken over nieuwe ontwikkelingen, over veranderingen en mogelijkheden. Er liggen zoveel kansen! Op al deze bijeenkomsten blijkt de wereld weer erg klein, vaak ontmoet ik mensen waarmee ik veel gemeen heb, die ik ken uit het verleden of die mensen kennen die ik weer ken. Of vier jaar lang bijna mijn buurman zijn geweest.
Na zo’n middag, die uitliep tot een gezellige avond met lekker diner en goede gesprekken die uitgebreider in gingen op de eerder besproken dingen en elkaars achtergronden, borrelt het en lig ik stuiterend in mijn bedje. Een enorme energy boost, bruisende ideeën, mooie plannen en nog meer motivatie zijn het resultaat. Net wat ik even nodig had, zo tijdens de donkere dagen voor kerst.
Al een paar dagen ben ik ‘kunstzinnig’ bezig. Geheimzinnig project voor een klant. Waardoor ik vanavond ineens bij een ‘invaljuf’ Handenarbeid van de basisschool op de stoep stond. De wereld is klein, zo blijkt maar weer.
Zo klein, dat je je dat na 13 jaar nog kunt herinneren. Ik weet zelfs nog wat ik tijdens haar lessen heb gemaakt. Vond het altijd heerlijk, beetje knutselen, tekenen en schilderen. Zolang er maar niet met textiel of hout gewerkt moest worden, dat was niet mijn ding. Maar verder was ik altijd wel in mijn element. Moest even op gang komen qua creativiteit, maar als ik eenmaal wat had bedacht ging het als vanzelf. Met een stukje tong uit m’n mond, volledig geconcentreerd aan de slag. Net zo lang doorgaan tot ik helemaal tevreden was. En ik stelde best hoge eisen aan mezelf.
Een tijd geleden had ik weer de kriebels. Ik zag mezelf weer met doek, verf, een schetsboek en wat potloden in de weer gaan. En echt, ik heb me een tijdje georiënteerd op een cursus, zelfs wat materiaal aangeschaft. Maar daar is het weer bij gebleven.
Nu wil ik het ECHT weer gaan oppakken. Het is zo mooi om gemotiveerd te raken door andermans creativiteit, er is zoveel moois om vast te leggen op doek. Wellicht dat mijn creativiteit met kleur nog weer leuke dingen doet met tekst, of andersom.
Lekker om een verloren momentje als een ‘mevrouw Knots’ door het huis te lopen, een kloddertje hier, een kloddertje daar. Vanavond realiseerde ik me ineens dat ik ineens veel gemeen heb met ‘de grote mensen van toen’. Ze had hetzelfde kleurtje taupe op de muur, ook twee katten en net als ik, van haar hobby haar werk gemaakt. Voor mij een bevestiging, dat ik als klein jong vrouwtje best leuk bezig ben. Misschien als eerste doek een leuk zelfportret
Uren kon ik geïntrigeerd kijken naar zoiets stoms als een draai- of bromtol. De kleuren, de onverwachtse effecten. Momenteel voelt mijn hoofd als een draaitol, die van hot naar her wordt geslingerd. Beslissing hier, mogelijkheid daar, verstand op nul en kiezen maar.
Vooral leuke kansen, zakelijke mogelijkheden en het doorhakken van knopen. Met het oog op het naderende jaar lijk ik in de greep van ‘eindejaarsdrukte’. Het afronden van veel zaken, nog snel voor de 31ste. Maar de tijd lijkt me in te halen en eigenlijk is het met de kerstdagen al exit. Erna vertrek ik voor een week naar Berlijn. Wat frisse wind ter afsluiting van een bijzonder jaar.
Toch typisch, iedereen is altijd nog drukker en gestresster in december dan normaal. Bijzonder, want juist door al die gezelligheid en sfeer zouden we ‘easy going’ moeten zijn en langzaam in de feeststemming moeten raken. In plaats daarvan zijn gehaast dingen aan het afronden, nieuwe plannen aan het maken want vanaf 1 januari moet er echt eens wat mee gebeuren en shoppen we ondertussen nog kerstcadeau’s, plannen we tijd in voor het optuigen van de kerstboom en het schrijven van de kaarten, pakken we zoveel mogelijk kerstborrels mee om maar ‘gezellig’ te zijn en beginnen we het nieuwe jaar uiteindelijk brak en uitgeput.
Waarom moeten we zo’n eindsprint maken? Zo’n inhaalslag, die meteen een roof op je lijf en portemonnee pleegt. Het jaar heeft 12 maanden, waar we in maand 1 heel enthousiast en overijverig (overmoedig vooral ook) mee van start gaan, daarna vallen we weer in ons oude ritme, gaan goede voornemens en plannen de ijskast in en laten we alles maar op z’n beloop.
We stellen onszelf zoveel eisen, waar we de helft van de tijd niets mee doen of geen gehoor aan durven geven. Alsof je alles in een maandje op kan bouwen en uit kunt voeren. December is de maand van gezelligheid, maar door de gehaastheid van ons stresskippen merk je daar weinig van. In de supermarkt wordt je afgesnauwd, zowel door de kassajuf als de mevrouw voor je die ondanks haar immense lijst toch nog een cruciaal ingredient vergeet. De kerstbomenboer heeft geen goed woord voor je over, nadat ‘ie heeft gezien dat je binnen een nepper hebt staan en ondanks je zorgvuldig geplande lijstjes loopt alles in de soep en zou je het liefst pas in januari weer wakker worden. Als alles weer ‘gewoon’ is. Niet meer zo nodig hoeft.
Ik laat niet meer met me spinnen, laat me niet opwinden door mijn omgeving. Dan loop ik mezelf voorbij, tolt mijn hoofd over en verlies ik mijn scherpte en waar het eigenlijk om gaat. Laat Oud & Nieuw maar zitten. Je verwacht iedere keer zoveel, maar het hoogtepunt blijft ieder jaar weer uit. Teleurgesteld druip je af of verlies je jezelf in de glazen champagne. Iedere dag is eigenlijk oud en nieuw. Een nieuwe dag brengt nieuwe kansen, mogelijkheden. En aan het eind van de dag kun je daar op terugkijken, afstrepen en tevreden en relaxed zijn, of juist opgefokt en teleurgesteld in jezelf.
Geen vuurwerk, champagne, oliebollen en speciale dag in het jaar voor nodig. Krijg je ook geen overlast, ongelukken, katers en gênante momenten. Helaas zijn er dan ook geen mooie draaitollen buiten, waar je je even in kunt verliezen, kijkend naar de mooie kleurtjes, grappige vonkjes en onverwachte bewegingen. Geen klein momentje van overpeinzing van het oude jaar. En het scheppen van verwachtingen en hopen op dingen in het nieuwe jaar. Ik zet mijn tol even ‘on hold’, tot de 31ste. Eerst vandaag, de rest komt morgen.
Sint is nog maar amper de deur uit of iedereen is alweer in de weer voor kerst. Kerstboom halen, optuigen, kaarsjes, lampjes, gezelligheid. Morgen liggen de pepernoten, taaipoppen en chocoladeletters in de opruimingsbakken en worden ze vervangen door kerstkransen, kerstmannen, de luxe supermarktlijnen en omgeven door hulst en kitsch.
De dagen worden steeds korter, het donker lijkt iedere dag weer een beetje vroeger haar intrede te doen. Dus trekken wij alles uit de kast om het ‘gezellig’ te maken, want donker is slecht. Het moet licht, vrolijk, knus en bovenal gezellig. Dat meer dan de helft van alle Nederlanders deze maand het liefst zou overslaan, daar trekken we ons niets van aan. Je kunt er niet omheen, de kerstliedjes achtervolgen je overal, de magazines laten alleen maar gezellige familiediners zien. En dan ga ik me afvragen, hoeveel families zitten er nog oprecht gezellig en compleet bij elkaar?
In deze tijden van gebroken gezinnen, individualisme en egocentrisme, waarin aan tradities weinig waarde meer wordt gehecht, is een complete kerst niet zo gewoon. Bij ons gelukkig nog steeds wel het geval. Net als met Sinterklaas kon ik altijd enorm genieten van alle dingen er om heen. Op zaterdagmiddag met z’n allen de kerstboom optuigen met op de achtergrond kerstliedjes en erna kerstkransjes en thee. Een echte piek, ieder jaar dezelfde ballen en kerstster voor het raam. Iets stoms als met z’n allen de gekregen kerstpakketten uit pakken, kerstkaarten ophangen en zelfs de kerstboodschappen doen.
Zelf heb ik geen plek voor een echte boom, de katten zouden hem aftuigen nog voor hij een dag zou staan. Dus heb ik een kleine nepper met mini-ballen en lampjes. En transformeer ik de schouw tot kerstig tafereel, met een hanger voor de kerstkaarten etc. Het gaat niet om de boom zelf, maar de herinneringen en de rituelen.
In deze donkere maand gun ik iedereen veel licht en warmte. Maar wel oprechte, geen nep-shit zoals blauwe led-lampjes en nepsneeuw. Dat licht en die warmte zit niet in de grootst mogelijke kerstboom in je woonkamer, maar in je hart en je persoonlijkheid. Juist op deze dagen moet je dat nog iets meer open stellen voor anderen. Mensen die niet op goede voet met familie staan en zich daardoor nog meer alleen voelen, familieleden hebben verloren of om andere redenen niet samen zijn. Licht je naasten bij, zo zit er niemand in het donker.
Vroeger keek ik er al weken naar uit. Zodra de Intertoys-gids binnen was ging ik kruisen en strepen. Voor Pakjesavond werd ik serieus nerveus. En toen we later behalve met het gezin ook met de hele familie gingen Sinterklazen, genoot ik met volle teugen van de voorpret. Het lootje trekken, brainstormen, kopen, dichten en knutselen. Alles last minute, want, heerlijk cliché, maar dan heb je toch echt de meeste inspiratie.
Ook al wist ik dat Sinterklaas niet bestond, de gezelligheid, geheimzinnigheid en saamhorigheid die er mee gepaard gaan, maakten me helemaal enthousiast. Het kopen van de cadeautjes was altijd een hele happening, het dichten ging vanzelf en surprises, daar maak ik me makkelijk maar origineel vanaf. De laatste jaren trekken we de lootjes digitaal, weet ik van lief al jaren wie hij heeft en chanteert hij me steeds weer dusdanig dat ik toegeef en ook zijn gedicht klus. Voor beide families is dit ook geen geheim meer. De geheimzinnigheid is er dus vanaf, en dit jaar bleef de wekenlange voorpret uit. Het ging een beetje langs me heen. Misschien door het ‘warme’ weer.
Vanavond was Pakjesavond, maar die viel spijtig in het water. Ik ben ziek en zeker niet in voor een potje dichten. Om de Sint niet helemaal te moeten missen (met borstplaat eten was ik gisteren al begonnen en maandag koop ik gewoon alle overgebleven Sinterklaaslekkernijen) heb ik maar de ultieme Sint-film ‘Alles is Liefde’ aangezet en volgend weekend doen we gewoon weer alsof het Sint is.
Ik vind het prachtig dat heel Nederland mee doet met de Sint-pret, blank of getint, groot of klein, jong en oud. Hoe dit festijn volwassenen in hun greep kan houden. Vooral de pret die mijn vader er altijd in heeft vind ik mooi om te zien. Hij haalt alles uit de kast om iemand op een leuke manier te confronteren met karaktereigenschappen, blunders en anekdotes.
Alles is Liefde dus. Om toch in de Sint-mood te blijven. Een film over Sinterklaas en liefde. Liefde is als Sinterklaas. Je moet er in blijven geloven. Een waarheid als een koe. Heerlijk cliché over prinsen op witte paarden, tijdverspillen door erop te wachten terwijl je in de tussentijd overal je prins zomaar tegen kan komen. Over verwachtingen, persoonlijke struggles en en confrontaties. Het leven dus.
De reden van ons bestaan is kort door bocht genomen, voortplanting. Wij mensen hebben het weer lastig gemaakt en bedacht dat daar liefde bij hoort. Je voort planten of aanverwante dingen, kun je vrij eenvoudig regelen. Betaald of onbetaald, lang of kort, hard of zacht. You name it, you can get it. Soms moet je er een beetje moeite voor doen, maar het is een stuk minder gecompliceerd dan liefde. Liefde is niet alleen maar houden van. Want dat doe je ook van je ouders, broer, zus, vrienden etc. Liefde is gelijke verwachtingen, plannen, een balans tussen vrijheid en ‘samen’. Je als persoon en als ‘team’ kunnen ontwikkelen, je flexibel naar elkaar opstellen, steunen waar mogelijk, communiceren over belangrijkere zaken dan de dagelijkse boodschappen.
Het is zo makkelijk om maar een keer per jaar aan Sint te denken, er in te geloven. Maar voor de liefde is dat niet genoeg. Daarmee onderhoudt je geen relatie. Daar moet je iedere dag in geloven, opstaan met ‘Er was eens’ en overtuigend ‘s avonds kunnen zeggen ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’. Als die overtuiging, dat geloof er niet meer is, moet je sprookjes kunnen verstoren en van de laatste zin ‘en ik leefde nog lang en gelukkig’ maken. Opdat wij niet vergeten te geloven. In de liefde, maar vooral in onszelf.
Geniet nog lekker na van pakjesavond en de bijbehorende buit.
Eerder schreef ik al over de film, na het zien van de trailer. Toen schreef ik al dat ik enigszins sceptisch was, bang dat de film het boek geen recht zou doen. Bang dat de beelden die ik er zelf bij had gevormd, niet overeen zouden komen. Bij het boek heb ik tranen met tuiten gehuild, alle 6 de keren dat ik het las. Ja, 6x! De Weduwnaar was voor mij een ontzettende teleurstelling, waar ik nog dagen verbaasd om rond heb gelopen.
Inmiddels heb ik me door de trailer laten overhalen. Maar na een kwartier kijken had ik al spijt. De details die mij zoveel deden, waren weg. Logisch, want een boek letterlijk verfilmen kan niet. Maar door die details was het boek voor mij zo ontroerend en treffend. Het tempo viel me ontzettend tegen, maar op het moment dat de kanker terug is gekomen gaat het ineens in sneltreinvaart. Dat doet het einde van Carmen tekort, dat doet het boek tekort. Natuurlijk moest ik wel een keer slikken toen Luna afscheid van haar moeder nam, maar ik heb geen enkele traan gelaten. Er waren zelfs momenten dat de film aan mijn aandacht ontsnapte, dat ik om me heen keek naar de tranen en het gesnik van anderen.
Het is een soort Turks Fruit van deze tijd, veel heftige sex, weinig diepgang ondanks de ernst van het verhaal. De manier van filmen en de muziek waren echter wel de moeite waard. Ook de casting vond ik goed, Frank was een overtuigende Frank maar had een veel grotere rol mogen hebben, wat ook geldt voor Roos. Maar Roos is blond, dus was zij voor mij minder geloofwaardig.
Als je het boek niet hebt gelezen is de film een absolute aanrader. Aangrijpend, zeker als je iemand kende met (borst)kanker. Maar als je het boek gelezen hebt en vooral moest huilen om de kleine dingen, afgezien van het verschrikkelijke oneerlijke lot van Carmen, zou ik gewoon lekker het boek nog eens lezen. Met de soundtrack van het boek of van de film op de achtergrond, een doos tissues in de aanslag en in alle privé. Nogmaals hulde voor Kluun en zijn niet te overtreffen prachtige boek. Ook een applausje voor Reinout Oerlemans voor het feit dat hij het aan durfde. Een bescheiden applausje voor de cast want het zijn geen eenvoudige rollen en ongetwijfeld hebben ze erg hun best gedaan om alle emoties zo echt mogelijk te laten overkomen.
Het is niet de bedoeling om de film nu af te kraken, dit is mijn bescheiden mening, mijn excuus voor het feit dat ik kennelijk geen hart heb, dat ik me niet heb mee laten slepen. Terwijl het boek me wel uren, zelfs dagen in haar greep kon houden. Ga heen en oordeel zelf, hopelijk delen jullie mijn mening en kan ik mijn uitblijvende tranen goed praten.
Soms is ‘ie er zo ineens. Uit het niets. Aangekondigd door een droge mond, draaiende maag en bonkend hoofd. En deze man laat zich niet zo makkelijk afschepen als andere exemplaren. Vasthoudend, volhardend en als je denkt dat je er van af bent duikt hij zo ineens weer op.
Met veel water, groene thee, roze pillen en een vette hap geeft hij zich na een dag gewonnen. Hij geeft je flink op je flikker en straft je goed voor het teveel aan giftige drankjes. Eerst flink aan het werk om de boel op te schonen en jezelf te zuiveren. En als deze man aanwezig is, zweer je hem dat het nu echt afgelopen is. Dat je geen druppel meer zal drinken. Maar dezelfde avond nog kom je weer in de verleiding. Een glaasje bij het eten, een biertje om het af te leren of een shotje tussen de dansjes door.
Gelukkig komt de man met de hamer me niet te vaak opzoeken. Maar wel na een gure zondagmiddag, wanneer we warmte bij elkaar op zoeken, het gezellig maken met kaarsjes, dekentjes, lekkere hapjes en heerlijke glaasjes in een kindvriendelijk restaurant in Doetinchem. En voor je het weet zit er een fles in.
Hij overvalt me iedere keer weer. Ik ben zwak, als het om lekker eten en drinken gaat zeg ik geen nee. Ik verwen mijn smaakpapillen maar al te graag en stiekem vind ik het heerlijk om op zondagmiddag lekker rozig te worden bij goede gesprekken, met gloeiende wangen en tintelende handen m’n bed in te stappen en tevreden in slaap te vallen.
Jammer van de dag er na. Als de man met de hamer duidelijk aanwezig is, als je to do lijst twee pagina’s groot is en zelfs frisse lucht niet genoeg om je beter te laten voelen. De man met de hamer. Grote mensen straf. Sta ik toch liever als klein kind zielig in de hoek. Lieve man met de hamer; ik zal het nooit meer doen. Genade. Point made. Stop met bonken, alstublieft!
En toen was ik weer thuis. Na de laatste maaltijd onaangeraakt terug te hebben gestuurd. Na de laatste behandeling. Met een afspraak voor een poliklinische afspraak en mijn arts op het hart te hebben gedrukt dat ik me niet weer gezond laat opnemen. Met mijn koffertje wat om 9uur al ingepakt klaar stond, te wachten op het grote ontslagmoment.
Weer lekker in m’n eigen stulp. Waar alles mag en niet moet, zonder vervelende ritmes en vaste tijden. Ritme en regelmaat lap ik de komende week heerlijk aan mijn laars. Ga lekker doen waar ik zin in heb, wanneer ik er zin in heb. En heel hard de afgelopen week in halen, want ik heb het gevoel alsof ik een maand op een andere planeet heb gezeten. Storm? Niets van gemerkt. Koud? Dat was het binnen ook. Weer normaal en lekker eten, weg met die gekookte aardappelen en overkookte verlepte groente, toetjes vol E’s en rochelende ziekenhuismaten.
Lekker op m’n eigen bank. Wasje draait en ik lig lekker met een kopje thee op de bank. Met een kat. Want die heeft me gemist en ik was bijna vergeten hoe fijn zo’n warm beest op je schoot aanvoelt. Weer eens wat anders dan m’n macbook. Het is me de afgelopen week wel vaker gevraagd, hoe ik de tijd doorkwam. En vooral hoe ze dat vroeger deden zonder internet en telefoon. Goede vraag. De vorige keren dat ik in het ziekenhuis lag had ik geen behoefte aan tv, laptop en telefoon.
Nu thuis even een klein slaapje om m’n eigen bank. En ook dit voelt weer even onwennig. Zomaar doen wat ik wil in m’n eigen huis. En niemand om me heen. Fijn, zo’n momentje voor mezelf.
Dag 4 alweer. Wennen is een groot woord, maar ik voel me gelukkig al een stuk minder opgesloten en geleefd. Dankzij leuk bezoek en ontsnappingspogingen naar het bezoekersrestaurant en naar buiten vloog de woensdag om en brak het slaaptekort mij gisteravond zodanig op dat ik zowaar een aardige nacht achter de rug heb.
Vol goede moed vandaag dus lekker aan het werk, want door al dat bezoek is er genoeg blijven liggen. Goed gepland, want voor vandaag en morgen staat er minder bezoek op het programma en kan ik eindelijk m’n to do list afmaken. En die stapel boeken die ik heb meegenomen, ook hier kom ik er niet aan toe. Ik kan slecht lezen in een omgeving waar continue rumoer en geroezemoes is. Mijn nieuwe buurman is doof en zijn tv staat steeds zo hard dat die koptelefoon grote onzin is en ik alles letterlijk kan verstaan. Dus tv kijken schiet ook niet echt op. De stapel tijdschriften ben ik nu voor de derde keer aan het doorbladeren, blijf dezelfde dingen leuk vinden.
Weinig aparte ziekenhuis avonturen dus na gister. Wel bijzonder opmerkelijk dat mensen die ik nog niet lang ken (ongeveer sinds juli en allemaal via Twitter), de moeite nemen om mij vanuit Amsterdam een middag te vergezellen. En dat terwijl ik eigenlijk niets mankeer. Stiekem ontroerde me dat wel, want bij eerdere ziekenhuisopnames (waar ik wel echt wat had) lieten eerdere vriendinnen me vaak in de steek. Ik reken het nu niemand aan om niet te komen, maar dat deed ik voorgaande keren wel. Hoe vaak ik tijdens het bezoekuur weer kon concluderen dat behalve familie en enkele altijd trouwe vriendinnetjes wel aan m’n bed stonden, de mensen op wie ik het meest hoopte bleven steeds uit.
Ziekenhuizen vindt niemand leuk en op ziekenbezoek gaan sla ik zelf ook liever over. Maar je gaat niet heen om jezelf een plezier te doen, maar zoiets doe je voor de ander. En misschien ben ik ook wel gewoon verwend, want als ik thuis ziek ben wil lief alles waar ik zin in heb voor me halen, loopt 100x op en neer voor een kop thee of wat ik ook maar wil. Hier moet ik luisteren naar wat mij gezegd word, niets te wensen en te eisen. Voor sommigen is het misschien wel een tripje ‘all inclusive resort’, maar ik ben nog nooit zo toe geweest aan een korte vakantie als nu. Mijn hersenen doen het nog op volle kracht, maar door het verschrikkelijke bed is mijn hele lijf stijf en pijnlijk. Wat kijk ik uit naar een lekkere zonnebank, mijn eigen bed, een lange hete douche en een weekend ‘niets moet, alles mag’.
O, en de eetbuien waar ik thuis nog wel eens aan toe kan geven, zijn hier als sneeuw voor de zon verdwenen. Alle gekregen chocola ligt nog netjes in de verpakking en mijn taaipop heb ik gedeeld met de buurman. Misschien goed voor de lijn, een verblijf hier, maar van nog een week zou ik gillend gek worden. Nog maar 28 uur te gaan…
Gelukkig al over de helft. Gistermiddag vloog voorbij dankzij een tweede bezoekrondje en ik sneak er steeds vaker tussenuit. Vanochtend moest ik op zaal blijven voor de ronde van mijn arts. Uiteindelijk staat hij om 10 voor 12 aan m’n bed en roept dat ‘ie me vanmiddag wel ziet… Daar ben je dan lekker mee! Vanmiddag de tweede behandeling en deze zou iets heftiger zijn. Ik wacht het af. En dan ga ik meteen nog even proberen of ik niet net als mijn buurman, mijn arts zo kan manipuleren dat ik naar huis mag.
Want echt goed voor je is dit niet. Mijn huid word steeds droger, ik heb continue dorst en hoofdpijn, slapen ‘s nachts is onmogelijk, zeker omdat Jane Doe steeds meer levend wordt en last heeft van nachtelijk geschreeuw. En niet eens om chocolade! Iedereen op zaal wordt lekker vertroeteld, maar mijn buurman en ik worden aan ons lot over gelaten. We liggen hier alleen maar dure bedden bezet te houden, ons kapot te vervelen en ons daardoor ellendiger te voelen dan die vervelende kwaaltjes waarvoor we behandeld worden.
Wat me weer ontzettend opvalt, is dat het verplegend en medisch personeel zo typerend is. Het zijn echt mensen die de stereotypen waar maken; schattige meisjes met paardenstaarten en plattelandsaccenten op crocs, verbitterde hoofdzusters die nooit arts kunnen worden en dat nog niet hebben geaccepteerd en artsen die liever op de golfbaan lijken te staan dan hun patiënten in actieve, levende lijve te moeten zien. Mijn arts vroeg zelfs aan mij wanneer ik een afspraak had! Hou lekker je eigen agenda bij, ik heb ook genoeg aan de mijne!
Ongetwijfeld dat je hier goed verzorgd wordt als je echt wat mankeert. Als je meer dood dan levend bent. Als de prangende ziekenhuisgeur je niet opvalt. Je niet meer door hebt wat er om je heen allemaal gebeurt. Maar als je te alert bent, je niet slecht voelt en er meer ligt om dat het verplicht is dan omdat je ziek bent, is het een slecht hotel waar je zo snel mogelijk weg moet.
Dag twee. Al voelt het alsof ik hier al twee weken opgesloten zit. Een verschrikkelijke nacht. Iedere keer als ik net sliep ging er wel ergens een infuus of alarmbel af, of stond er ineens een zuster aan je arm te trekken om je bloeddruk te meten. Die is (volgens mij voor het eerst in mijn leven) zelfs aan de hoge kant. Enige reden die ik daarvoor kan bedenken is mijn verblijf hier. Want als ik ergens acute last van stress van krijg, is het die regelmaat die hier wordt toegepast.
Toen ik eindelijk sliep, stond de dame met het ontbijt voor m’n neus. En ja, ik moest a la minute kiezen wat ik wilde eten. Nou kan ik tegenwoordig niet meer zonder ontbijt, maar om 7 uur ‘s ochtends krijg ik met moeite droge boterhammen naar binnen. Toen mocht er worden gedoucht. Er stond nog net geen zuster met een klokje voor de deur. Maar ondertussen was de controle ronde al begonnen en mijn bed leeg. Dus geen bloeddruk en temperatuur kunnen laten meten en niemand die checkte of ik mijn pillen en zalfjes wel had gebruikt. Dus kreeg ik op m’n flikker. Net als gister, toen ik gewoon rustig in mijn bedje aan het werk was. Maar de mannen van 60 hadden gehoopt op meer aandacht en klagen dus over mijn getik en mijn beschaafde gebel. Toen vriendinnetje D. belde durfde ik dan ook nauwelijks te praten.
Nu zit ik verplicht in de dagopvang. Een benauwde ruimte met slecht zittende tafels, een deprimerend uitzicht en ook hier wordt er weer ernstig gekort op de verwarming. Over een kwartier moet ik verplicht weer een warme maaltijd weg zien te krijgen (helaas staat er naast mijn bed geen prullenbak). Vervolgens krijgen we weer een check-rondje voor het bezoekuur begint. Na het bezoekuur, wat stipt om 13.15u begint en om 14.00u iedereen weer weg moet zijn, en ja ze zijn streng, moeten we officieel slapen. En om 17.00u komt er weer een heerlijke broodmaaltijd, gevolgd door weer een check-rondje, bezoekuurtje en het avondritueel. Om 21u moeten de lichten uit van mijn kamergenoten. Tv kijken mag tot 22u met het gordijn dicht. Dan volgt nog een laatste check en moet er geslapen worden.
Het idee dat de komende dagen voor mij voor zulke grote delen zijn ingevuld, is het allerergst. Dat er 8 keer bij mijn overbuurman een infuus wordt misgeprikt en ik dat moet aanschouwen (die gordijnen hangen er dan ineens voor de sier) vergroot alleen maar mijn prikangst. En mevrouw Jane Doe wordt door de ambulance-broeders van de brancard in een bed geflikkerd en ze ligt er nog net zo bij als toen ze binnenkwam. Geen papieren, geen familie en drukke zusters die haar eigenlijk vergeten zijn. Dat ze hier weinig rekening houden met patiënten blijkt ook maar weer tijdens het eten. Bami stond er op het menu en het zag er goed uit. Toen ik tot de aanval over wilde gaan, stormde er een legioen artsen bij mijn buurman naar binnen. De beste man kreeg een klysma en werd op een po-stoel gezet. Die saté saus werd ineens een stuk minder smakelijk en mijn eetlust was meteen weg. Patiënten moeten alles volgens schema, artsen doen alles als het hun uitkomt.
Tegen regelmaat kan ik nooit zo goed, daar word ik heel kribbig en kippig van. Als alle dagen er hetzelfde uit gaan zien, is voor mij de lol er snel af. Al weet ik wel dat regelmaat zogenaamd goed voor je is, ik doe dingen graag als ik er aan toe ben. Dat geldt voor eten, opruimen, schoonmaken etc. M’n eigen tempo, gewoontes en ritme. En dat ik daardoor wel eens ongezond ontbijt of per ongeluk de lunch mis, jammer dan.
Wat kijk ik uit naar mijn vrijheid dit weekend. Ik plan lekker niets, doe gewoon waar ik zin in heb en niemand die me dingen oplegt.
Daar lig je dan. Helemaal gezond maar noodgedwongen opgenomen vanwege een vervelende jeuk. Lang, oninteressant verhaal. Maar goed, de eerste dag zit er bijna op. Ik lig gezellig tussen de oude mannen. Inmiddels ken ik al hun (plas)problemen, levensverhalen en hebben ze allemaal een hogere bloeddruk vanwege de jonge dame met haar laptop, die met koptelefoon op niet het meest gezellige gezelschap is.
En dan zeggen ze nog dat vrouwen altijd zo kakelen! Nou, die mannen kunnen er ook wat van! Misschien dat ik er nog wat van opsteek, van die mannen gesprekken. Want die zitten wel anders in elkaar dan de gesprekken die ik met vriendinnen voer. Het ene moment gaat het over het licht in de kamer en het lezen van de krant en vervolgens worden alle doden van de afdeling besproken, wat een mooie opening naar de overleden vrouw van man 1 is.
Een van de mannen die vanochtend weg mocht heeft me al gewaarschuwd voor de nacht, want alle mannen snurken. En uit ervaring weet ik al, ziekenhuisnachten zijn lang! Nooit problemen met logeerpartijtjes, maar deze sla ik liever over. Gelukkig is er wifi, mag en kan ik gewoon lopen en met koptelefoon op kan ik hier prima werken. Maar de tijd blijft voorbij kruipen en ik heb nog 4 van deze dagen te gaan.
Van bezoekuur tot bezoekuur. Time goes by, so slowly!
Als het om boeken en tv gaat, ben ik een grote fan van detectives. Als ik eens mag afwijken van de zware literatuur of de luchtige vrouwenseries zat ben, kruip ik graag in een Engelse detective, een ouderwetse Sherlock Holmes (kan niet wachten op de film met Jude Law!) en zelfs Duitse Krimi’s kunnen mij bekoren. Blij ben ik dan ook met het kanaal ‘Misdaadnet’. Den ganzen Tag oude Derrick’s, Law & Order en andere klassiekers.
Tegenwoordig is er Dexter. Al heel lang staat het boek op mijn ‘must-read-list’ maar het is er nog niet van gekomen. Inmiddels is er een tv-serie van de overdag sympathieke speurder die ‘s avonds verandert in een psychopaat. Daardoor krijg je een nog mooier inzicht in het brein van zieke geesten als moordenaars en verkrachters. Zeker als Dexter zelf slachtoffer wordt van een spel tussen jager en prooi en de rollen zich langzaam om draaien.
Inmiddels weet ik waar ik de serie online kan kijken en hoop ik dat dit blogje wellicht aanleiding zal zijn voor iemand om mij komende week in het ziekenhuis te verblijden met het boek (Gemma & Partners van Petra Kruijt staat ook op m’n lijstje trouwens!) Als je eenmaal begint te kijken is er geen houden meer aan, moet ik noodgedwongen mijn handen verstoppen om mijn nagels niet van spanning af te bijten maar ook een kussen in de aanslag houden voor de wat heftigere stukjes. Het eerste seizoen werd de afgelopen weken uitgezonden op Nederland 3, de uitzendingen zijn nu nog online te bekijken.
Kop of munt, voor of achter, onder of boven. Bijna alles wat je in je handen hebt heeft twee kanten. Dat geldt ook voor verhalen. Als je een verhaal vertelt, in gesprek bent of zelfs als je geen fysiek contact hebt maar via chat of telefonisch contact hebt, vertel je maar een kant van het verhaal. Namelijk het verhaal waarin jij het best uit de verf komt, wat het best in jouw straatje past.
We doen het allemaal en zijn ons er niet eens bewust van. We vertellen onze interpretatie. En verschillende mensen hebben verschillende interpretaties. Dat maakt communiceren vaak zo lastig. Normaal gesproken zou je juist in een face-to-face gesprek meteen door hebben hoe iemand iets bedoelt en of het verhaal klopt, door intonatie en lichaamstaal. Maar hoe kun je dat checken via de chat? Hoe betrouwbaar is een telefoontje?
Lastige kwesties. Vooral omdat verschillende interpretaties leiden tot verschillende bedoelingen en je van daaruit handelt. Als jij denkt dat jij de kartrekker bent, de initatiefnemer, dan prent je dat plaatje in je hoofd en zul je niet snel anders gaan denken. Terwijl de ander dat misschien helemaal niet zo ervaart.
Het is zo makkelijk om op basis van een kant van het verhaal een conclusie te trekken, geen rekening te houden met de ander, of juist verwachten dat een ander alleen maar rekening met die kant houdt. Aan alles zit twee kanten. In mensen zitten twee kanten. Goed en kwaad. En wij misbruiken en manipuleren die kanten vaak zo, dat onze kant van het verhaal de meest betrouwbare lijkt, het best bij de waarheid uit komt. Maar het verhaal wordt lastig als je meerdere kanten verteld aan personen die met elkaar in contact staan, waardoor het voor betrokkenen ineens een heel ander verhaal wordt. Daardoor ligt ineens het dubbeltje op z’n kant. En wat doe je dan? Jou kant vertellen? Je mond houden voor de lieve vrede? Of maar zien hoe het dubbeltje zal gaan rollen, blijven afwachten?
Altijd heb ik open gestaan voor de twee kanten van een verhaal. Maar als je steeds hetzelfde voorgeschoteld krijgt en niets terug krijgt, hoe lang hou je dat vol? Veel te lang heb ik altijd geloofd dat iedereen altijd maar het beste met je voor heeft, te vaak is er misbruik gemaakt van mijn naiviteit. Als ik maar een kant van een verhaal te horen krijg en daar zelf mijn twijfels bij heb, houd het voor mij op. Dan raak ik ook mijn balans kwijt. Het hele verhaal of geen verhaal. Dan praten we weer verder.
Alle ophef over de Mexicaanse griep heb ik altijd afgedaan als onzin. Zeker in het begin werden de spookverhalen om je hoofd geslingerd. Nadat het allemaal wel mee leek te vallen heeft de warme herfst een slechte invloed op het virus. Inmiddels is het zo gemuteerd dat Tamiflu niet meer helpt en goed uitzieken en een quarantaine thuis de enige voorgeschreven remedie is.
In mijn omgeving hoor ik er weinig over, zwager J. en de oma van lief zouden het hebben gehad, maar eigenlijk wordt alle griep nu betiteld als Mexicaans. Inmiddels wordt er wel gevaccineerd en ben ik vandaag aan de beurt. Vanwege mijn ziekenhuisopname volgende week ben ik verplicht een inenting te halen. De verhalen over alle bijwerkingen hebben me al enigszins bang gemaakt, evenals een artikel van een oud-studiegenootje die werkzaam is bij de GGD met Amerikaanse complotverhalen.
Alles beter dan Mexicaantjes in huis, want dat is wel het laatste waar we nu op zitten te wachten. Geen tijd om ziek te zijn, allebei veel te druk voor. Nog anderhalve maand knallen en dan een weekje bijkomen met kerst bij familie en daarna er lekker tussenuit in Berlijn.
Ik durf me vanaf vandaag weer tussen de hoestende tramreizigers te begeven, maak me niet druk om het feit dat ik zaterdag in een stampvolle zaal vol met bacillen drankjes ga doen, mij kan immers niets gebeuren. En mocht ik me vanmiddag toch wat minder voelen, heb ik nog een fijn cadeautje uit Spanje in de kast liggen: ibuprofen 600 mg. Daar gewoon te koop in de apotheek. Mijn heftige hoofdpijn verdween als sneeuw voor de zon. Dus wie doet me wat?
Sinds de herfst haar intrede deed keek ik uit naar de eerste herfststorm. Iets wat ik van moeders over heb genomen, want ik kan ontzettend genieten van een stormachtige dag. Als ik lekker binnen kan blijven, de regen op het dakraam hoor kletteren en de wind door de schoorsteen jankt. Of als ik dan op het strand loop en moeite moet doen om mezelf staande te houden.
De wind door je haren, spelend met alles wat op haar pad komt. Rondvliegende blaadjes, takken en bij zee het schuim van de golven. Zolang het droog is deert die harde, koude wind me niet. Alleen dan ben ik blij dat ik een bril draag en geen tranen in m’n ogen heb van het rondvliegende zand of van die snijdende wind.
Die storm werkt door in mijn hoofd, ik word onrustig en ineens moet alles anders. Onzin natuurlijk, want het gaat allemaal juist lekker. Er borrelen leuke ideeën, in mijn hoofd zitten mooie plannen en 2010 word mijn jaar. In februari word ik 25, een leeftijd wat voor mezelf altijd heel belangrijk was. Want als ik 25 was, zou ik alles voor elkaar hebben: lief, huis, werk, geld, reizen, kortom een leuk en veelzijdig leven. En ik moet zeggen dat ik best tevreden terug kan kijken en in februari veel van die dingen ook heb. Nu maar zorgen dat het niet weg waait, zeker niet bij windkracht 9 die momenteel flink te voelen is in de trein.
Je bent maar een klein blaadje op de wereld, waar de wind graag mee speelt en waar je weinig tegen in te brengen hebt. Zorg dat je een stevig blad wordt wat niet met zich laat sollen. Laat de wind je niet in haar greep krijgen zodat je het pad moet kiezen wat voor je wordt gekozen. Ook al vliegt alles soms in vogelvlucht voorbij, af en toe uit de wind terug kijken.
Nu ga ik wind in het Amsterdamse trotseren, ben benieuwd of de NS me vanavond weer netjes thuis brengt of weer in de steek laat.
Nooit gedacht dat ik dat nog eens vrijwillig zou schrijven. Verplicht tijdens projecten en bij vele vakken; een actieplan. Wat ga je doen, hoe ga je het doen en waarom? En uiteraard werd je er genadeloos mee om je oren geslingerd als je iets anders deed dan het plan bevatte.
Vandaag heb ik mijn eerste eigen actieplan opgesteld. Er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen en niets lijkt me erger dan spijt hebben van dingen die ik niet heb gedaan. Jaren stelde ik dingen uit en kwam er daardoor afstel van. Altijd vond ik wel een excuus, stiekem bang voor het onzekere. Maar kiezen voor de veilige weg, in de buurt van de thuishaven. Meer dan ooit heb ik nu het gevoel dat ik op eigen benen kan staan en wil ik dat voor mezelf ontdekken en mezelf daarmee bewijzen. Misschien dat dit actieplan, waar ik mezelf mee kan confronteren, een steuntje in de rug is om van al die ideeën en gedachten eens iets uit te gaan voeren.
Wachten tot de tijd rijp is heeft geen zin, de klok valt immers niet naar beneden als je te laat bent, dus hoe kan je weten dat het het juiste moment is? Ergens weet je dat wel, voel je het aan, maar afgaan op je gevoel is vaak een enge stap. Soms heb je een extra zetje in de goede richting nodig. Ik hoop de komende jaren dapper te kunnen strepen in mijn actieplan, plannen zijn er om uit te voeren en niet om voor je uit te schuiven. 1, 2, actie!
Nederlanders zijn een stug volkje. Ondanks onze tolerantie kennen we weinig manieren. Iedereen is gefocust op zichzelf, er kan geen vriendelijke lach op straat meer af. We zijn niet behulpzaam, doen alsof onze neus bloed als er hulp nodig is en we lachen het hardst om leedvermaak. Leuk zijn wij Nederlanders. En maar afgeven op ‘die chagrijnige Fransen’. Maar we zijn zelf geen haar beter.
Uit eten in Nederland is vaak een combinatie van goed eten maar met een hoop ergernis. Om het personeel wat verzaakt. Wat je verwaarloosd, wat de officiële regels niet kent of gewoon niet toepast en de laksheid waarmee alles gaat. Je wordt niet in de watten gelegd zoals het hoort. Er zijn uitzonderingen hoor, absoluut. Maar alleen als je dik je portemonnee trekt, niet als je ergens een daghap of tosti besteld. Terwijl mij is geleerd dat daar geen verschil in mag zitten. Het is net zo goed een betalende klant die bij je komt eten om te kunnen genieten van het eten en van de service die daar bij hoort.
Momenteel zit ik zakelijk in Spanje en daar wordt je als klant heel anders behandeld. Of je nou een cola of een uitgebreide maaltijd besteld, man of vrouw bent, hier kennen ze nog een zekere hoffelijkheid. Het personeel geeft zich over aan de zekere mate van onderdanigheid die hoort bij het werken in de horeca. De klant is koning, regel nummer 1 in de horeca. Je hoeft niet alles van klanten te pikken en van mij mag je klanten die knippen met hun vingers negeren, maar ze komen niet bij je eten om alleen maar gemakkelijk buiten de deur te eten. Dat moet een beleving op zich zijn, de klant moet zich ‘thuis’ voelen, geboeid zijn door wat je kunt vertellen en wat je te bieden hebt.
Hier is eten ook geen verplichting, iets wat tussen de bedrijven door gebeurt, maar speelt het de hele dag door een belangrijke rol. Net als in andere landen rond de Middellandse Zee is alles hier relaxter, iedereen is easy going en alles gaat met een lach. Waarom doen wij zo gehaast? Maken we ons altijd druk? Slow down, geniet en kijk eens goed om je heen zonder alleen aan jezelf te denken!
Het is herfst en dan luister je andere muziek dan tijdens zwoele zomerdagen. Nu wil je zwoele stemmen, hartverwarmende teksten en deuntjes waarbij je kan blijven stil zitten maar wel ritmisch met je pen kan mee tikken. Al jaren word ik in de herfstmaanden achtervolgt door nieuw uitgebrachte cd’s van Norah Jones en Jamie Cullum. Altijd rond oktober/november brengen zij hun nieuwe albums uit, wetende dat iedereen blij wordt van hun album onder de boom.
Want wie ziet er nou op de overkill aan nieuwe albums van Britney Spears, Shakira en Lady Gaga op 20 november te wachten? Dat zijn toch geen cd’s die je met je ouders op bezoek of samen op de bank gezellig aan zet. Norah en Jamie maken mijn herfstdagen inmiddels stukken dragelijker.
Maar de topper van de herfstdeuntjes op dit moment is Robbie Williams. Best gewaagd om in de herfst je nieuwe single ‘Morning Sun’ uit te brengen. Het is weer een sterk staaltje echte Robbie, met afwisselend pop, wat rustiger of het grappige ‘bodies’geluid. Niet meer de standaard ‘Angels’ liedjes, daar is hij na Take That wel een beetje uitgegroeid.
Genoeg muziektips om de druilerige herfstdagen mee door te komen dacht ik! Ik dommel mezelf lekker in slaap met Joss Stone op de achtergrond, net binnen en na de eerste deuntjes al gehoord dat die ook erg fijn is!
De afgelopen tijd lijkt het alsof ik veel bewuster ben geworden. Van mijzelf vooral, van de sterfelijkheid, mijn leefomgeving, gewoontes en behoeften. Helaas ben ik er nog niet bewuster op gaan eten, wat handig zou zijn met de decembermaand in aantocht, maar dat terzijde.
Soms voelt het alsof ik mezelf de afgelopen tijd ‘herontdek’ en me de jaren er voor wat heb verwaarloosd. Ik weet ook hoe dat komt. Omdat ik niet wist wat ik wilde. Omdat ik maar wat deed, omdat het moest. Er wordt van je verwacht dat je in een keer de juiste studie kiest, al weet wat je daarmee wilt en je daar zodanig mee bezighoudt dat je CV nauw aansluit bij je opleiding en je zo aan de bak kan. Maar de opleiding die ik wilde doen, lukte niet, de opleiding die ik koos was meer een ‘ik moet toch wat’. Uiteindelijk, nu ik aan het werk ben, geen slechte keus maar het voelde toen ik er mee bezig was niet goed. Dus stortte ik me maar op andere dingen. Randactiviteiten die ook zeer zinvol zijn geweest, maar niet altijd studiegerelateerd.
Inmiddels weet ik het juiste woord voor de afgelopen jaren waarin ik zo met mezelf aan het ruziën was over wat ik wilde: ik voelde me ontheemd in de wereld van de mogelijkheden. Ik zag de kansen niet, staarde me blind op het eerst moeten bepalen wat ik wilde. Maar hoe kom je daar achter als je niets probeert? Juist, niet! Soms heb je ergens diep verstopt wensen die steeds weer terug komen. ‘Eigenlijk wil ik nog heel graag …. leren’. ‘Als ik later groot ben, wil ik … kunnen’. Dingen die je steeds verder vooruit schuift omdat je denkt dat de tijd er niet rijp voor is of omdat je eerst wilt afmaken wat moet. Maar van uitstel komt afstel en zo laat je kansen aan je neus voorbij gaan die je pas later herkent als kansen.
Het mag dan een soort noodgreep zijn geweest waarom ik nu doe wat ik doe, ik heb me nog nooit zo gelukkig gevoeld. Wat een rust in mijn hoofd, nu ik niet meer uit hoef te zoeken wat ik wil, maar doe wat ik wil. Gisteravond voerde ik een lang gesprek met vriendinnetje S. over haar lang gekoesterde wens die steeds weer boven komt. Ook zij durft de stap te zetten en gaat een poging wagen. Lukt het niet? Jammer, je hebt het in ieder geval geprobeerd en eindelijk toe gegeven aan dat stemmetje in je hoofd. Want volgens mij zittend die stemmetjes er niet voor niets, maar om je te stimuleren. Om er wat mee te doen. Op je bek gaan bestaat niet, want later zul je pas merken wat het je heeft geleerd en daardoor heeft opgeleverd.
Wordt eens bewust van dat stemmetje en luister er eens naar. Het roept niet voor niets. En ik gun iedereen die rust in je hoofd, de kick van het luisteren en merken dat het werkt, dat gelukzalige gevoel wat je daardoor ervaart. Ik gun het iedereen om van zijn hobby zijn werk te maken. Kies bewust. Niet omdat het moet.
Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat de muur viel. Ineens waren oost en west weer met elkaar verbonden. Ik was 4 toen de muur viel en kan me niets van de berichtgeving herinneren. Wel herinner ik me een vakantie in Duitsland, met overal uitkijktorens, wachters en veel gepantserde voertuigen in de buurt. En ik kan me ergens heugen dat mijn ouders daar wel van onder de indruk waren.
Inmiddels krijg ik kippenvel bij de beelden. Gisteren waren we naar Utrecht, waar Niemandsland werd georganiseerd. Een culturele zondag in het tegen van de val van de muur. Schoonzus U., zelf afkomstig uit de toenmalige DDR mocht daar een bijdrage aanleveren, dus leuk om heen te gaan. Verder spreekt de geschiedenis van Berlijn mij aan sinds ik er 3 jaar geleden voor het eerst was. De verschillen in de stad zijn groot en hoewel ze op sommige plekken heel erg haar best doet om de geschiedenis te verbergen (bijvoorbeeld de plek waar Hitler om het leven is gekomen), is het als je goed zoekt nog duidelijk zichtbaar. In de Joodse wijk zie je nog beschoten gebouwen, er staan nog stukjes muur en als je met de auto naar Berlijn rijdt kun je bij Magdenburg zien hoe een grenspost er toen uitzag. In veel ruimten zijn originele telefoons, lampen en wapens te zien, er staan verhalen beschreven van ontsnappingspogingen en er heerst een vreemde sfeer.
Kun je je voorstellen dat ons kleine kikkerlandje verdeeld zou zijn in twee delen en je niet van deel kunt wisselen, niet weet wat er echt speelt terwijl je weet dat het er ‘heel anders’ moet zijn? Ik niet. Dat de grenzen open zijn, niet alleen tussen oost en west maar in heel Europa, vind ik een goede zaak. Je leert van andere culturen, het is goed om om te gaan met mensen die ‘anders’ zijn. Ik sta altijd open voor het ontmoeten van nieuwe mensen uit welke cultuur dan ook. Want onze manier van doen is niet per se de beste, wie weet hebben ze in Duitsland wel een veel efficiëntere manier van werken, juist omdat ze op sommige vlakken wat formeler zijn. En wat is er mis met Belgische simpelheid? Het leven zelf is soms al ingewikkeld genoeg.
Vandaag zul je worden overspoeld met beelden uit die tijd, verhalen van mensen die erbij waren toen de muur viel, mensen uit het oosten die terug verlangen naar de tijd waarin iedereen gelijk was of westerlingen die de voordelen inzagen van het vervallen van de grenzen. Maar is die grens wel echt weg? Fysiek misschien wel, maar zeker oudere generaties zullen hem psychisch nog ervaren. Als we aan Duitsland denken, denken we vaak alleen maar aan het onrecht wat de Duitsers ‘ons’ aandeden in de Tweede Wereldoorlog. Maar ook in Nederland waren er in die tijd niet alleen maar lievertjes, of wat te denken van de koloniale tijd? Het Duitse volk heeft het ook niet altijd makkelijk gehad, zeker niet in de tijd van de muur.
Laat de val van de muur ook nu nog belangrijk zijn, door met elkaar in gesprek te blijven. We kunnen veel van elkaar leren, als we de verschillen maar accepteren.
Voor mensen met digitale tv: vanmiddag om 15.00u wordt er een live-uitzending vanuit Berlijn uitgezonden.
De wintermaanden staan voor mij altijd gelijk aan genieten van lekker eten en drinken. Ik trek sneller op zondagmiddag een flesje rode wijn open, of maak na een wandeling in de kou warme glühwein. Een likeurtje bij de koffie (in mijn geval thee, maar het smaakt er niet minder om) gaat er ook altijd in.
Wat vaker loop ik binnen bij de plaatselijke slijter. Zo ook gister, al waren het wijnrek en het drankkastje nog goed gevuld. Eigenlijk alleen maar even neuzen was de bedoeling. Maar in mijn achterhoofd loop ik al maanden te zoeken naar Goldstrike. Ik ben gek op kaneel, zeker in deze tijden kan ik er niet genoeg van krijgen; stoofpeertjesvla, appel met kaneel en suiker, herfst- en winterthee, kaneelstokken. Een paar weken geleden dronk ik een heerlijke cocktail met grand marnier en veel kaneel, wat mijn hersentjes weer aan het werk zette.
Want toen ik nog regelmatig de plaatselijke kroeg onveilig maakte, had mijn favo tent mijn favo shotje: goldstrike. Die shotjes tussen de biertjes door zorgden voor mooie taferelen zoals een kladblok vol dichtwerk, een boekenkast waar iedere week minder boeken in stonden terwijl die van mij thuis steeds gevulder werd, paaldanskunsten werden geoefend en ga zo maar door. In mijn beleving was het een appelsapkleurig drankje met stukjes goud. Of het door de donkere kroeg kwam of door het effect van de 50% alcohol, in de slijterij bleek het gewoon kleurloos, maar met de leuke goudblaadjes. Eindelijk gevonden! Inmiddels weet ik ook waarom de stukjes goud er in zitten; voor die sier! Het verhaal over sneetjes in de slokdarm is een leuke mythe, weet ik dankzij @hbuurma. Een keer ruiken aan de fles doet me dat hoge alcohol percentage vergeten en een glaasje Goldstrike tik ik nog zo weg.
Bij de kassa stonden ook heerlijke amandel- en speculaaslikeuren, die ik nog ken uit de tijd dat ik bij De Molenmeester werkte. Heerlijk spul! Maar nog lang geen december, dus mocht alleen de fles Goldstrike mee. De winkeleigenaar hoorde ons gesprek en zei heel geanimeerd: dit is de snoepwinkel voor volwassenen. En hij heeft het precies juist omschreven. Want zelfs al moet ik ‘s ochtends om 10.00u een wijn halen, dan al kan ik verlekkerd rondlopen in een slijterij.
Iets verderop zit een kleine wijn- en whiskeyspecialist. De eigenaar is een schattige oude man die over iedere fles die je vast pakt of waar je vanuit je ooghoeken naar kijkt, een mooi verhaal kan vertellen. De herkomst, een smaakbeschrijving en uiteraard een mooie anekdote. Als ik haast heb, ga ik daar niet heen, maar als ik de tijd heb en echt iets speciaals zoek, weet ik hem te vinden. Ik kom er altijd met wat onverwachts vandaan, plus een grote grijns om het leuke gesprek.
Ik word duidelijk volwassen: vergaapte ik me zeven jaar geleden nog dagelijks op de oud-Hollandse snoepwinkel tegenover mijn eerste kamer in Groningen, inmiddels kies ik mijn snoepjes in een volwassen winkel.
Bijna vier maanden zijn er al voorbij sinds ik de stap heb gezet om voor mezelf te beginnen. Een stap waar ik tot op heden nog geen seconde spijt van heb gehad. Ik merk dat ik er veel plezier in heb en het absoluut niet voelt als een verplichting, zoals de studie-opdrachten die ik altijd tot het laatste moment uitstelde.
Wat wel erg opvalt is dat ik me in een behoorlijke ‘mannenwereld’ begeef. Niet dat er geen vrouwelijke tekstschrijfster zijn, integendeel. Maar die kom je maar zelden tegen op netwerkbijeenkomsten en velen hebben zich niet gespecialiseerd in een bepaalde richting, zoals ik me onderscheid met webteksten. De online wereld wordt gedomineerd door mannen.
Gelukkig weet ik me aardig staande te houden tussen de mannen. Misschien juist wel beter, want mannen werken efficiënter en zijn veel directer in hun wensen en eisen. Ze hebben duidelijker voor ogen wat het resultaat moet worden en kunnen zakelijk en privé veel beter uit elkaar houden. Een cliché misschien, maar zo waar.
Vandaag had ik een heel inspirerend gesprek met twee zogenaamde ‘powervrouwen’. Barstensvol talent, creativiteit en inspiratie die er ook daadwerkelijk wat mee doen. Die het niet bij ideeën laten, maar ze uitvoeren. Die hun talent erkennen, herkennen en er hun voordeel mee doen.
Goed om te zien dat vrouwen zich durven te mengen in de mannenwereld, zo zou Ciska Dresselhuys het allemaal bedoeld hebben. Don’t worry, ik ben niet ineens een aanhanger van het feminisme geworden, maar ik merk toch wel dat je als vrouw in het zakenleven niet altijd even serieus genomen wordt.
Ook thuis. Lief moet ‘s avonds al zijn administratie doen en liep gister doodleuk na het eten naar zijn werkplek boven. Terwijl ik een kwartier later een overleg had gepland, mocht ik nog even de afwas doen. Als de was nog ongevouwen in de wasmand zit (wel schoon en droog overigens), kost het hem moeite om zijn gemopper in te houden. Want toen ik nog zo fijn studeerde, lag alles netjes in de kast, was het huis altijd aan kant en deed ik met liefde de boodschappen en het koken. Nu doe ik alles gehaast en moet het makkelijk.
Lang leve de werkster, mijn lieve zusje die voor gevouwen was zorgt en het thuiswerken om tussen de bedrijven door een klein klusje te doen. Maar ik ben niet te stoppen en word alleen maar ambitieuzer naarmate er steeds leukere projecten op mijn pad komen.
Die vrouwen van tegenwoordig… ze zijn helemaal de weg naar het aanrecht kwijt. Wat een verademing!
Na het vervelende bericht van gister een beetje een plekje te hebben gegeven, dacht ik na over contacten die je uit het oog verliest. Je gaat er vanuit dat het goed met iemand gaat, omdat je niets meer van of over diegene hoort. Als je na jaren geen contact plots bericht krijgt van een ‘spook uit het verleden’ is dat of omdat er iets aan de hand is of omdat ze iets van je willen. Geen bericht, goed bericht dus.
Zo denk ik ook altijd maar als ik een tijdje niets van vriendinnen hoor. Met mijn vriendinnen hang ik niet dagelijks uren aan de telefoon om weer een gewone dag door te spreken. We sparen een hoop op, kletsen dan lang bij en daarna spreken we gewoon in ‘real life’ af om echt bij te kletsen en de tijd voor elkaar te nemen. Mocht er in de tussentijd iets zijn, weten ze me te vinden. Volgens mijn omgeving ben ik zo ongeveer vergroeid met mijn iPhone, dus dag en nacht bereikbaar.
Toch best een rare gedachte, ‘ik hoor niets dus het zal wel goed gaan’. Vaak bloedt contact dood omdat je er van beide kanten geen moeite meer voor doet, want afstand is bullshit, zeker in ons kleine kikkerlandje. Het heeft te maken met prioriteiten stellen en dingen voor elkaar over hebben. Want daar ging het bij mij vaak mis; ik reisde keurig eens in de zoveel tijd af om vriendin X. te ontmoeten, maar mijn huis was dan weer een stap te ver. Zowel op de middelbare school als nu loop ik daar tegen aan. Terwijl ik nog steeds het hele land afreis.
Geen bericht, goed bericht. Dat zeiden mijn ouders ook toen ik voor het eerst zonder hen op vakantie ging en bellen vanuit het buitenland een grote hap uit mijn vakantiebudget zou nemen. Dat deed ik dus gewoon niet. Een paar jaar later was er gelukkig internet en kon je voor een euro een uur lang internetten en per mail even laten weten hoe het ging.
Soms wou ik dat ik wat meer op de hoogte was van wat de mensen die nog niet zo heel lang geleden belangrijk voor me waren, nu bezighoudt. Mijn leven ligt open en bloot, makkelijk vindbaar op het net en is voor iedereen te belezen. Maar aan de andere kant is het ook goed zo, je kan niet alle mensen die je ooit ontmoet of waar je ooit mee omging, blijven zien. Ik concentreer me dus vooral op de nieuwe mensen die ik ontmoet, investeer daar in en hoop daarvan terug te krijgen. Ernaast blijf ik natuurlijk de warme banden aanhalen met de echte vrienden die ik al had. Voor goede en slechte berichten weten ze mij hopelijk altijd te vinden, want ik sta altijd voor ze klaar.
Meer nare berichten van spoken uit het verleden hoop ik de komende tijd niet te ontvangen. Vooruit kijken levert meer op dan treurige terugblikken. Filter de mooie herinneringen en koester die. Koester geen wrok tegen verloren contacten en verwaarloosde vriendschappen, het heeft zo moeten zijn.
Voor mij in november weer een ultieme test; wie zullen er bij mijn verplichte ziekenhuisopname aan m’n bed komen staan? Inmiddels ben ik goed voorbereid door eerdere teleurstellingen.
Normaal gesproken ben ik een vrij beheerst en beschaafd meiske, al zeg ik het zelf. Tenzij ik het ergens niet mee eens ben. Meestal gaat het dan om instanties die mij facturen sturen waar ik stijl van achterover sla, contracten die verlengd worden ondanks dat ik de bevestiging van de opzegging in mijn keurige administratie heb zitten of andere ongein. Vooral telefonisch ben ik dan niet de vriendelijkste.
Nog geen 10 jaar geleden zou het niet in me opkomen om iets te zeggen als ik het idee had dat mij onrecht aan werd gedaan of als ik het ergens niet mee eens was. Inmiddels betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker uit m’n slof schiet of dat ik me steeds meer moet gaan inhouden. Vooral om kleine dingen, zoals iemand die voorkruipt bij de kassa, hulpeloze oude mensen of asociale figuren in het verkeer.
Vandaag vijf jaar geleden had Mohammed B. tot 10 tellen geen zin meer. Hij was al te ver heen, verpest door dingen die hem niet aanstonden. Het koste Theo van Gogh zijn leven. Op laffe wijze, totaal niet passend bij Van Gogh, zich nauwelijk kunnen verzetten. Ik kan me niet meer herinneren waar ik was toen ik dit hoorde, ik denk gewoon thuis, toen nog in Groningen. Ik weet wel dat ik met stomheid geslagen was, dat ik dacht dat het gedaan was met de tolerantie in ons land.
Het valt mee, want Wilders leeft nog. Ondanks de vele bedreigingen en gewaagde uitspraken. Er is vandaag veel aandacht voor de dood van Theo, en terecht. Het zet me aan het denken, want door mijn ‘woede-aanvallen’ riskeer ik natuurlijk ook wel eens wat. Moet ik me inhouden? Wil ik dat? Altijd eerst tot 10 tellen? Ben je brutaal als je zegt wat je denkt? En moet iedereen dat maar gewoon pikken? Als je het mij vraagt wel, want alleen op die manier leren we een ander misschien nog een beetje fatsoen en dwing je misschien nog wat respect af.
En dan is de dood van Van Gogh niet voor niets geweest.
Vandaag drie jaar geleden kregen we de sleutel van ons huidige stulpje. Na twee maanden ongeduldig wachten terwijl we regelmatig langs ons toekomstige hutje liepen, zeuren tegen lief over de inrichting etc., mochten we eindelijk van het rokershol vol Winnie the Pooh-schilderijen ons eigen plekje maken.
In ons kleine appartementje hadden we al een aanwinst voor het nieuwe huis: een eettafel. Daar in gebruik als mijn ‘bureau’, maar hier zou hij eindelijk tot zijn recht komen. Uit gebrek aan ruimte aten we dus altijd op de bank, voor de tv. Geheel tegen mijn principes en gewoontes in, want thuis gebeurde dat alleen bij hoge uitzondering zoals de Sinterklaasintocht. Toen ik studeerde gebeurde het ook wel eens, maar ook daar was het meer uit gebrek aan een echte eettafel.
Meteen namen we ons voor om in het nieuwe huis ‘s avonds lekker aan de eettafel te eten. En dat doen we nog steeds trouw. Zo neem je meer tijd voor je eten en voor elkaar. De tv gaat ook altijd uit, met de radio aan kan ik leven. Gisteravond voor het eerst in tijden hebben we weer eens gesmokkeld. Voor de buis een kopje soep weggeslurpt. Ook dat doen we normaal braaf aan tafel, net als ontbijten. Niks snelle hap en wegwezen, alleen bij uitzondering. En terwijl ik lekker aan het slurpen was, bedacht ik me meteen; voorlopig niet weer. Ik ben geen snelle eter en voel me nog meer opgejaagd zo zittend voor de buis. Het is ontzettend onhandig, want op mijn laptoptafel stond mijn Macbookje natuurlijk.
Ik dacht dat het lekker zou zijn, even smokkelen. Ik was gewoon te lui om van de bank af te komen. Maar echt genoten van mijn gesmokkel heb ik niet. Die keren dat we tegenwoordig samen eten, gewoon lekker burgerlijk aan tafel.
Sinds vorige week hebben we weer buren aan beide kanten. Na meer dan een jaar geen wolvengejoel meer aan te hoeven horen en altijd stilte van die kant gewend te zijn, wordt die stilte nu precies een week met regelmaat bruut verstoord. Het huis wordt namelijk volledig gestript. Nou ja, is inmiddels. Van boven tot onder, alles is leeg en kaal. Een mooi gezicht, want de huizen staan er al 99 jaar en veel wat naar boven komt is daadwerkelijk zo oud.
Het sloopwerk met de meeste herrie is inmiddels voorbij, onze muren zijn nog heel en af en toe was ik een beetje bang als ik wat glaswerk in de keuken hoorde trillen, maar niets van dat alles. Lief heeft al even met de buurman kennis gemaakt, die er alleen gaat wonen. Het strippen en opbouwen doet hij helemaal zelf, respect daarvoor. Hij heeft al even bij ons gekeken en ideeën op gedaan en vond ons huisje erg gezellig. Benieuwd wat hij er van maakt!
Wat mij betreft kan de buitenschilder morgen al aan de gang, want alle kozijnen zijn er geel. En dan niet knalgeel, nee ‘okergeel’. Geen pee dus en mij al sinds we hier wonen een doorn in het oog. De vorige bewoonsters waren sowieso helemaal into geel, al het houtwerk en het linoleum, alles was geel.
Wat wel een beetje jammer is is dat de buum op zaterdagochtend voor 9uur al aan de klus is. En de straat regelmatig wordt opgehouden door de levering van bouwmaterialen tussen 8 en 9u ‘s ochtends, spitstijd, zeker omdat er een basisschool vlakbij zit die per auto vooral door onze straat bereikbaar is. Ook een minpuntje: tijdens Top Gear de stenen die voor ons huis gestapeld zijn, luidruchtig in een kar gooien. En onze stoep als opslag gebruiken.
Gelukkig heeft hij flink de vaart er in en zou vandaag alles wat voor de deur opgeslagen ligt in het huis weggewerkt worden. Maandag wordt er beton gestort. Gelukkig heb ik maandag geen thuiswerkdag en alleen maar afspraken. Want al die klusherrie maakt dat ik noodgedwongen met muziek op aan de slag ga. Dat doe ik normaal nooit, zodra lief de deur uit is gaat de muziek uit. Enjoy the silence.
Ach, het heeft ook wel weer z’n charmes. Bouwvakkers en buum in ontbloot bovenlijf, bevestiging aan ons adres dat zoiets niet aan ons in besteed, tenzij we alles uit kunnen besteden. En vandaag ontvluchten we gewoon de herrie.
Sint Maarten, Sinterklaas, omdat de ‘r’ weer in de maand zit, omdat ze nu rijp in de Spaanse en Turkse bomen hangen. Het is weer mandarijnentijd. Best lekker, die kleine oranje vitaminebommetjes, mits niet zuur en zonder pitten. Mits je ze gewoon lekker thuis opeet, en niet in het openbaar. Mits je zin hebt in oranje gekleurde handen met velletjes onder je nagels en een penetrante geur waardoor iedereen de rest van de dag zal weten dat je mandarijn hebt gegeten.
Naast het eten van rijstwafels of met frites in de trein, vind ik het not done om in de trein een mandarijn te eten. Naast de geur krijg je er een ontzettende smeerboel van, het is een onsmakelijk gezicht om iemand tegenover je zijn partje te zien leegzuigen om vervolgens het velletje met pit weg te gooien en met deze zachte buitentemperaturen roep je een grote hoeveelheid fruitvliegjes op de open treinprullenbakjes op.
Ook ontzettend not done en mijn vroegere frustratie: mandarijnen geven met Sint Maarten. Sint Maarten is een snoepfestijn, of je het daar nou mee eens bent of niet. Je gaat met Halloween ook niet in je schattige prinsessenjurk of engelenoutfit trick or treaten omdat je de andere outfits creepy of ongehoord vindt.
Wat ik heel erg well done vind: bij de AH kun je de mandarijnen proeven voor je een netje mee neemt en er thuis achter moet komen dat ze vol pitten en zurigheid zitten. Minpuntje: rondom de mandarijnenpartjes en de bijbehorende vuilnisbak is het altijd dringen geblazen. Het lijkt wel of de mandarijnenspuugbak de nieuwe koffiecorner is geworden. Waar je tussen het proeven en pitten schieten even bijkletst met de buuf die je anders ook nooit spreekt.
Al die zure bommetjes trek ik slecht, dus neem ik gewoon een netje mineola’s mee in plaats van manderijnen. En die eet ik braaf thuis op, uit een bakje, waar ik uitgebreid alles kan ontvellen en ontpitten zonder een ander daarmee lastig te vallen en onpasselijk te maken. Oranje boven!
Heel eerlijk durf ik toe te geven dat ik tot de Ziggo-reclame geen fan was van Georgina Verbaan. Haar typetje in GTST vond ik verschrikkelijk en ik kan me nog een hele bizarre slechte film herinneren met haar in de hoofdrol. Ook het Schaap met de Vijf Poten vond ik haar de minst leuke, al kon ik haar al beter verdragen. Ze wordt duidelijk volwassener, al blijft ze een guitig jong koppie hebben.
Gisteravond de eerste aflevering van Floor Faber, gebaseerd op de column in de Viva (verkrijgbaar in boekvorm nu). Ik lees niet vaak de Viva, maar als ik hem doorblader bij tandarts, wachtkamer of supermarkt, sloeg ik Floor nooit over. Floor wordt gespeeld door Georgina en na het zien van de preview was ik al om! Anders dan bij Single worden niet alle grappen al in de commercial geshowd, is de cast ijzersterk en de timing perfect.
Daarbij zit er voor iedereen wel iets herkenbaars in, of je je nou herkent in de stuntelige Floor, je schoonmoeder terug ziet als je moeder Faber hoort praten of ook bent bedrogen door je vriendje. De keuzes waar ze voor staat, de twijfel die daar bij hoort. Alles wordt natuurlijk heerlijk uitvergroot en in een half uur komen situaties voor waar bij ons maanden overheen gaan. Maar het is zo leuk en luchtig gespeeld. Vanaf deze week heb ik dus twee tv-avonden. Floor Faber moet je echt eens zien, Net 5 heeft weer een topper te pakken!
Gister was de meest ‘onproductieve’ dag van het jaar. We schijnen allemaal zwaar in de war te zijn van de zondag ingegane wintertijd, zijn al zwaar depressief en dat uit zich op de werkvloer. Er komt weinig zinnigs uit onze handen en wat er uit komt gaat bijzonder langzaam.
De rest van de komende week zal ook niet de productiefste zijn, daarin moeten we de ‘jet-lag’ verwerken. Maar goed dat half Nederland nog herfstvakantie heeft, anders zou er nog een dip in deze economische dip te zien zijn.
Dat de maandag al niet de meest productieve dag is, was algemeen bekend, maar zo’n krantenbericht geeft je natuurlijk een goed excuus om eens een dag minder productief te zijn. Wij zoeken graag naar excuses en smoesjes om ons achter te verschuilen. Wintertijd, verveling, drukte, open brug, we verzinnen de meest uiteenlopende smoezen om ergens onderuit te komen of fout gedrag goed te praten. Wij Nederlanders vinden onszelf altijd zo direct en tolerant, maar als we een excuus te horen krijgen wat niet in ons straatje past, zijn we ineens niet zo meegaand en begrijpend.
Ik heb geen last van de wintertijd, ben op maandag net zo productief als op andere dagen, de ochtenden zijn wat minder ‘mijn moment’, al begint dat langzaamaan ook te komen. En excuses en smoesjes? Tuurlijk gebruik ik die wel eens, maar het liefst zo min mogelijk. Ik zeg liever waar het op staat. En in heel Nederland is wel bekend dat het OV en NS-vertragingen helaas geen smoesje zijn, maar harde waarheid.
Misschien een gat in de markt, naast het ‘alibi-bureau’ het ‘excuus-bureau’, wat je altijd een excuus of smoes kan geven als je dat nodig hebt?
Hier het artikel in De Telegraaf van gister, over de productiviteit op de werkvloer deze week.
Stamppot rauwe andijvie, stoofpeertjesvla, appel met kaneel en suiker, warme chocolademelk met slagroom, zuurkoolstamppot a la papa, taai taai, pepernoten, chocoladeletters, goede rode wijn en kaneelstokken. Hier en daar een zonnebank. En je hebt hét medicijn tegen een winterdip.
Ik geef er ongegeneerd aan toe, leef van eetkick naar vreetaanval en ben blij dat de dikke wollen vesten ook deze winter weer mogen om de aangegeten kilootjes te verhullen. Mijn hardloopplannen zijn alweer in de ijskast beland, een oude blessure blijft opspelen en ik maak er gewoonweg geen tijd voor. Ter compensatie loop ik wel zoveel mogelijk, naar de supermarkt, de stad in etc.
Nu de wintertijd in is gegaan en het buiten nog sneller donker is, lig ik steeds sneller op apegapen, onder een dekentje op de stoel. Ik zou zonder problemen een winterslaap kunnen houden, wellicht dat ik me daarom zo vol eet met alles wat voor mijn neus komt te staan. Stukje voorbereiding.
Maar de herfst en de winter zijn niet alleen maar vervelend; zo ben ik weer helemaal uitgewaaid na weer een strandwandeling, hangt overal de kerstversiering al en wordt het ook buiten sfeervol. Vind ik het een leuk gezicht om overal die gekleurde shawls en mutsen te zien lopen, te gluren naar de etalages die helemaal in sinterklaar- en kerstsfeer worden ingericht. Daar kan ik glimlachend langs lopen, ginnegappend om de zeurende kinderen met hun ouders, de verliefde stelletjes die innig gearmd aan het windowshoppen zijn en eigenlijk in de ramen alleen maar naar zichzelf en vooral hun partner kijken.
Ook dat helpt tegen de dip. En als je geen lover hebt, ik kan ook enorm genieten van shoppen in m’n eentje. Mijn advies om de winter door te komen: neem het er gewoon lekker van. Doe waar je zin in hebt en wat je leuk vindt, geef af en toe eens toe aan de bank en de warme kachel maar ga vooral niet stil staan. Dan lijkt het alleen maar langer te duren.
Deze week kwam DE mededeling; volgende week is mijn laatste week vrij reizen. Vrijdag de 30ste moet ik mijn OV-kaart inleveren. Een dag die de boeken ingaat als historisch, want vanaf dan is het gedaan met ‘zomaar even in de trein stappen’ en het halve land door crossen. Vanaf dan moet alles strakker gepland, moet er efficiënt worden gewerkt en zal ik nog vaker aan mijn telefoon gekluisterd zijn.
Momenteel leef ik aardig uit ‘mijn koffer’, ga vaak op en neer en mis geen enkele bijeenkomst, netwerkborrel of open kennismakingssessie. Dat wordt flink afkicken. En alle slimme trucjes om met je OV-chipkaart goedkoper te kunnen reizen op de voet volgen.
Stiekem krijg ik wel verhuiskriebels. In Meppel hebben lief en ik het allebei wel een beetje gezien, we mengen ons nauwelijks in het sociale leven daar, hebben onze vrienden ook voornamelijk buiten het leuke stadje en hoe centraal Meppel tot nu toe ook altijd voor ons geweest is, dat valt nu voor ons allebei tegen. Het liefst zouden we ons huisje in een iets grotere versie mee willen nemen en in Haarlem neer willen zetten, inclusief tuin.
Want ons huisje is nog steeds een echt thuis, waar we ons allebei helemaal lekker voelen, een rustpunt. Voorlopig blijven we lekker zitten in ons gezellige stulpje. Je moet altijd wat te wensen houden.
Van horoscopen, tarotkaarten en handlezingen moet ik niets hebben. Het zal mijn provinciale nuchterheid wel zijn. Ik geloof best in paranormale gaven en dat er ‘meer’ is tussen hemel en aarde, maar dat de sterren bepalen wat er in je leven gebeurt. Zeker omdat er zoveel mensen zijn met hetzelfde sterrenbeeld.
Lief en ik hebben het zelfde sterrenbeeld, maar absoluut niet dezelfde levens en ook zeker geen overeenkomende horoscoop. Heel vaak is de horoscoop maar op een van ons een beetje toepasbaar. Maar ja, die dingen zijn niet voor niets zo algemeen en breed opgezet. Sommige mensen hebben een horoscoop nodig om bevestiging te krijgen van de dingen die ze doen of die ze overkomen. Ik niet, ik laat het allemaal op me af komen. Maar ik lees ze wel. Hoe stom ook, als ik in de trein een krantje lees, neem ik altijd de horoscoop door.
Afgelopen week klopt mijn horoscoop wel verdacht goed. En als ik in gesprek ben met vriendinnetje D., die daar wel echt in gelooft, kan ze regelmatig bevestigen dat het sterrenbeeld gerelateerd is. Toch grappig, maar ik ben nog steeds niet overtuigd. Ik zoek wel naar tekens, aanwijzingen en bevestiging en denk dat ik me daarom steeds zo kan vinden in ‘de sterren’.
Nu de dagen wat korter worden zie je de sterren nog vroeger. Ik zal eens wat meer op letten als het weer een heldere avond is, wie weet wat de sterren vertellen…
Sinds mijn vijftiende ben ik bril- of lens dragend. Ik herinner me nog goed mijn eerste bril, nadat ik mezelf dus al jaren in m’n vingers had gesneden door alle kaarten bij de oogarts uit mijn hoofd te leren. Ik kreeg hem vlak voordat ik met m’n ouders op vakantie ging naar Frankrijk.
Aangezien mijn moeders geen kaartleeswonder is en al helemaal niet van lang autorijden hoort, was het bij ons een traditie dat ik vanaf Belgie voorin zat naast vaders, om de kaart te lezen. Dat ging de jaren ervoor prima, maar nu kon ik ineens de borden van grote afstand lezen! Geen klamme handjes meer of ik het bord wel op tijd zou kunnen lezen en we de afslag zouden halen, maar meters vooruit kunnen zien! Wat een openbaring!
Nu heb ik sinds een week weer een nieuwe bril, die me van het dubbelzien moet af helpen. Geloof me, alles verder dan 5 meter van je af twee keer zien, is niet handig! Een nieuwe bril met cilinder dus. Een hele uitdaging, want daardoor wordt het zien van diepte nog onmogelijker gemaakt. Als ik de trap af loop moet ik onder mijn bril door kijken en onlangs miste ik al een afstapje midden in een winkel. Niet handig dus. Maar wel weer een hele openbaring, van grote afstand de treinborden kunnen lezen en dus niet meer de goede trein te hoeven missen. Weer scherp zien.
Zodra ik de bril opzet is het net of mijn ogen alle kanten op worden getrokken en ik heb dan ook steeds het idee dat ik er als een enorme schele Bennie bij loop, maar van horen zeggen weet ik dat het niet zo is. De eerste week ging prima, op de afstapjes na. Vandaag heb ik voor het eerst weer zo’n nare hoofdpijn die alleen door je ogen veroorzaakt wordt. Dat weet je na een paar jaar wel, want er is een duidelijk verschil tussen hoofdpijn en hoofdpijn. Ogen die aanvoelen alsof ze ieder moment uit elkaar kunnen barsten en ontzettend droog zijn, hoeveel je ook knippert.
Maar ik ben desondanks blij met mijn ‘nieuwe’ zicht. En in de winter is een bril dragen helemaal niet zo erg, het beschermt je ogen mooi tegen de koude wind! Ik mag allang blij zijn dat het met een bril of lenzen verholpen is en dat ik als ik uit bed stap me nog aardig kan redden zonder. Natuurlijk had ik liever gezonde ogen gehad of zou ik me laten laseren, maar daar kom ik niet voor in aanmerking.
Iedere dag zie ik wat voor moois het leven te bieden heeft. De ene keer scherper dan de andere, en op sommige dagen misschien een beetje vertekent. Maar daar heeft iedereen wel eens last van…
Men neme een mooie zonnige vrije zaterdag, een lekker windje en warme kleding en trekt er heerlijk op uit richting Hollandse kust. Zo kwam ik vandaag de dag door, ruim twee uur met de neus in de frisse zeewind.
Helemaal in m’n element ben ik dan, met de wind door m’n haren (expres los), lopend door het afwisselend harde of mulle zand, kijkend naar de golven en lachend om de wilde honden. Op zomerdagen vind ik het strand leuk, maar in de herfst en de winter is het dé manier om me even op te laden. Gedachten laten varen, straffe wind in je gezicht en even denken aan helemaal niets.
Uiteraard even bijkomen met een warme chocolademelk mét slagroom of een lekker glas rode wijn en vervolgens weer met rode wangen de auto in terug. Want helaas wonen we niet dicht bij het strand, kunnen we er niet de zondag beginnen met hardlopen of fietsen, of na een lange dag even een uurtje zonsondergang kijken om tot rust te komen.
Maar daar gaat verandering in komen. Als we Meppel gaan verlaten, wat nog even op zich laat wachten, maar zeker in de planning staat, dan willen we dicht(er)bij zee. Ongetwijfeld dat er nu een hond moet komen, aangezien lief sinds kort in de hondenbusiness werkt, en een labrador kan zich uitstekend uitleven op het strand.
Leuk om plannen te maken, vooruit te kijken en toch tot de conclusie komen dat we het nu ook niet zo slecht voor elkaar hebben. Dit gaan we gewoon vaker doen, terug naar de kust.
Nu moe maar voldaan lekker slapen. De natuur heeft haar werk gedaan.
Bijna iedereen heeft het boek gelezen. Zelfs mensen uit mijn omgeving die helemaal niet van lezen houden. Ik heb het natuurlijk over Kluun’s Komt een vrouw bij de dokter (KEVBDD). Reinout Oerlemans durfde het aan om het boek te verfilmen. Bij het horen van dat bericht was ik behoorlijk sceptisch. Je maakt er tijdens het lezen toch een beetje een ‘eigen’ verhaal van, je maakt je een voorstelling van Stijn, Carmen en Roos.
Toen de cast bekend werd, kreeg ik er wat meer vertrouwen in. Carice van Houten als Carmen, dat moet wel goed komen. En Barry Atsma als Stijn, daar kon ik ook zeker in komen. Waar ik ook 100% zeker van ben, is dat het met de soundtrack helemaal goed komt. Toen ik het boek uit had gelezen ben ik een hele dag bezig geweest om alle nummers die werden behandeld in het boek aan te schaffen en er mijn eigen KEVBDD-cd van te maken. Een paar weken later lag deze gewoon in de winkel, te verkrijgen bij het boek.
Gister werd de trailer van de film vertoont in RTL Boulevard. Ik had andere dingen te doen maar was er na mijn heftige middag ook niet aan toe. Vanavond heb ik hem gekeken en meteen werd alles waar ik sceptisch over was, weggenomen. De eerste traan biggelde zelfs al over mijn wangen. Eigenlijk wil ik voor de film uit komt het boek nog een keer lezen. Maar de stapel ongelezen boeken is zo groot, waarom dan een boek wat ik al ontzettend vaak gelezen heb, nog eens oprakelen?
De Weduwnaar, het boek wat KEVBDD opvolgt, viel mij enorm tegen, geen traan heb ik daarom gelaten. Ik denk dat de film het boek zal overtreffen. Maar goed dat Kluun er zo nauw bij betrokken is, zodat het ook een beetje zijn ‘kindje’ blijft. Lijkt me voor hem ook niet makkelijk.
26 november gaat de film in première, vergeet niet de doos tissues mee te nemen!
Niet de slecht bekende, vrouwonvriendelijke ‘zwarte boekjes’ die mannen zoals McSteamy of George Clooney bij zouden houden om hun ‘veroveringen’ te raten. Maar de geweldige Moleskine boekjes. Schoonzus U. gebruikt ze al sinds ik haar ken. Ik deed toen nog niet zo veel met schrijven dat ik daar mooie boekjes voor kocht. De verplichte dingen maakte ik op m’n bakbeest-laptop of een papiertje uit m’n kladblok.
Pas sinds kort gebruik ik ze zelf. Eentje voor al mijn plannen, ideeën en overleg. En sinds kort vertrouw ik aan de ander mijn ‘geheimen’ toe. Vorige week zaterdag in Parijs nog met het City Notebook in m’n hand gestaan, maar voor een dag was het wel erg kort. Bovendien is het heel 1.0 om met een boekje of kaart de toerist uit te hangen, daar heb je tegenwoordig de iPhone voor.
Ineens zie ik de boekjes overal opduiken, behalve in de plaatselijke boekwinkels. Zo af en toe blader ik door m’n aantekenboekje, grijnzend kijkend naar mijn gekriebel op papier. Het stevige papier wat nog ‘ouderwets’ naar papier ruikt. Niet statisch zoals het meeste printpapier.
Dat ik er nu eentje als soort van dagboek gebruik, is helemaal apart. Vroeger schreef ik nauwelijks. Ik sloot mezelf middagen op om te tekenen of te schilderen. Maar vriendinnetje E. hield wel een dagboek bij. In een schrift, wat ze altijd heel goed wist te verstoppen. Dat wilde ik ook, en ik begon iedere keer fanatiek. Maar na 3 dagen had ik het wel weer gezien. Ik zag er het nut niet van in, vond het schrijven niet leuk en had ook niet het idee dat er iemand op mijn verhaal zat te wachten. Want stiekem droomden we natuurlijk van een heuse ontdekking, mijn dagboek heette niet voor niets, hoe origineel, ook Kitty.
Naast mijn digitale leventje hier op mijn blog dus aan het schrijven geslagen. Het is fijn om dingen van je af te schrijven, maar ook prettig om zo af en toe terug te lezen. Dat merk ik bij ons ‘reisverslag’. Af en toe kom ik het tegen en lees ik weer even wat we die 5 heerlijke dagen gedaan hebben. Even een momentje ‘stop de tijd’.
Grappig om in dit digitale tijdperk weer terug te grijpen naar old school dingen.
Voor het eerst ‘s nachts wakker worden omdat je het koud hebt. De gordijnen open doen en een wit laagje op de schuurdaken zien. Wolkjes kunnen blazen in de slaapkamer. Het wordt steeds kouder, vaker draai ik de kachel omhoog en zonder jas ga ik de deur zeker niet uit. Ondanks de mooie najaarsdagen als vandaag, waar het in het zonnetje goed vertoeven is.
Op deze dagen kriebelt het; schaatskoorts. Schaatsen vind ik geweldig. Of het nou rondjes op de parkplas zijn of grote rondes in Thialf, ik voel me heel vrij op het ijs. Ondanks dat ik een ontzettende koukleum ben, als je stevig doorschaatst en goede kleding draagt merk je daar niets van. Dan vind ik het juist heerlijk om die koude wind in je gezicht te voelen.
Gister ben ik behoorlijk van mijn eigen ‘rosé’ wolk afgevallen. Een tijdje geleden schreef ik al over mijn rijlessen die niet heel soepel gingen en tijdelijk waren gestaakt omdat ik een nieuwe bril moest. Die ligt volgende week klaar, maar met de fijne mededeling dat ik eigenlijk niet mag lessen. Ook mijn instructrice gaf me net te kennen dat ik wel m’n rijbewijs mag gaan halen, maar niet verzekerd zal zijn omdat ik op medische grond afgekeurd ben.
Bummer, daar gaat mijn ‘miss independent project’. Altijd afhankelijk van het openbaar vervoer of anderen zal ik dus blijven. Hoewel ik wel wist dat ik nog een lange weg te gaan zou hebben, viel me dit rauw op m’n dak. Gelukkig mag ik wel m’n scooterrijbewijs gaan halen, dus wie weet cross ik ooit nog eens rond in een 45 km wagentje. Al is het alleen maar om onafhankelijk te zijn. Ook een leuk boodschappenwagentje. Al had ik liever die Mini of Fiat 500 voor de deur gehad.
Op zoek naar een nieuw project dan maar. Iets waarmee ik minder geld verspil. Suggesties?
Tegenwoordig lijkt het bijna gewoon. Je stapt een winkel in, het personeel hangt wat aan de toonbank of speelt verveeld met een stukje kauwgom en als je wat wilt vragen hebben ze het enorm druk. Bij de supermarkt weten de vakkenvullers niet eens meer waar dingen staan, zo vaak worden ze dagelijks gewisseld en worden de vakken omgegooid. En een vriendelijke kassamedewerker lijkt ook nauwelijks meer te bestaan.
Zo af en toe kom je een uitzondering tegen, die me dan ook lang bij blijft. Ik vind goede service en klantvriendelijkheid belangrijk. Ik ben dan ook bereid om daar iets meer voor te betalen. Dat ik dat niet in alle goedkopere winkels kan verwachten, prima. Maar dat er ook in de exclusievere zaken niet of nauwelijks meer naar je wordt omgekeken, snap ik echt niet. Een winkel binnentreden is al een koopsignaal. Bewezen is dat het gedrag van personeel van invloed is op de uiteindelijke aankoop.
Gelukkig zijn er nog zaken waar het wel goed voor elkaar is. Meestal de wat grotere ketens, maar toch. Twee maanden geleden had ik een laptoptas gekocht bij de plaatselijke V&D. En dan niet zo’n lelijk, oubollig geval. Nee, een grijze, leren tas. Vereiste was dat er naast een laptop ook meer in de tas kon, zodat ik maar met 1 tas hoef te sjouwen. Mijn hele hebben en houden qua verplichte tasinhoud paste er in. Helemaal in mijn nopjes was ik. Maar na een maand kwamen er al lelijke scheuren in het mooie grijze leer. En na nog geen twee maand lieten hele stukken los. Freak die ik ben, had ik de bon en alle kaartjes nog. Na twee maanden gebruik vond ik dit niet kunnen, het was ook niet de goedkoopste tas. Een beetje sceptisch ging ik heen, niet verwachtend dat ze er wat aan zouden doen, laat staan terugnemen. Tot mijn grote verbazing was dit geen probleem. Helaas was de tas niet meer verkrijgbaar en kon ik geen goed alternatief vinden.
Goede service, vriendelijk geholpen worden en deskundig advies krijgen kan dus toch. Helaas moet ik daardoor wel een dagje met 2 tassen op pad, waarvan 1 saaie zwarte laptoptas. Goede reden om tussen de werkzaamheden door op zoek te gaan naar een nieuwe. En laat ik nou net vandaag in Amsterdam werken… daar is het aanbod in ieder geval stukken groter. Kan ik meteen checken of het personeel daar wel klantvriendelijk is!
Al tijden had ik het plan. Een plan waar ik tegen aan hikte. Waarvan ik het begin niet zag zitten. Maar vandaag was de kick-off, trok ik de stoute (hardloop)schoenen weer aan. Voor het eerst sinds tijden. Een zonnige herfstdag, te veel lekker gegeten de afgelopen dagen en toe aan de energyboost die je er nadien van krijgt.
Hardlopen dus. In Groningen deed ik het met regelmaat, om mijn conditie op peil te houden en omdat het gewoon lekker was. Daar liep ik altijd samen met een vriendinnetje. Lekker door het Noorderplantsoen, of gewoon in de buurt. Als ze niet kon, probeerde ik toch te gaan, muziekje op en lekker je hoofd leeg maken. Als het regende ging ik niet, tenzij het miezerde. Niets is lekkerder dan in de miezer hockeyen en hardlopen.
Toen stopte ik met hockey en ging ik verhuizen. Ik stopte met hardlopen, miste mijn buddy en kon geen leuke route verzinnen. Een paar keer een poging gedaan, als alternatief af en toe gaan skaten, maar ook daar kon ik geen lekkere route voor vinden. De laatste keer dat ik weer een poging tot hardlopen deed, stond op iedere hoek waar ik langs moest, dezelfde nare man. Die keer ging ik heel snel, maar voelde ik me niet geroepen om het weer op korte termijn te doen.
Vandaag fanatiek begonnen. Helaas liet Evy, de begeleidster, me in de steek op m’n iPod, had ik geen GPS voor mijn Runkeeper en dus geen idee hoe ver ik heb gelopen, maar wel een uurtje genoten. Rustig aan gelopen, afwisselend gewandeld, en ondertussen genoten van de herfstzon, de herfstgeur en de vallende bladeren. Zorgvuldig al gevallen kastanjes ontwijkend, om niet geblesseerd te raken. Het voelde weer heerlijk, ondanks mijn gierende longen. Met rode wangen en een big smile kwam ik weer thuis. Die eerste keer viel eigenlijk best mee. Nu gewoon vaste prik, twee keer in de week lopen en volhouden. Weer of geen weer, zin of geen zin. Hoe verleidelijk die bank ook is, ik krijg er niet het voldane gevoel van. En het is toch veel leuker om jezelf na een stuk hardlopen te trakteren op een lekker stuk chocola, dan je continue schuldig te voelen omdat je niet beweegt?
Nederlandse films: je vindt ze fantastisch of helemaal niets. Ik ben er fan van. Vooral de ‘gouwe ouwe’ klassiekers als Schatjes, Turks Fruit en Soldaat van Oranje. Maar ook recentere films als De Tweeling, Simon en Bride Flight kunnen mijn goedkeuring wegdragen.
Afgelopen week vond ik Utrecht het Nederlands Filmfestival plaats. Dinsdag ben ik naar de film ‘Carmen van het Noorden’ geweest. De recensies waren goed, mijn verwachtingen hoog. Helaas werden deze al na een paar minuten film zwaar teleurgesteld. De film had een zwak verhaal en leek meer een grote Tygo Gernandt show. En laat ik nou niet zo’n Tygo-fan zijn, was dat een kleine tegenvaller.
De komende weken wordt geprobeerd het Nederlandse Filmfestival uit te breiden, door op zaterdag en zondagavond Nederlandse films uit te zenden. Geen klassiekers uit de oude doos, maar recentere films. Met bekende namen, maar ook onbekend talent. Variërend van bioscoophit tot filmhuisfilm. Geen zaterdagavond of saaie zondag meer om je te vervelen of te klagen dat er niets op tv is. Vele films die de moeite waard zijn, ik ga er zoveel mogelijk kijken.
Want er is niets heerlijker dan wegdromen bij een film, je helemaal in te leven in een andere wereld en opgaan in de vierkante kast.
Na een heerlijk weekend weer lekker aan het werk. Meteen de grootste uitdaging in mijn streven om niet meer te klagen; het openbaar vervoer in. Afgelopen weekend heb ik al een paar keer gemerkt dat niet klagen makkelijker gezegd dan gedaan is. Het floept er zo makkelijk uit! Vaak kan ik er nog een andere draai aangeven, zodat het geen ‘geklaag’ is. Maar steeds beter kan ik het gewoon inslikken.
Je bij de situatie neerleggen is makkelijker dan er chagrijnig van te worden en er tegenin te gaan. Stroomstoring? Tja, balen, maar niet het einde van de wereld. Veel te lang buiten in de kou moeten wachten voor je ergens naar buiten mag? Ander plan bedenken! Eerder was ik nogal van een strakke planning, inmiddels ben ik stukken flexibeler. Niet dat dat iets van de laatste dagen is, maar eerder kon ik er nog wel lang over na zeuren, waarom gemaakte plannen gewijzigd werden.
Ik wil positiever in het leven staan, soms denk ik wel eens dat ik op bepaalde stukken in mijn leventje teveel in het verleden ben blijven hangen. Deze herfst geen kwellende deprimerende liedjes waarbij ik weer terug denk aan die vervelende situatie, maar vrolijke deuntjes. Tegenslagen? Daar wil ik, zo goed en kwaad als dat kan, boven staan. Ik laat me niet kennen.
Gauw m’n wintergarderobe shoppen, theevoorraad aanvullen, nog meer geurkaarsen en cosy huisdingen scoren en vooral positief blijven denken. Als dat niet goed voor m’n weerstand is…
Het is bijna oktober en van de herfst is nog weinig te merken. ‘s Avonds koelt het snel af, maar overdag weet een aangenaam zonnetje de temperatuur aangenaam te houden. Optimaal genieten van deze prachtige najaarsdagen.
Toch heb ik al weer een tijdje trek in winterse korst, rode wijn, herfstthee en opwarmen bij de haard na een lange schaats- of wandeltocht. De filmavonden worden weer opnieuw ingevoerd; dvd’tje huren of biosje pakken.
Gisteravond zijn we naar ‘De Storm’ geweest, de eerste film over de watersnoodramp in 1953. Het begint meteen heftig en doet me weer versteld staan van de kracht van water. Ik was extra nieuwsgierig naar de film, omdat mijn opa daar destijds heeft geholpen toen hij in het leger zat. Veel heeft hij er nooit over gesproken, maar dat het indrukwekkend en verschrikkelijk geweest moet zijn, begreep ik na het zien van de film helemaal.
Toen ik in Zeeland op de camping werkte, was ik altijd erg onder de indruk van de Oosterscheldekering en de immense Deltawerken. Een van de eigenaren werkte ook bij de brandweer en werd regelmatig opgepiept om drenkelingen te vissen die zich het toch nodig vonden om dicht bij de deltawerken te gaan zwemmen. De stroming is daar zo sterk, dat het vragen om problemen is.
Bij het bezoekerscentrum Neeltje Jans wordt duidelijk hoe de Deltawerken in elkaar steken en hoe ze daarmee Zeeland kunnen behoeden voor nog zo’n ramp. Helaas ben ik nog nooit in het watersnoodmuseum geweest, maar en bezoekje aan Zeeland staat al langer op onze to-do list. Water trekt mij. Stiekem kijk ik uit naar de eerste herfststorm, om die gelegenheid aan te grijpen om lekker uit te waaien op het strand.
De Storm is echt de moeite waard, hoewel het verhaal niet altijd even sterk is. Het is goed om te zien wat water kan doen en wat er voor ons kikkerlandje altijd dreigt. Ik kan me een zondagmiddag ‘ramptoerist’ spelen in de buurt van Zwartsluis herinneren, nog niet al te lang geleden, toen hier in de omgeving het water overal eng hoog stond en zelfs Meppel aardig was getroffen. Dat maakte best indruk. Dus als de herfst volgens de voorspellingen komende week inzet en je zit een avond saai thuis; go see the movie.
Wat zijn wij goed in het overschatten van dingen zeg. Gister had ik afgesproken met een vriendin op station Utrecht. Daar proberen we met enige regelmaat af te spreken, maar de afgelopen twee keer waren we niet tevreden over de bediening bij De Tijd. Dus was het tijd voor iets nieuws. Laat nou nog niet zo lang geleden op Utrecht CS de Starbucks zijn geopend. De eerste dagen stonden de rijen halverwege het station. Ik was zo naïef om te denken dat dit nu wel mee zou vallen.
Omdat ik wat eerder was, besloot ik alvast in de rij te gaan staan om wat te bestellen. Grootste grap is dat ik helemaal niet van koffie hou. Helemaaaaaal niet zelfs! In plaats van een standaard thee besloot ik een ijskoffie te nemen. Na de rij kwam daar meteen het tweede minpunt; wat belachelijk veel geld voor een plastic beker koffie met ijsklontjes! En geen bediening, zelfs niet als je ergens een plekje aan een tafel hebt weten te veroveren.
Daarna besloot ik even te gaan werken tot L. gearriveerd was. Dat liep even anders, want Starbucks biedt geen wi-fi (draadloos internet). Gelukkig heb ik een iPhone-abonnement en internet via xs4all en kan ik daardoor op KPN hotspots inloggen en gratis internetten, dus heb ik nog nuttig mijn wachttijd door kunnen brengen. Tot jaloezie van mijn ook werkende buurmannen daar.
Toen L. kwam werd de rij alleen maar langer en besloot ze gewoon lekker niet te gaan bestellen. Na een half uur hadden we genoeg van de herrie van de melkstomer, het schreeuwende personeel en het kippenhok wat binnen was ontstaan. Terwijl we allebei een avondmaaltijd scoorden kletsten we verder, allebei verbaasd over de hype rondom Starbucks hier in Nederland. In Berlijn nooit zo’n rij gezien, zij in de USA nooit zoveel moeten betalen voor een drankje.
We zijn heel goed in het overwaarderen en ophemelen van dingen. Iets waar ik heel wars van word. Ik ben niet onder de indruk van de Starbucks, loop net zo lief rond met een kartonnen bekertje thee van de kiosk. Dat ik er dan niet ‘bij hoor’ of niet ‘hip’ ben, so be it. Ik gebruik, doe en koop dingen omdat ik ze fijn vind, niet om een ander een plezier te doen. Ik hoef niet een bepaalde auto voor de deur om te laten zien dat het goed met ons gaat en durf ongegeneerd de Aldi en de Lidl binnen te lopen. De volgende keer dat L. en ik weer afspreken, gaan we zeker niet weer naar Starbucks. Liever wat mindere bediening maar wel gratis internet en eten en drinken dat qua prijs en kwaliteit met elkaar in verhouding staat.
We doen allemaal wel eens dingen waarvan we weten dat het niet slim of goed is. We voelen ons allemaal wel eens schuldig over iets wat we gezegd of gedaan hebben. Dat is ook gezond, het is geen goed teken als je je soms niet schuldig voelt. Wel is het een kunst om toe te geven dat je ergens schuld aan hebt.
Het is heel makkelijk om een ander de schuld te geven van iets wat jij hebt gezegd of gedaan, een situatie de schuld te geven, of in andere gevallen de schuld bij jezelf te zoeken als je er geen andere logische verklaring voor kunt vinden. Jezelf schuldig vinden voor iets waar je eigenlijk geen invloed op hebt, is heel menselijk, maar wel verkeerd. Jezelf schuld aan praten om andermans gedrag of keuzes te verklaren, schept alleen maar verwarring en creeert situaties waardoor je niet meer open staat voor de realiteit.
Sommige mensen kijken zich ‘zwart’ door schuld, of moeten per se een schuldige aanwijzen in situaties. Wat maakt het eigenlijk uit wie er schuld heeft? Praat over hetgeen dat is voorgevallen of gezegd, wees open en durf kritiek te incasseren, durf je uit te spreken, durf toe te geven als dat nodig is.
Schuld bij jezelf zoeken is soms wel eens goed, als onderdeel van zelfreflectie. Maar je schuld geven van alle dingen die niet lopen zoals je wilt, is jezelf beperken in de dingen die wel goed gaan.
Schuldgevoel is een rotgevoel, het knaagt altijd of overvalt je op momenten dat je er echt niet op zit te wachten. Zolang je jezelf maar in de spiegel aan durft te kijken en je ‘eigen schuld’ onder ogen komt, is er niets aan de hand.
En de kreet ‘eigen schuld, dikke bult’ is soms heel waar en terecht. Maar vaak het laatste waar je op dat moment op zit te wachten.
Roep tegen een vrouw ‘chocolade’ en haar oren zijn meteen gespitst. Geef haar bonbons en je maakt een erg goede beurt. Is ze chagrijnig? Na een reep chocola niet meer.
Afgelopen zondag was ik voor het eerst in mijn leven op een heus Chocoladefestival, een jaarlijkse traditie in Zutphen. Samen met chocoladeliefhebster pur sang, schoonmoeder (lief en schoonvader waren ook mee). Prachtig om te zien hoe ze ambachtelijke bonbons maken, hoe je kunt schilderen met chocolade en vooral heel veel proeven.
Meteen ontdekt dat de combinatie witte broek – chocolade niet aan mij is besteed. Wel genoten van de lekkerste slagroomtruffels ooit. Wat chocolade nou zo aantrekkelijk maakt? Het is niet alleen de smaak, het is de hele beleving. Een doosje bonbons open maken is al een cadeau op zich. De geur van chocolade is zo intens, dat het meteen een lach op je gezicht tovert.
Tijdens het schrijven loopt het water me weer in de mond, dus ga ik nu naarstig op zoek naar een warme choco met slagroom. Heel misschien heeft lief nog wel een lekker slagroomtruffeltje voor me bewaard.
Het lijkt soms zo vanzelfsprekend, communiceren. In een relatie, vriendschap of onderling met je familie. Toch is het dat niet altijd. Iedereen herkent wel een moment van pijnlijke stilte, onuitgesproken meningsverschil of een verkeerd opgevatte opmerking.
Vooral als je niet open en direct met elkaar communiceert, ontstaan er nog al eens misverstanden. Zo kan ineens ziek zijn overkomen als smoesje, creëer je (verkeerde) verwachtingen, afstand of onbegrip.
Maar open, direct en eerlijk zijn is niet altijd even makkelijk. Zeker niet als je daarmee een ander pijn denkt te doen. Goed communiceren begint met niet voor anderen denken en aannames doen. Door niet alles op te sparen ‘tot de bom barst’, maar en ce moment te zeggen wat je dwars zit.
Ook ik moet op sommige vlakken beter leren communiceren. Hoe ik dat zakelijk doe, heb ik allemaal geleerd tijdens mijn studie. Helaas is niet alles toepasbaar in m’n prive-leven.
Communiceren kun je leren. Moet je leren. En met de een verloopt dat wat soepeler dan met de ander, loopt het natuurlijk en is alles vanzelfsprekend. Bij een ander moet je alles praktisch uitspellen, gebarentaal toepassen.
Als je niet meer met elkaar communiceert, kun je er net zo goed mee stoppen, dan zul je nooit een goed inhoudelijk gesprek hebben. Want communiceren betekent niet dat je het altijd met elkaar eens bent, maar wel dat je een ander respecteert, door elkaar uit te laten praten, naar elkaar luistert.
Niet alle momenten en plaatsen zijn even geschikt om eens goed met elkaar te communiceren. Een beetje tact en inzicht is gewenst. Maar ook dat kan je aanleren. Ik ga weer even ‘live’ communiceren. Zo’n schermpje zorgt toch voor een afstand…
Een tijdje geleden liet ik al weten dat mijn papieren agenda een loze aankoop was. Het bijhouden van zowel een digitale als een analoge agenda, werkte niet. Aangezien ik mijn iPhone altijd binnen handbereik heb, is het handig als daarin mijn agenda wordt bijgehouden. En de combinatie met mijn MacBook is helemaal perfect!
Toch kan niet alles digitaal worden vervangen. Mijn uren hou ik het liefst gewoon bij op een papieren formulier. Ik kan geen fijne manier vinden om het digitaal bij te houden en toevallig vond ik nog een formuliertje van mijn stagetijd. Misschien als ik die eens inscan, dat ik er dan digitaal ook een gewoonte van kan maken. Notities maak ik ook het liefst gewoon op papier. Zonder notitieboek ga ik al jaren de deur niet meer uit. Toch noteer ik vaak genoeg ‘digitaal’. Zo heb ik namelijk geen gewone post-its meer, maar plak ik ze digitaal op mijn bureaublad.
Bij de start van Blanco Tekst kreeg ik een vulpen cadeau, ingegraveerd en wel. Meteen moest ik terug denken aan de basisschool, al weet ik niet meer precies in welke groep het nu was, volgens mij groep 5. Balpennen verboden, verplicht schrijven met een vulpen. Verschrikkelijk vond ik, want de letters werden of te dik, of de inkt was nog niet droog met als gevolg lelijke vegen op je papier en aan je handen. Daarbij vond ik de vulpen voor linkshandigen mooier dan mijn eigen, met een lelijke groene achterkant. Toen was ik absoluut geen fan, zodra het even kon pakte ik mijn afgekauwde Bic-balpen.
Nu gebruik ik juist mijn vulpen. Ik kan er snelle, slordige aantekeningen mee maken, maar ook netjes mee schrijven. Zelfs als ik prive dingen opschrijf, pak ik steeds vaker mijn vulpen. Gister moest ik mijn eerste vulling verwisselen. Het ging gepaard met blauwe handen, spetters en geklieder. En de vulpen openen boven mijn witte macbook, laat ook regelmatig sporen na. Gelukkig is inkt snel weg te poetsen en ben ik inmiddels weer genoeg gewend om niet al mijn aantekeningen uit te vegen.
Nooit gedacht dat ik nog weer in deze ouderwetse traditie zou vallen. Maar de vulpen, Moleskineboekje en ik zijn een goed team en ik hoop er nog lang al mijn ideeën mee vast te kunnen leggen. Bovendien is het ook nog leuk om na een paar weken eens door je notities te bladeren. Iets wat digitaal nog steeds lastig is. Misschien een ideetje voor Apple; een tablet met ‘vulpenachtige’ aanwijzer. Of een e-book met aanwijspen. Zijn meteen alle vulpen-nadelen opgelost.
Geen idee hoe het komt, maar iedereen is gevoelig voor mooie uitzichten. In de bergen vind je regelmatig een ‘panorama-punt’, wordt grof geld verdient aan para-sailende toeristen en staat op ieder bergtopje wel een horecazaak. Goud geld is er te verdienen met helikoptervluchten over je woonplaats of een ronddraaiende tv-toren.
In Groningen hadden wij een ‘dakterras’, waar vanaf je heerlijk over de stad kon kijken. Tussen de A-kerk en de Martini-toren, de rookwolken van de Suiker Unie en gestoord worden tijdens het zonnen door de laag overvliegende trauma-heli. Toen vond ik Groningen indrukwekkend. Inmiddels heb ik op meer plekken genoten van nog mooiere uitzichten, prachtige zonsondergangen en betoverende lichtjes.
Vanavond nog droomde ik even weg boven Amsterdam. Een stukje rust, want op die hoogte weinig drukte, terwijl het beneden blijft krioelen van de gehaaste mensen. Uitkijkend over al die dingen, dwalen mijn gedachten af naar dingen waar ik naar uit kijk, uitzicht op heb of graag zou willen zien.
We hebben dat soort referentiekaders nodig om verder te komen. Al ging ik in gedachten ook even terug in de tijd. Het moet alsmaar beter en meer worden, willen we tevreden blijven, het gevoel hebben dat we vooruit gaan.
Nu lief uitzicht heeft op een nieuwe baan met hogere functie en meer salaris, is het makkelijk om al te fantaseren over een groter huis, de betere auto en de dingen die nu meer binnen ons handbereik liggen. In plaats van daar heel enthousiast van te worden, maakt het me aan het twijfelen. Groter is niet per definitie beter. Mijn stulpje is nu mijn thuis, mijn rustpunt waar ik me heerlijk terug kan trekken. Het uitzicht op een avondje niets, een luie zondag, helpt me de drukke dagen door. Even tot mezelf komen, weer ademhalen en van de automatische piloot af.
Voor het eerst voelde ik een vergelijkbaar moment van rust in Amsterdam, kon ik dat gevoel dat ik had op mijn dakje in Groningen terug halen, diep inademen en genieten van wat er zich onder mij afspeelde. Even ‘onthaasten’.
Nu weer met beide benen op de grond, nagenietend van het uitzicht en van mijn ‘thuis’. Met ook een, voor mij, onbetaalbaar uitzicht.
Nu zou ik een stukje kunnen schrijven over 9/11 en wat ik deed toen ik de eerste berichten hoorde en schokkende beelden zag. Of dat lief zo goed als zeker een nieuwe job heeft. Maar niets van dat al.
Wel wil ik kwijt wat een impact zulke berichten kunnen hebben. Acht jaar geleden zat ik met kippenvel op m’n armen aan de tv gekluisterd. Ongeloof, medelijden, schok maar ergens ook angst. Want hoe duidelijk werd het hoe kwetsbaar we zijn, in die grote wereld die zogenaamd zo goed beveiligd is? Ik weet nog zo goed mijn reacties bij vervelende berichten. Meestal resulteren die berichten in een kleine angstkreet of lange stilte van ongeloof.
Mijn reactie bij hele positieve berichten is echter vaak hetzelfde, alleen is de angstkreet dan meer een vreugdekreet. Ook van die berichten weet ik nog wat ik deed, waar ik was en met wie ik zo’n bijzonder moment heb gedeeld.
Goede en slechte berichten hebben altijd een flinke impact op ons leven. Soms niet direct, maar pas op de langere termijn. Soms worden goede berichten naarmate de tijd verstrijkt ook slecht, of andersom. Het zijn in ieder geval vaak doorslaande veranderingen waar we mee te maken krijgen.
Welke berichten je krijgt heb je niet altijd zelf in de hand. Welke impact het heeft, deels wel. Gebukt gaan onder slecht nieuws berichten sluit je ogen voor de goede berichten, voor de mooie dingen die er nog wel zijn en de kansen die voorbij komen. Te lang op een roze wolk blijven zitten na goed nieuws is ook niet slim. Keer tijdig terug naar de realiteit en wees niet te snel van je apropos. Wat de impact soms ook is.
Dinsdagmiddag zag ik sinds lange tijd vriendinnetje D. weer. Van mei tot september zit ze altijd ‘all over the place’ en spreken we elkaar minder, maar als we elkaar weer zien hebben we genoeg te vertellen. Hoewel we heel verschillend zijn, verbaas ik me met regelmaat over de dingen die we wel gemeen hebben of waar we allebei tegen aan lopen.
Zij is ook meteen het enige vriendinnetje wat samenwoont, dus onze mannen gaan iedere keer heerlijk over de tong. Uiteraard niets dan lof. Waar we eerder tijdens de reclames in Sex and the City ons beklag deden over vriendjes, scharrels en ex-en, zitten we nu burgerlijk en tevree onder het genot van een hapje en een drankje gelukkig te zijn. Allebei zijn we sinds kort aan het werk met onze ambities, zijn we in een andere fase beland. Geen middelbare school of studentjes meer, maar ‘in serious business’.
Heerlijke open gesprekken, soms het verleden oprakelend, maar vooral genietend van het nu en wat de toekomst nog brengen zal. Babbelend over katten, honden en kinderen, maar ‘het’ onderwerp blijft mannen. Geen mooie verhalen over jagen en avontuurtjes en geen krokodillentranen meer als dat lekkere ding je niet zag staan.
Ik blijf me verbazen over vriendschappen en hoe mensen soms met elkaar om gaan. Als D. en ik elkaar maanden niet spreken, sturen we af en toe een sms, mailtje of tweet. Zo weten we dat alles nog in orde is, de uitgebreide verhalen komen vanzelf weer. Als we weer ouderwets lang aan de telefoon bijkletsen, over een beurs lopen of elkaar meeten voor een quick lunch of whatever. Sommige vriendschappen ontgroei je, anderen verwateren gewoon.
Het mooie vind ik nu, is dat je vriendschappen combineert. Met bekenden nieuwe mensen ontmoeten. Een netwerk creëren waar privé en zakelijk samen gaan, waar je wat voor elkaar kunt betekenen.
Zo’n middagje ‘girltalk’ geeft weer energie en inspiratie. Herkenning van bepaalde dingen geeft een soort bevestiging, dat we toch niet gek zijn. We hebben weer plannen gemaakt, leuke dingen in het verschiet. Soms is het heerlijk om aan de stereotype van vervelende giebelmeid te voldoen. Niet te vaak, maar dat lukt ook niet met onze drukke agenda’s. Blij met mijn vriendinnetjes!
Al een tijdje word mijn denkvermogen ernstig op de proef gesteld als het op eten aan komt. Sinds een pittige buikgriep eind juli, zijn maag en darmen nog ernstig van slag. Zo ernstig dat alles met veel eiwit er in no time weer uit komt. Dus schrap ik al tijden vlees, ei en zuivel van mijn menu. Kaas gaat gelukkig nog wel, net als vis. Maar goed ook, want het is behoorlijk beperkt. De salades en zalm komen me eigenlijk m’n strot uit. Net als in mijn ‘vegetarische periode’ zijn quorn en vleesvervangers nog steeds smakeloos en slecht te bereiden, want je ‘kaasburger’ of ‘groenteschijf’ valt in de pan al uit elkaar.
Op een avond, laat, na weer een soepje met wat crackers, bedacht ik me ineens dat de Mc Donalds eerder altijd groenteburgers in het assortiment had. Best te eten, zo tussen zo’n broodje. Helaas, we zijn al niet zo te spreken over de plaatselijke Mc Donalds, waar het lijkt of de koeien nog gemolken moeten worden als je een Sunday-ijsje besteld, laat staan hoe lang ze doen over een hamburger bakken, dat vlees moet wel van heel ver komen. Helaas, mijn avondsnack zat er niet in. In Meppel hadden ze niet ‘de capaciteit’ voor groenteburgers. Mc Fail dus. Heel hard. Een week later, filiaal iets verderop, bleek dat ze gewoon uit het assortiment gehaald waren.
Belachelijk hoe sommige winkels en bedrijven hun klanten te woord staan. Afgelopen weekend nog, wilde ik snel nog brokken halen voor de katten. Er zit een dierenzaak iets verderop, maar daar had ik eerder al eens kittenmelk gekocht wat way over the expired date was. Toch maar gaan kijken en in plaats van brokken met speciaal vlees naar huis. In de aanbieding, dus lekker verwennerijtje. ‘s Avonds, met twee jengelende katten om mijn benen, zie ik op het bakje, onder het kartonnetje staan: ‘best before april 2009′. Inmiddels was het september en de katten haalden kieskeurig hun neus op. De volgende dag, zaterdag. Met de twee resterende bakjes vlees terug naar de dierenzaak. De eigenaar was er op het moment niet, ik kon geen geld terug krijgen maar mocht iets vervangends uitzoeken. Het eerste het beste wat ik beet pak: ten minste houdbaar tot: 2-2-2009.
Inmiddels is de eigenaar gearriveerd in de vrij drukke winkel. Ik mag wel een zak voer mee van hem. Ik bedank vriendelijk. Want ik wil natuurlijk niet lullig doen, maar het is niet de eerste keer, en het eerste het beste wat ik uit een schap pak, is ver over datum. Dat doe ik natuurlijk mijn poezels niet aan, ik probeer dierenartsbezoekjes zoveel mogelijk te mijden, want de prijzen daar zijn niet voor de poes. Anyway, midden in de winkel roep ik tegen de eigenaar met zijn goede bedoelingen dat ie die zak voer mag houden en dat ik niet weer terug kom. Als ik naar buiten loop, hoor ik een vrouw tegen haar wachtende man zeggen, dat ze hoorde over veel spullen over de datum en de volgende keer wel naar een echte dierenspeciaalzaak gaat. Net als ik, want hoe handig het ook is zo’n zaak dichtbij huis, ik betaal liever wat meer voor producten die nog wel goed zijn.
Drie keer pech is scheepsrecht; op zondagmiddag naar Ikea. Filiaal Groningen wordt uitgebreid, dus de halve parkeerplaats staat op zijn kop en het hele noorden is en masse richting de blauwe blokkendoos getrokken. Onze missie: nieuwe tas. Product uit de handel vanwege productiefout. Daarvoor het hele filiaal in begrafenistempo doorgelopen, tussen de jankende kinderen en zeurende vrouwen. Je reinste zelfkastijding. Als er dan ook nog twee zwijgende oudjes bij aan tafel schuiven, terwijl wij rustig onze ‘gravad lax’ naar binnen werken, hebben we het helemaal geschoten. Tijd voor een IKEA-webshop. Samen met de nieuwe catalogus graag.
Het lijkt wel of ik steeds meer op moeders ga lijken. Al jaren is het bij mijn ouders vaste prik; op vrijdag bij de weekendboodschappen een bloemetje mee nemen. Er staat daar altijd wel een bloemetje op tafel. Ik moest er in huis weinig van hebben, vooral omdat de katten er binnen no time een zooi van maakten als er een bepaalde soort in verwerkt was.
Sinds ik vorige week thuis kwam en er van lief een mooi bosje rode rozen op tafel stond (in mijn nieuwe MENU rubberen vaas waar ik al heel lang op zat te wachten), vond ik dat het er toch best leuk uitzag. Nog een beetje sceptisch naar de katten toe, maar ik gaf ze het voordeel van de twijfel. Een week hebben ze gestaan, toen was het mooie er af. En de katten hebben er wonderlijk genoeg niet naar om gekeken.
Maar wat was het ineens kaal en om nou weer dat bonsaiboompje op tafel te zetten, tijd voor wat anders. Dus kocht ik gister voor het eerst sinds ik lange tijd, bloemen voor mezelf. Wederom roosjes, in een mooie zalmtint. Voor mijn gevoel is het profiel ‘burgerlijk’ nu helemaal compleet, maar zo hou ik nog een beetje zomer in huis. Voor het contrast steek ik vanavond wel weer winterse geurkaarsjes aan, want zo’n klein bosje bloemen heeft weinig geureffect in ons stulpje.
Eerder kocht ik alleen bloemen om weg te geven. Want je kunt zoveel ‘zeggen’ met bloemen.Voorlopig stralen deze roosjes weer een week ‘vrolijkheid’ uit. Wat kleur tussen al het grijs, binnen en buiten.
Vandaag zat er een klein pakje bij de post. Geadresseerd aan Blanco Tekst. Even dacht ik aan weer een stom reclamekladblok van een bedrijf wat weer wat van me moet. Er zat geen briefje in het pakje, maar een rond doosje. Er zat een Pink Ribbon armband met geluksbedels in.
Gelukkig heb ik niets met Pink Ribbon, al is het wel een goed doel wat ik steun. Meestal koop ik in september een actie-artikel. Nu ben ik dus al voorzien en krijg ik gelukswensen op een wel heel speciale manier. De betekenis van de bedels:
Hoefijzer(Bescherming en geluk)
Zon (Welvaart, gezondheid en geluk)
Matroeska (Vruchtbaarheid en eeuwigheid)
Eindeloze knoop (geluksbrenger)
Klavertje vier (Geluk)
Boeddha (Verlichting)
Pink Ribbon (Internationaal symbool strijd tegen borstkanker)
Geen idee van wie het is, heb de meeste ‘verdachten’ al aangesproken, maar het is wel een erg originele manier om me succes te wensen.
Bij deze: bedankt! Ik hoop dat ik je nog persoonlijk kan bedanken.
Langzaam doet de herfst haar intrede. Gister begon deze meteorologisch, maar het is de laatste weken steeds goed te merken. Het is ‘s avonds veel korter licht en iedere dag lijkt het ‘s ochtends ook veel schemeriger dan de dag ervoor. Ik merk het meteen, word veel moeilijker wakker en blijf nog langer hangen in ‘sluimerstand’.
Heel fijn, aangezien ik geen ochtendmens ben. Zeker niet als ik dan ook nog moet haasten, zoals vandaag. Wilde ik in de trein gaan werken, is er op dit tijdstip geen zitplaats te krijgen en mag ik met mijn OV-kaart niet eersteklas gaan zitten. Dat mag tegenwoordig alleen als je een kaartje hebt gekocht. Belachelijk!
Niet alleen ik heb last van het wisselen van de seizoenen. Het lijkt wel alsof de katten uit hun doen zijn, want zodra het donker is (21u) staan ze binnen te zeuren om eten. Terwijl ik ze zomers met moeite om 23.30u binnen krijg. Voor de verandering breekt er weer een haarperiode aan, dat veranderende klimaat is echt niet goed voor m’n stofzuiger.
De herfst zet alles in de sluimerstand. Bladeren vallen, alles staat tijdelijk ‘stil’. Dat gevoel heb ik zelf ook heel erg in de herfst en winter. Niets ontwikkelt zich, alles ziet er triest, kaal en grijs uit. Echt vrolijk word ik er niet van, maar ik krijg nog meer zin om het om me heen gezellig en aangenaam te maken.
Hoe dichter ik bij Amsterdam kom, hoe harder het zonnetje gaat schijnen. Tot de herfst echt inzet, ga ik optimaal genieten van iedere zonnestraal. En als het dan echt begint, duik ik wat vaker in sluimerstand onder de zonnebank. Nu eerst energiek aan een werkdag beginnen.
Iedereen is in rep en roer. De NS heeft gister een proef gestart, waarbij treinen op het traject Amsterdam – Eindhoven niet meer volgens het boekje rijden. Om de 10 minuten vertrekt er op dat traject een trein, maar hoe laat en vanaf welk spoor is tot op het laatste moment onbekend.
Het ‘heilige’ NS-boekje is zomaar verworpen en ik vermoed sterk dat ze op deze manier het percentage vertraagde/te late treinen gewoon willen verbloemen. Maar het idee is zo slecht nog niet. In tegenstelling, in veel Europese landen hebben ze een dergelijk metro-systeem. Wel met een vast spoor, maar geen vaste tijden. Je gaat naar het perron en je weet als er net een voor je neus wegrijdt, dat je maar even hoeft te wachten op de volgende. Geen halve uren, zoals nu als er eens een trein uitvalt.
Wij Nederlanders doen liever alles ‘volgens het boekje’. Hoe tolerant en vooruitstrevend we onszelf ook vinden, het moet wel volgens de regeltjes. Zeker als we denken dat we er zelf minder van worden, hebben we ineens recht op van alles. Ik word er een beetje moe van. Lekker hypocriet, we balen van de steeds meer opkomende ‘Big Brother is Watching You’-mentaliteit van de regering, tenzij het ons uit komt. Wordt er zeven jaar reisinformatie opgeslagen, staat iedereen op z’n achterste poten, stel je voor dat je niet naar college ging maar lekker naar het strand!
Normen en waarden staan niet alleen in het boekje en die pas je niet alleen maar toe als het je uit komt. Dus niet op z’n Hollands mopperen dat je nooit fatsoenlijk de trein uit kunt stappen, en zelf wel tussen de uitstappende mensen naar binnen glippen zodat je toch een zitplaats scoort. Niet gaan zeiken op mensen die bellen in de stilte coupe en zelf de luidruchtigste gesprekken voeren over die leuke, uit de hand geëscaleerde stapavond.
Ben benieuwd of de NS proef het haalt, ik ben wel voorstander van het systeem. Mits de Trein-app een paar minuten van te voren maar aangeeft waar ik zijn moet
Hoe het kan, geen idee, maar ik heb wat met data. Verjaardagen, bijzondere gelegenheden en afspraken sla ik onbewust allemaal op. Zonder agenda zou ik me prima redden, misschien dat ik af en toe te vroeg ben op een afspraak, maar dat ik een afspraak heb zal ik niet snel vergeten.
Sinds kort gebruik ik geen papieren agenda meer. Had ik nog braaf een exemplaar gekocht, ligt deze nu ergens in de kast. Mijn iPhone, Google Calendar en goede sync met iCal maken deze onnodig. Ook lief is via zijn iPhone helemaal op de hoogte van onze ‘afspraken’, verjaardagen en ‘uitjes’.
Hoewel ik altijd een beetje kippig word van een te volle agenda en vooruit geplande afspraken, soms is het niet anders. Gelukkig heb ik zelf veel invloed op de invulling ervan en probeer ik ‘s avonds niet zoveel te plannen. Dan kan ik of werken of even niets doen.
Lang geleden dat mijn agenda zo gevuld was als de afgelopen weken en voor de komende weken is dat niet veel anders. Maar de gekleurde vakjes brengen allemaal leuke uitdagingen met zich mee en het is toch veel fijner om dagelijks nuttig bezig te zijn, dan de tijd weg te kijken. In oktober maar eens kijken of we nog wat dagen telefoon – en laptoploos weg kunnen plannen. En verder blijf ik altijd open staan voor spontane ideeën en ontmoetingen. Als mijn agenda het toe laat…
Uiteraard zorg ik wel dat ik niet alleen maar ‘gepland’ familie en vrienden zie, ff aanwaaien kan altijd
Hoe vaak ik aan moeders hand ben meegenomen, geen idee. Als klein kind werd ik regelmatig verrast met een bezoekje aan de ogendokter. De orthoptiste was erg leuk, de oefeningen vond ik ook prima, alleen de echte ogendokter meed ik liever. Na een paar jaar hoefde ik niet meer voor controle en kon de schoolarts in de gaten houden hoe het ging.
Van klasgenoten had ik begrepen dat de schoolarts ook voor je kon bepalen of je een bril nodig had of niet. Slimme Sab zag dat liever niet gebeuren. Hoe ze dat testten, wist ik als geen ander. Letters oplezen. Misschien een mooi moment om aan moeders op te biechten dat ik die hele kaart op 9-jarige leeftijd uit mijn hoofd had geleerd, om te voorkomen dat ik met een bril op rond moest lopen. Geen idee of ze dat ooit hebben gemerkt, want pas toen ik een jaar of 14 was, ging ik weer naar de ogendokter. Op eigen initiatief, en ja hoor, ik moest eerst een bril.
De bezoekjes met moeders herinner ik me nog goed. Later ging ze altijd mee naar de opticien, of voor een bril of voor lenzen. Nooit heeft ze me uit gelachen, als ik van de letters steeds minder kaas kon maken. In tegenstelling tot lief, die laatst heel hard grinnikte toen ik de zwevende letters toch heel anders zag dan hij. Stiekem was ik wel eens jaloers, dat moeders tijdens het strijken de ondertiteling kon lezen en ik niet eens kon zien wat er op tv gebeurde.
Gister was het omgekeerd. Moeders kan de kleine lettertjes niet meer lezen en heeft tijdens haar werk steeds meer moeite met het ontcijferen van de codes. Dus gingen zus en ik met haar mee naar de opticien. Om giebelaanvallen te voorkomen lieten we haar lekker alleen de testen ondergaan en bemoeiden wij ons alleen met de kleur en vorm van het montuur. Vanaf half september loopt moeders met een hip modelletje op, al moeten we die ketting nog even uit d’r hoofd praten, hoe handig ook.
Mijn ouders zijn nog jong, allebei onder de 50. Maar gister bedacht ik me ineens, dat dit misschien het begin was. Het begin van omgekeerde rollen, waar je als kind voor je ouders gaat zorgen. Na alles wat ze mij hebben geleerd en gegeven, kan ik vanaf nu steeds meer terug doen. Voor mij iets vanzelfsprekends. Zo hoort het toch ook? Is dat niet het minste wat je ze verschuldigd bent?
Ouder en volwassener worden is mooi, ik krijg steeds meer inzichten, dingen vallen steeds meer op zijn plek. Maar nou heb ik van huis uit ook een prima basis gehad, voor mijn gevoel ben ik nooit tekort gekomen en heb ik dankzij mijn ouders kansen gekregen die niet ‘standaard’ zijn. En daar ben ik ze heel dankbaar voor. De rekening mogen ze me de komende jaren presenteren, met liefde sta ik voor ze klaar.
Na een heerlijke avond uitgebreid dineren voel ik me vandaag een stijve Harry, met een rubberen tong. Door de comfortabele bank gelukkig geen houten Klaas, maar wat een heerlijk avondje was dat bij Koperen Kees in Zwolle.
Koperen Kees is onderdeel van het ‘Librije-imperium’. Beloond met een Bib Gourmand weet je dat je daar goed kunt eten voor een aardige prijs. In het kader van de Restaurantweek wilde ik lief verrassen met een etentje, omdat we vier jaar samen zijn. En dan graag met een etentje waarbij geen carpaccio of biefstuk geserveerd werd, want dat dat lekker is weten we nu wel.
We waren al eerder in Koperen Kees geweest, om een drankje te doen voorafgaand aan de theatertour van Trijntje Oosterhuis. Koperen Kees zit namelijk in hetzelfde pand als theater De Spiegel. Het ziet er prachtig uit, modern, design maar wel warm en uitnodigend.
De Restaurantweek is in het leven geroepen om het voor iedereen mogelijk te maken eens te ervaren hoe het is om in een sterrenrestaurant of kwaliteitsrestaurant te eten. Voor €25,00 per persoon krijg je 3-gangen. Een hele schappelijke prijs. Om het af te maken namen wij ook een 4e gang en een wijnarrangement, maar je bent maar een keer vier jaar samen.
Er was een menu samengesteld wat iedereen met een beetje smaak wel aansprak; op de huid gegaarde Kabeljauw, Coq au Vin, een kaasplank van Hollandse boerenkazen met perenmosterd en een ananaschocolade-dessert na. Omdat ik (hopelijk tijdelijk) geen vlees en eiwitrijk voedsel eet, kreeg ik heerlijke vegetarische sushi (heel apart, sushi gemaakt met alleen groenten en paddestoelen, erg lekker) en als hoofdgerecht taartjes van knolselderij met eekhoorntjesbrood. Officieel mag ik ook geen chocolade, maar daar heb ik gister een uitzondering voor gemaakt. Maar goed ook, want het dessert was orgastronomisch lekker.
De avond zat goed in elkaar, de tijden tussen de gangen waren precies goed, de wijnen smaakten goed (dat ik niet van rozijnen hou geeft niets, de Roemeense wijn paste wel uitstekend bij de kazen) en ook de Oostenrijkse dessertwijn wist me te verrassen. De bediening was uitstekend en dankzij hun was de avond helemaal geslaagd. Toch ruim drie uur getafeld, leuke gesprekken gehad met lief, genoten van het heerlijke eten en de sfeer. Absoluut een aanrader om eens te gaan eten, ook buiten de restaurantweek om zijn er schappelijke arrangementen (hoofdgerecht en drankje voor €16,50) en is Koperen Kees het proberen waard.
En lief heb ik kunnen overtuigen van aparte smaakcombinaties en onbekende gerechten. Erg mooi vond ik dat hij ontdekte wat de wijnen bij de gerechten bijdroegen, want als je dat proeft, kun je optimaal genieten van de smaaksensaties.
De Restaurantweek duurt nog tot vrijdag, er zijn nog restaurants die niet volgeboekt zijn waar je lekker kunt lunchen of dineren. Wij hebben onze portie gehad, ons volgende etentje wordt nu echt De Molenmeester. Heerlijk genoten, dat wordt vanavond bij het eten even omschakelen
Geen gezellige fotootjes van ons of van het restaurant, avondje telefoons thuis gelaten en alleen aandacht voor elkaar gehad. Was een heerlijke avond.
Vandaag leek het einde van de zomer definitief. Een echte grijze druildag. Inmiddels begint het zonnetje langzaam door te komen, is er buiten weer meer leven in de brouwerij en zijn de katten weer wat rustiger, na baldadig de hele dag binnen te zijn geweest. Niet dat ze niet naar buiten kunnen, in tegendeel. Maar het blijven katten en geen waterratten.
Ik vind het na al die warme dagen wel even lekker. Wat verfrissing buiten, maar ook binnen koelt het lekker af. Het is even anders wakker worden, want de tuindeur open zetten met deze buien is niet handig, ontdekte ik vanochtend. De ochtenden beginnen ook weer wat donkerder te worden, niet echt opsta-bevorderlijk. Dat het ‘s avonds eerder donker wordt, vind ik wel weer wat hebben. Ik moet me inhouden om niet al toe te geven aan de pepernoten en taai taai poppen.
Toch heeft het wel wat, de herfst. De verkleurende wingerd, van geel naar dieprood over een maandje, de vallende bladeren, de zwart kleurende olijven. Zelfs alle kruisspinnen zien er wel weer grappig uit in hun webjes, mits ze niet op plaatsen zitten waar ik langs moet. De harde wind die om het huis suist, door je haren wappert en de geur van vallend blad verspreid. Ik krijg alweer zin om met een pot thee, dekentje en goed boek op de bank te kruipen. Kaarsjes aan, muziekje op, lekker knus.
Binnenkort de zonnebank maar weer eens onder het stof vandaan halen, tegen de herfstdip en winterdepressie. Want helemaal zonder zon, is wel erg afkicken. Daarom ga ik nu nog even een frisse neus halen, een rondje rozenperk doen in het park. Wat stiekem nu op haar mooist is. Morgen in m’n pauze, ga ik lekker winterlaarzen shoppen. Je zou maar uitglijden met je slippertjes over de vallende bladeren. En aan huis gekluisterd zitten tijdens sombere, natte dagen…
Regelmatig kijk ik in de spiegel. ‘s Ochtends, onopgemaakt en net wakker word ik nooit zo blij van mijn spiegelbeeld. Een uurtje later, na wat koppen thee, goed ontbijt en make-up ben ik al meer tevreden. Over het algemeen lacht mijn spiegelbeeld me best toe.
Soms is het wat confronterend. Als het dimlicht weer niet wil dimmen en ik eens mijn dag niet heb. Of als ik een baalmomentje heb. Heel vervelend kan een spiegel dan zijn. Vooral als je in die spiegel ziet wat je tekortkomingen zijn. Behoorlijk koppig kan ik zijn en toegeven dat ik dat ben, doe ik niet zo snel. Net als toegeven dat ik fout zit. Gaat het om een rekensommetje dan geef ik dat als eerste toe, met andere dingen blijf ik stug volhouden van niet.
Soms is het juist goed om de confrontatie op te zoeken. Met jezelf, met anderen, met je spiegelbeeld. Soms even pijnlijk, maar uiteindelijk leerzaam en goed. Het dwingt je om na te denken, om uit te spreken en de neuzen weer dezelfde kant op te laten staan.
Uiteindelijk lucht zo’n confrontatie op. Het maakt je scherper, laat je weer stilstaan bij dingen die je zegt, denkt of doet. Ervoor weglopen is veel makkelijker, maar de makkelijke weg is vaak niet de goede. Het zorgt voor frustraties die het uiteindelijk alleen maar nog moeilijker maken.
Ik durf vanavond weer in de spiegel te kijken. Alle confrontaties uitgesproken. Mooi einde van een goede dag.
Dat ik niet de allergrootste kindervriend ben is bij een ieder inmiddels wel bekend. Vooral als ze gaan brullen, mekkeren en zeuren. Als ze vervelend zijn in een winkel of restaurant. Me voor de voeten lopen in de stad, etcetera.
Sinds mei 2008 ben ik ‘tante’ van Max. Een makkelijk ventje, altijd vrolijk en ik wek vaak zijn interesse met mijn sieraden en gadgets. Inmiddels had ik hem een maand niet gezien en hoorde en las ik hoe het met hem gaat. De laatste keer dat ik hem zag, begon hij steeds vaker achter zijn blokkenwagen aan te lopen, te staan zonder zich vast te houden en daar zelf weer van te schrikken en te ontdekken dat het veel leuker is om op beide benen te staan dan je kruipend voort te bewegen.
Nu loopt hij zelf. Zelfs rennen kan hij. Ook breidt zijn woordenschat langzaam uit. Was het eerst nog ‘mama’ en ‘auto’, nu brabbelt hij meer en lacht als je bevestigend knikt.
Nog steeds zie ik mezelf echt niet met een hummeltje rondlopen en dat is ook wel het laatste wat er bij mij op de korte-termijn planning staat. Maar ik vind het leuk om te zien hoe hummeltje Max zich stap voor stap ontwikkeld tot een echt ‘mensje’. Was hij eerder super makkelijk, krijgt hij nu een eigen willetje, dat hij niet onder stoelen of banken steekt. Kon je hem eerder nog gerust in de box zetten als je even wat voor jezelf wilde doen, nu moeten er slotjes op de aanrechtkastjes en is continue alertheid geboden.
Jammer dat je als volwassene niet zo vaak stil staat bij de veranderingen die je doormaakt, de dingen die je bijleert niet meer zo goed ziet. Wij hebben niemand meer nodig om ons te helpen met dagelijkse dingen als eten en drinken, aankleden of wat dan ook. Wij hebben anderen nodig om onszelf verder te kunnen ontwikkelen, te ontplooien en te ontdekken.
De afgelopen 2 maanden heb ik me ontwikkeld als werkende vrouw. Weg lui en ongemotiveerd studentenleven, welkom volle agenda. En ik vind het heerlijk. Ik merk dat ik opleef, omdat ik doe wat ik leuk vind, blijf leren en vooral veel nieuwe mensen ontmoet. Mensen die me inzichten geven waar ik mee verder kan, waardoor ik leer en in sommige opzichten misschien wel verander. En ik ben daar heel blij mee. Stap voor stap ontwikkel ik me steeds meer. Heb ik toch meer gemeen met Max dan ik dacht…
De zomer is nog lang niet ten einde. Vandaag subtropische temperaturen. En uiteraard een weeralarm, want wat zal het gaan regenen en onweren na een dag 30+ in Nederland. De KNMI kan volgens mij het veranderende klimaat niet aan en roept bij alles ‘weeralarm’ uit. Het is ze weer eens naar de bol gestegen.
Ik ben gefascineerd door het warme weer en de kleding die mensen dan gaan dragen. De een loopt praktisch naakt over straat, een ander draagt nog steeds een jeans en jasje. Grappig om te zien hoe mensen zich bij warm weer kleden. In de winter zie je eigenlijk iedereen dik ingepakt en veel meer hetzelfde gekleed. Typerend is het om met dit weer te zien hoe slecht het soms gesteld is met de kledingsmaak – en keuze van Nederlanders.
Je kijkt dan ook je ogen uit op het strand. Nou ben ik niet onder de indruk van de Hollandse kusten, het slordige achterlaten van de stranden na een dagje genieten en de ‘hippe’ frites-tenten. Een dagje mensen kijken of het strand is nog hilarischer dan een uurtje rondkijken op Schiphol. Vrouwen die beter een burkini aan hadden kunnen trekken dan topless te gaan zonnen, mannen van 5o+ die denken dat ze nog 25 zijn en er zo willen bij lopen met een half afgezakte zwemshort om hun billen. En dan de outfits waarmee ze komen en vertrekken: witte sokken in sandalen, mouwloze bouwvakkershemden en shorts die er uit zien als een verwassen sportboek bij de mannen. Vrouwen die zich hip hebben gehuld in de laatste mode (legging, tuniek) maar in plaats van een legging beter een hele wijde broek kunnen dragen.
Eigenlijk zou er een blote benen policy moeten komen. Bij deze meld ik me vrijwillig aan voor de ballotagecommissie. Gelukkig is het mooie weer vanaf morgen weer voorbij en loopt niet iedereen meer ongepast half naakt, in blote bast of te strakke jurk meer over straat. Iets bewuster kleden als de temperaturen boven de 20 graden uit komt is gewenst, net als bewuster deo’en, want momenteel zit ik in een trein vol slecht geklede, naar zweet ruikende mensen, waarvan er een paar zich met het Burger King menu naar binnen hebben durfen te wagen. Ik zal toch de NS eens mailen over treinetiquette. Een beetje fatsoenlijk reizen is toch niet zoveel gevraagd?
Excuus voor het onaangekondigd overslaan van een dag bloggen. Ik had mezelf even vrijaf gegeven om ook van het mooie weer te gaan genieten. Uiteraard werd er een weeralarm afgekondigd, maar aan de kust was weinig te merken van alle heisa. Op tijd vertrokken en ultiem genoten.
Naast schrijven heb ik nog een passie. Een hele brede, namelijk genieten van het leven. Daarin speelt eten en drinken voor mij een hele grote rol. Qua ‘Hollandse’ keuken ben ik een pierewaaier. Ik word echt heel verdrietig van gekookte aardappels, gekookte groente, jus in een kuiltje en een stukje vlees.
Lekker eten dus. Het liefst decadent en met een goede wijn erbij, maar dat moet natuurlijk wel speciaal blijven. Al zou ik er best aan kunnen wennen, regelmatig in goede restaurants eten. Maar hard blijven werken, wie weet…
Van zelf koken hou ik dan weer niet. Geen culinaire hoogstandjes van mijn adres; het moet simpel, gezond en makkelijk te maken zijn, het liefst met weinig afwas en troep. Pasta’s of een rijstschotel klus ik zo in elkaar, zonder probleem. Die vind ik zelf ook lekker, dan gaat het sowieso al beter. Een stuk vlees bakken is echter niet aan mij besteed. Heel blij ben ik dan ook met de ‘Vleeswijzer’ waar per diersoort en onderdeel precies staat beschreven hoe te bereiden. Die lees ik dan ook graag voor aan lief, want we hebben de mooie afspraak dat hij avgtjes maakt, de niet-Hollandse gerechten zijn voor mij.
Nooit gedacht dat ik slakken ooit lekker zou vinden, maar culinair opgevoed ben ik bij het restaurant waar ik jaren heb gewerkt. Eerst als afwashulp en later in de bediening. Een keuken met vooral eerlijke, biologische producten en een combinatie van de Franse en Hollandse keuken, vooral afhankelijk van het seizoen. Daar leerde ik aliekruiken leegpulken en opeten, kon ik de geur van mosselen niet weerstaan en was ik vrij snel vegetarisch-af (hoewel ik door een bepaald ‘Bambi’ incident eigenlijk anders had moeten besluiten). De heerlijke smaken van goed vlees wonnen het van mijn puberale gedrag. Waar mijn zusje gruwelt van zalm of het eten van garnalen, loopt bij mij het water al in de mond als ik er aan denk. Hemels, gamba’s in knoflook gebakken, verse sushi, oesters of Zeeuwse mosselen. Heel blij word ik ook van zelfgemaakt ijs, crème brule, tarte tartin of, stiekem nog steeds favoriet, rabarbertaart. Al lust ik ook nog graag sinaasappelbavarois met chocolademousse. Uiteraard alles begeleidt met een passende wijn. Zoete witte wijn drink ik niet gauw, tenzij het een dessertwijn van Muskaatdruiven is. En uiteraard een goede port bij een kaasplank.
Dit jaar nog geen mosselen gegeten, maar daar komt snel verandering in, voor het seizoen weer voorbij is. Heb gelukkig een vrijwilliger gevonden, lief heeft het vorig jaar geprobeerd, maar slaat dit jaar toch liever over. Tja, smaken verschillen. Ik ben heel blij dat ik een stukje culinaire opvoeding heb meegekregen, want anders had ik al die bovenstaande lekkernijen misschien niet weten te waarderen. Het geduld wat ik voor koken niet op kan brengen, besteed ik veel liever aan uren tafelen in een goed restaurant. Genietend van de sfeer, het eten en drinken, goede bediening en fijne gesprekken. Een stukje ‘quality time’.
Volgende week is het Restaurantweek en gaan lief en ik een avond ultiem smullen (en ga ik later in de week ook nog lekker lunchen, vervelend ‘zaken’). Helaas zit het restaurant waar ik gewerkt heb, er niet bij. Dat hebben ze ook niet nodig, ze hebben zichzelf al op de kaart gezet. In die vier jaar samen met lief ben ik er toch nog nooit wezen eten, daar moet dit jaar maar eens verandering in komen! Eerst komende week maar lekker smullen, en dan maar eens een datum prikken om te reserveren. Anders komt het er nooit van.
Laat het vooral smaken! De regel ‘bord leeg eten’ geldt hier in huis niet, iets is lekker of niet, dat moet je zelf bepalen. Af en toe proeven en nooit oordelen voordat je het geprobeerd hebt. Er zijn te veel lekkere dingen die je anders mist, afgaand op alleen de ‘looks’.
Wij hebben een stadstuin. Voor stadstuinbegrippen is deze zelfs ruim te noemen. Zodra het voorjaar wordt kan ik niet wachten om de tuindeur ‘s ochtends weer open te zetten. Frisse lucht, een warm zonnetje en de geur van buiten, lekker het huis binnen laten dringen. Weg met de droge lucht, veroorzaakt door de gaskachels en alle gezellige kaarsen.
Het is bij het opstaan inmiddels een standaard ritueel; bij mooi weer meteen de deur open. Even in de deuropening de ochtend opsnuiven, met een kopje thee de tuin in en genieten. Voor mij is dat iedere keer weer een ultiem momentje van tevredenheid. Al blijf ik alert op de vieze buum, als ik in mijn shortama de tuin door loop.
Toen ik nog in Groningen woonde, op kamers, was bij mooi weer een gebrek aan ‘buiten’ een groot gemis. In mijn eerste huis was een balkon van 1×2 wat volgepropt was met lege bierkratten, aangebrande pannen en een kapotte stoel. Een van mijn huisgenoten durfde daar boven gewoon de schone was te laten drogen. In mijn tweede huis was een koepelraam wat naar het platte dak leidde. Officieel geen dakterras, maar wij vonden het er toch geschikt voor. Dus sleepten we er wat stoelen heen en studeerden bij mooi weer regelmatig op het dak. Afgeleid door al het moois wat beneden op het Zuiderdiep gebeurde of over de activiteiten op de Nieuwstad.
Bleef het langer mooi weer, was het in mijn kamertje, onder het platte dak, niet uit te houden. Dan vluchtte ik naar mijn ouders, want improviseren in het park hield ik wel een middag vol, daarna was ik wel klaar met het gesleep van kleden, drankjes, studieboeken etc.
De tuin van mijn ouders is heerlijk. Het is dan ook hun trots en hobby. Vaders houdt zich vooral bezig met de vijver en het gras, moeders zorgt dat de tuin onkruidvrij blijft en de plantjes er fleurig bij staan. Bij het eerste beste zonnestraaltje staan ze dan ook de hele zaterdag in de tuin te wroeten. Vaders is dan ook blij dat wij allemaal de leeftijd hebben gehad waarop er badjes in de tuin moeten staan (op het gras), er luchtbedden moesten dienen als glijbaan en er een schommel in stond. Geen gele, kale plekken meer, een doorkijk naar het achterste terras en makkelijker maaien.
Gistermiddag was het heerlijk weer en vertoefden we even bij hun in de tuin. Even met blote voeten door het gras lopen (gras hebben wij uiteraard niet in onze stadstuin, qua onderhoud maar beter ook), in de zon bij de vijver zitten, uit de wind in het tuinhuis (dat tuinhuis was in Havo-5 ‘mijn’ huis tijdens het ‘leren’ van mijn examens -Sims spelen-) of in de ‘zitkuil’ uit de wind lekker eten. Ze hebben praktisch geen inkijk in de tuin, genoeg lekkere plekjes om te zitten en je ziet de passie van mijn ouders er in terug. Eens in de zoveel tijd gooien ze alles om en ook komend voorjaar staat dat op de planning. Ongetwijfeld dat vaders af en toe weer een ontwerpje op de pc klust, zodat ze tegen die tijd alle mogelijkheden op papier hebben en meteen aan de slag kunnen.
Pas sinds we onze eigen tuin hebben, heb ik ontdekt dat het helemaal niet zo vervelend is om met plantjes te pielen, onkruid te wieden en je tuin zomer- of winterproof te maken. Voor tips over planten en handige truucjes bel ik met moeders. Wetende dat ze het niet vervelend vindt om te doen, durf ik haar zelfs te vragen om bij ons het deze zomer hardnekkige onkruid (incluis distels en brandnetels) te komen doen. Vorige week zat ze hier dan ook een paar uurtjes en inmiddels is er geen onkruid of mos meer te bekennen.
Toch mis ik soms het gras, de klaterende fontein, de rustgevende vijver en de wind in de bloemen. Het gras is altijd groener bij een ander…
En ik ben niet de enige die de tuin van mijn ouders kan waarderen; sinds vrijdag hebben ze een schildpad in de vijver ontdekt! Foto’s te zien op Flickr.
Vanaf morgen begint het Noorden weer aan de dagelijkse (school)sleur. Althans, de basisscholen. Gedaan met de vakantiepret, de rust op de weg en de drukte in de stad, op de stranden en in de pretparken. De eerste schooldag na de vakantie. Altijd spannend en na zes weken vakantie keek ik er altijd wel weer naar uit.
Morgen breekt voor mij weer een dag ‘vrij zijn’ aan. Niet in de zin van het niets doen, maar in de zin van onbeperkt overal heen kunnen, zonder kaartjes te hoeven kopen. Vanaf morgen is mijn OV weer geldig. Voorgaande jaren meed ik tijdens de vakantieperiode het openbaar vervoer zoveel mogelijk. Deze zomer was dit onmogelijk, vanwege mijn opdrachten voor Blanco Tekst. De keren dat ik betaalde voor een kaartje, werd ik 9 van de 10 keer niet gecontroleerd, had ik vertraging of vergaten ze een treindeel te ontkoppelen. Dat is nog erger dan zelf vergeten uit te checken met je OV-chipkaart.
Toch vreemd dat zo’n pasje je een gevoel van vrijheid kan geven. Wat als ik mijn OV straks moet inleveren? Mijn rijlessen staan op een laag pitje, aangezien ik nog twee maanden moet wachten op mijn oogsterkte en nieuwe bril. Dubbel zien tijdens het rijden is niet echt ideaal, dus blijven lessen is momenteel zonde van het geld. Inmiddels spreken in mijn omgeving steeds meer mensen hun verwachtingen uit, dat het rose pasje misschien niet haalbaar is. Maar zo makkelijk geef ik niet op.
Tot nu toe heeft mijn rij-instructrice me er al bijna een jaar doorheen gesleept. Desondanks stap ik nog steeds als onzeker, bang vogeltje achter het stuur. Of dat zal veranderen op den duur, geen idee. Maar tot zij uitspreekt dat het misschien beter is om te stoppen, blijf ik proberen. Lief zegt wel eens dat hij zich vrij voelt achter het stuur, dus ook die vrijheid wil ik kunnen ervaren. Ook daarin wil ik onafhankelijk zijn. Ultieme vrijheid zou je pas ervaren als je je motorrijbewijs hebt, maar die ambitie heb ik al laten varen. Zo’n monsterlijk zwaargewicht tussen m’n benen, gevoelig voor elk hobbeltje of steentje op de weg, daar zie ik mezelf niet echt op rond crossen. Ik zie iedereen al grinniken bij alleen al het idee.
Vanaf morgen ligt Nederland weer gratis aan mijn voeten, voor twee maanden. Daar ga ik dus optimaal gebruik van maken. Iemand die mee treint naar Maastricht?
Gelukkig vinden we niet allemaal dezelfde dingen leuk, dezelfde mensen aardig en hetzelfde eten lekker. Dan zou het er behoorlijk saai en communistisch-achtig uit gaan zien. Toch is het soms wel fijn als je wat meer ‘hetzelfde’ bent, zodat je je in de ander kunt verplaatsen.
Vaak zoeken we tegenpolen van onszelf op, in vriendschappen en relaties. Botst het met mensen die teveel op jezelf lijken, maar ook als je veel van elkaar verschilt is het af en toe lastig. Na 4 jaar samen hebben wij een gulden middenweg gevonden in het avondeten, want lief is een echte aardappel- en vleeseter. Twee dingen die ik zonder problemen van mijn menu schrap. Verliest E. snel zijn geduld, terwijl ik gerust twee uur blijf prutsen, zolang het uiteindelijk maar lukt.
Toch vreemd, we willen allemaal uniek en onderscheidend zijn, maar lachen iemand uit als die het lef heeft om er anders uit te zien dan ‘normaal’. Wat is dan normaal? Er uit zien zoals de rest? Je door blaadjes laten voorschrijven wat je aan trekt en daardoor maar grijze muis worden, bang voor de reacties van anderen?
We willen allemaal onopvallend opvallen, iemand die uit de band springt krijgt meteen het predicaat gek. We zouden mensen die wel durven opvallen eens wat meer moeten respecteren, eens kritisch naar ons zelf moeten kijken. Wat straal je uit? Durf je het aan om verschillend te zijn, door je eigen touch te geven aan de laatste trends? Durf je tegendraads te zijn?
Het is juist goed om verschillend te zijn, het is maar net hoe je met die verschillen om gaat. Leg je je er bij neer, of ga je de strijd aan om je eigen ideeën op te dringen? Dat laatste, een ander proberen te veranderen, is nooit goed. Wie ben je nog als je dat zelf niet weet?
Nu tijd voor een pauze in de tuin, met koffie voor lief en thee voor mij. Verschil moet er zijn…
Ongetwijfeld al wat van meegekregen, de nieuwe Hyves Viral van Stanislav, gebaseerd op de Russische maffia. Een campagne om je te wijzen op je online privacy en je bewust te maken van het verstrekken van privé-gegevens. Gemaakt in opdracht van Hirsch Ballin, die eigenlijk het hele internet het liefst zou afschaffen, want dat is een groot gevaar voor ons burgers.
Het is alleen beschikbaar voor ‘Hyvers’, waarschijnlijk ook om de hyves-hipheid weer wat op te hemelen. Stanislav nagelt je aan het ‘Wanted’ bord, compleet met jou foto en persoonlijke gegevens. Profiel op privé? Jammer dan, daar heeft Stanislav zogezegd sch*it aan. Want hyves heeft stiekem al je gegevens gewoon beschikbaar gesteld aan het reclamebureau achter de campagne.
Ik ben me wel degelijk bewust van het invoeren van gegevens. Bij mij staat eigenlijk alles te grabbel, want Blanco Tekst voer ik vanuit huis uit en ook mijn telefoonnummer pluk je daar zo af. Dat risico neem ik. Op Hyves en andere sociale netwerken scherm ik mijn gegevens wel degelijk af. Alleen voor vrienden zijn foto’s te zien en persoonlijke gegevens in te zien. Wat moet een vreemde met mijn e-mailadres? Als ik een nieuwsbrief wil ontvangen, schrijf ik me daar zelf wel voor in.
Toch is het onvoorstelbaar, wat er naar boven komt als je eens kijkt op ‘Wie o Wie’. Al je profielen weten ze te vinden, zelfs als je op privé staat. Mijn Hyves is ook afgeschermd, niet-vrienden krijgen weinig informatie. Toch voelde ik me lichtelijk genaaid toen ik gister in het filmpje al die privé-gegevens voorbij zag komen. Ik begrijp dat vooral jongeren moeten leren om te gaan met het verstrekken hiervan. Maar laten we dan eens beginnen met MSN, hoeveel 14-jarigen hebben onbekenden in hun lijst? Hoe makkelijk is het om je online voor iemand anders uit te geven?
Ondanks de goede insteek van de Hyves viral is het toch jammer dat ze misbruik maken van je privé-gegevens. Maar misschien dat de boodschap zo júist overkomt…
Na een lekkere dag werken in Amsterdam, sushi eten met leuke mensen en een treinreis die uiteraard weer alles behalve soepel ging, vandaag weer terug naar de Meppelse realiteit. De laatste donderdag meppeldag, dus terwijl ik zit te werken heb ik uitzicht op de hordes mensen die de stad in trekken.
Vandaag is een dag die me veel laat denken, vooral laat beseffen dat het leven kort is en je er alles uit moet halen wat er in zit. Live life to the max. Dat heb je zelf in de hand, maar we zijn zo gauw geneigd om alleen de dingen te doen die ‘veilig’ voelen of door mensen om ons heen gedoogd worden. Echt voor ons zelf kiezen doen we niet zo snel.
Naast mijn werk heb ik vandaag een paar momentjes voor mezelf in gepland. Even reflecteren, terug kijken en herinneringen ophalen en mezelf af en toe vertroetelen. Tussen de teksten en websites door wat muziek draaien, waar ik bepaalde momenten aan heb gehangen of aan dingen terug moet denken. Soms met een brok in m’n keel, dan weer met een lach. Ondertussen wat foto’s kijken, van lang geleden, toen het besef dat leven en dood zo dicht naast elkaar lagen maar klein was. Fijn om op zo’n dag thuis te werken. Na je ontbijt met een maskertje achter de laptop te kruipen, tot lunchtijd rondhobbelend in je huispak, maar ondertussen wel op je to do lijst kunnen blijven strepen.
Vandaag besef ik me eens te meer dat je je eigen geluk bepaalt met de wegen die je inslaat, de mensen waar je mee omgaat en de keuzes die je maakt. Weer besluit ik om voor mezelf te kiezen, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Onbewust laat je je toch door anderen beïnvloeden, soms zelfs sturen.
Die momenten voor jezelf, van zelfreflectie, zijn soms confronterend maar altijd goed. Dingen gaan nu eenmaal niet altijd zo zoals je ze graag ziet gaan. Wij denken altijd dat we pas gelukkig zijn als alles klopt: familie, liefde, gezondheid, werk en carrière, materialistische zaken. Helaas is er vaak altijd wel een onderdeel wat niet 100% klopt. Maar betekent dat dat je nooit gelukkig kunt zijn? Volgens mij niet. Het betekent dat je moet genieten van wat er wel is, van de kleine dingen in het leven.
De uitspraak “Heb geen spijt van de dingen die je niet gedaan heb, maar wees trots op de dingen die je wel gedaan hebt!” slaat de spijker op z’n kop. Beter een fout maken, deze erkennen en verder gaan, dan altijd maar kiezen voor veilig en vertrouwd en later spijt hebben van de gemiste kansen.
Nu is het tijd voor een kopje thee en een Mars Icecream (het zonnetje schijnt inmiddels flauwtjes), als lekker momentje voor mezelf. Met wat muziek van Herbert Grönemeyer, want hij maakt me altijd aan het lachen met zijn grappige teksten over droevige dingen. Vandaag heb ik ook een ‘Flugzeuge im Bauch’.
Waarom er vandaag een vliegtuig in m’n buik zit? Omdat er vandaag iemand jarig had moeten zijn. Zie hier.
Als klein meisje liep ik parmantig rond met een afgeplakt oog. Ik heb een zogenaamd ‘lui oog’. Niets aparts, wel onhandig. Daardoor zie ik namelijk geen diepte. Dus in Disneyland Parijs waren al die 3D films niet aan mij besteed, fietste ik vroeger regelmatig tegen paaltjes aan of kwam die volleybal precies op mijn neus, door mijn fantastische inschattingsvermogen. Nu heb ik er vooral last van tijdens het autorijden, want het verschil tussen 3 of 5 meter zie ik niet. Maar kan wel cruciaal zijn.
Als klein meisje moest ik regelmatig voor controle naar de orthoptist of oogarts. In Zwolle, waar ik nog steeds de weg naar de afdeling kan dromen. De geur, de lego in de wachtkamer en de brievenbus voor je ponsplaatje, het is me allemaal heel erg bijgebleven. Terwijl ik er op latere leeftijd eigenlijk nooit meer ben geweest.
Vandaag moet ik weer naar de oogarts. De afdeling is verplaatst van locatie Sophia naar de Wezenlanden, de leuke orthoptiste van vroeger werkt er niet meer en de arts waarmee ik een afspraak heb, heb ik nooit eerder gezien. Vandaag wandel ik dus niet aan mama’s hand de bekende route, maar gaat vriendjelief gezellig mee. Ongetwijfeld zullen de handelingen ongeveer hetzelfde zijn; lampje volgen, bord oplezen, parachute kijken en door wat glaasjes gluren. Toch vind ik het, voor mijn gevoel, net zo spannend als vroeger.
Gelukkig ben ik inmiddels te oud voor de mooie afplakstickers, dus bang daarvoor hoef ik niet meer te zijn. En wellicht is daar inmiddels wel een alternatief voor. Misschien mag ik wel weer op de film, want volgens lief ben ik héél bijzonder hilarisch als ik zonder bril naar het scherm van een laptop of telefoon kijk. Een nieuwe bril komt er sowieso, want nu ik dagen niets anders doe dan naar mijn scherm kijken, moet ik mijn ogen wat meer vertroetelen. Hopelijk blijven de jampotglazen voorlopig nog uit…
Met zulke mooie pleisters + spannende sticker liep ik vroeger rond. Balen dat ik de Spongebob versie gemist heb!
Nederland staat bekend als een land waar je het als inwoner goed voor elkaar hebt en redelijk wat in je ‘schoot’ geworpen krijgt van de overheid. Ongetwijfeld dat sommige dingen prettig geregeld zijn, bijvoorbeeld als je op straat komt te staan of arbeidsongeschikt raakt. Helaas krijg je dat niet zomaar in je schoot, een levenlang blauwe enveloppen ontvangen en belasting betalen ligt. Los van de te betalen premies, want de verzekeringsmaatschappijen houden beide handen op om zoveel mogelijk te vangen en zo min mogelijk uit te keren.
Al een tijdje heb ik last van mijn teen, wat volgens de huisarts een simpel zwemmersexceempje was. Helaas bleken die medicijnen averechts te werken en uiteindelijk ben ik bij de dermatoloog beland. Wat crèmepjes en pilletjes later weet ook hij niet wat het is. Hij stelt voor om het ‘aangetaste’ stuk huid te behandelen met laser, wat zorgt voor sneller herstel van de huidcellen. Daar moet ik wel toestemming voor krijgen van de verzekeraar, wil ik het vergoed krijgen. Dus brief dermatoloog opgestuurd, medisch dossier door laten sturen, foto’s van tenen gemaakt en opgestuurd. En… afgewezen. Er is te weinig te zien, de specialist kiest te snel voor laser als behandeling. Fijn. Die specialist snapt er natuurlijk ook niets van. En ondertussen kan ik niet meer zonder m’n medicijnen, want anders lig ik de hele nacht wakker van de jeuk. Daar betaal ik maandelijks dus dik voor. Omdat mijn specialist te dure behandelingen wil geven, omdat alle andere mogelijkheden niet gewerkt hebben, aldus VGZ. Ben je klaar mee.
In maart hebben wij onze belastingaangifte laten doen. Ik bleek van de afgelopen jaren nog terug te kunnen vragen en al met al kwamen we op een leuk bedrag, waarvan we in gedachten al 3x lekker op vakantie waren geweest, een schilder hadden ingehuurd etc. Helaas, 2008 mogen ontvangen (en van op vakantie geweest), verder blijft het verdacht stil. Behalve op zakelijk gebied. In tijden niet zoveel blauwe enveloppen op de mat gehad, als sinds de start van Blanco Tekst. En niet alleen blauwe enveloppen. Duidelijk merkbaar is de commercialisering van de Kamer van Koophandel, die mijn gegevens doorverkoopt. Alles hebben ze me al geprobeerd aan te smeren, advertenties, kantoorartikelen, een zakelijk mobieltje, nieuwe laptop… Rechtstreeks de papierbak in.
Als ik dat soort spullen moet hebben, kan ik dat prima zelf regelen. Zo gaat mijn eerste investering op korte termijn plaats vinden (Macbook) en bij een regenachtige zondag denk ik dat ik met lief maar even richting Zwolle ga, voor wat mooie kantoorgadgets bij het Home Deco Center.
Toch heel typisch, zowel voor de verzekeringen als de Belastingdienst geldt dat je niet van ze op aan kunt als je ze nodig hebt, maar ze weten jou maar al te goed te vinden als ze denken dat er wat te halen valt.
Misschien dat mijn bezoekje oogarts weer een goede aanleiding is om op kosten van de verzekering een nieuwe bril uit te zoeken. Mijn bril is alweer zo 2008…
Leuker kunnen we het niet maken. Wel makkelijker. Jaja... dat ga ik nu uitproberen, tijdens mijn verplichte administratie-orden-klus
Het komt niet door die ene gracht, met straten als de Herengracht, Keizersgracht en Prinsengracht er om heen. Niet door de winkels en ook de pleinen met horeca lijken in de verste verte niet op Amsterdam. Toch is het vandaag klein-Amsterdam in Meppel. Amsterdamse dag is het thema van deze donderdag. Er is zelfs een straat omgetoverd in de Zeedijk.
Deze dag is altijd het grootste succes, een toeristentrekker. Al jarenlang komen er bussen vol uit Amsterdam, met rasechte Amsterdammers, type tante Leen en Johhny, deze kant op. Ook als de zon niet schijnt kan je de stad niet door zonnebril, tegen al het blinkende goud, de hoogblonde kuiven en getoupeerde kapsels.
De sfeer is hecht, gemoedelijk en gezellig, de terrassen zitten op deze dag altijd vol, mooi weer of niet. Inmiddels is er bij ons in de straat geen parkeerplaats meer vrij, zijn de bussen uit Mokum gearriveerd en hoor ik in de tuin de eerste accordeonmuziek. Het weer vandaag werkt goed mee, het bier zal er alleen maar rijkelijker van vloeien.
Vandaag werk ik maar een halve dag, om wat van al deze gezelligheid mee te pikken. Want ik wil natuurlijk Willeke Alberti niet missen, sta vooraan bij het Tribute to André Hazes (not!), kijk weer voor m’n plezier naar Peter Beense en hoor graag het gejammer van Wesley Bronckhorst en Dario. Het meest kijk ik uit naar Tjerk, de dinershowkoning. Vele (oud)Meppelers komen vandaag weer even terug, dus het wordt een gezellig weerzien met oude bekenden.
Zo verkeerd is Meppel helemaal niet. En te zien aan alle bootjes in de grachten, de bussen uit het Amsterdamse en de volle parkeerplaatsen (ja, nu al), denken er vele met mij zo over. Het volledige programma is te vinden op www.donderdagmeppeldag.nl
Wesley trad al eerder op tijdens DMD. Voor de wat meer onderlegden onder ons, Cor Bakker verzorgt vanavond het grachtenconcert.
Ieder jaar in augustus is het zo ver. In juni merk je de eerste komst, maar in augustus zijn ze ineens met velen. Zoemende zomerverpesters; muggen, wespen, bijen, hommels, horzels. In grote getale vallen ze je lastig op het terras, zoemen ze om je hoofd als je even een dutje in de zon doet en duiken ze massaal op je bordje met lekkernijen of je zomerse ijstraktatie.
Nog erger zijn de nachtelijke verstoorders, muggen. Ik heb nergens last van, slaap gerust door het gezoem heen en word zelden geprikt. Lief daarentegen, hoort ze, wordt wakker en slaapt nooit weer. Zelfs als er geen levende mug meer in de slaapkamer te vinden is, blijft hij paranoia wakker liggen want hij hoort het gezoem nog steeds.
Dáár word ik wel wakker van. Om vervolgens door het gewoel naast mij in combinatie met de warmte in onze ‘slaapkamertent’ nauwelijks de slaap weer te kunnen vatten. Wat me veel goede ideeën heeft gebracht, toen ik vannacht toch wakker lag, maar nu wat opstartproblemen oplevert. Zat ik de afgelopen dagen al ijverig te werken en ontbeet ik snel tussendoor, nu zit ik nog slaperig te kijken naar mijn schermpje, waar alles al wel is opgestart.
Gelukkig gunnen ook 6- en 8-potige insecten me geen rust, want ik ontdek zojuist dat de miereninvasie ons huis weer terroriseert. En na een rondje door de tuin heb ik vele spinnenwebben van me af mogen vegen, heerlijk! Gelukkig zijn onze katten goede spinnen-, libellen- en vlindervangers dus zij nemen me enig werk uit handen.
Vandaag maar de wespenvangers vullen met stroperige limonade, citronellakaarsjes branden, vannacht de buitenlampen aan en het slaapkamerraam potdicht en eens checken of de ‘anti-mosquito-app’ voor de iPhone enig effect zal hebben. Met aan twee kanten van het bed zo’n hoge toon, zullen ze lief hopelijk niet meer om z’n hoofd zoemen.
Vandaag maar de Spaanse werktijden aanhouden en vanmiddag een siësta plannen. De temperaturen zijn er naar en nu ik toch m’n eigen tijden kan bepalen, moet ik er maar van profiteren. Misschien werkt dat gezoem dan wel heel slaapverwekkend…
Als ze nou eens konden lezen, wisten ze dat ze bij ons niet welkom zijn...
Eén van de fijne dingen op vakantie, is dat je vaak gerust tot laat in de avond in je zomerse outfit buiten kunt blijven. Helaas zijn in Nederland de echte zwoele zomeravonden schaars.
Zo ook gisteravond, toen we buiten zaten om de verjaardag van moeders te vieren. Ondanks dat Piet Paulusma gewaarschuwd had dat het erg zou af koelen, stookten we de terraskachel wat op, en onder moeders parasol was het goed uit te houden. Toch bleef de koele rosé dicht (maar goed ook, zeker op een doordeweekse dag…) Met een glas Merlot lekker kletsen en hapjes snacken.
En als het dan toch afkoelt? Trekken de dames fleece-vesten over hun mooie jurkjes aan, worden de (wollen) sokken uit de kast getrokken en aan het bezoek uitgedeeld en de glazen nog eens gevuld. Om écht goed voorbereid te zijn op een Hollandse zomeravond, staat de muggenspray uit voorzorg op tafel, naast het gezellige olielampje. De mannen houden zich bezig het met het vuur en houden het zo lang mogelijk vol om geen jas of vest aan te trekken. Het is tenslotte ‘zomer’.
De Hollandse zomers vergen wat Hollandse handigheid, creativiteit en improvisatievermogen, maar dan kun je er best van genieten. Gewoon een goede terraskachel en flinke houtvoorraad regelen en de wintergarderobe niet te goed opruimen. Tot hoe lang ze het vol hebben gehouden, geen idee, wij zijn op tijd afgehaakt. Plicht roept!
Voor het eerst sinds 3 jaar zijn we vandaag ‘compleet’ op de verjaardag van moeders. Dat is het nadeel van jarig zijn in de zomer en oudere kids hebben, die gaan op vakantie als ze zin hebben. Hoewel moeders altijd zegt dat het haar niet zoveel uit maakt en ze geen waarde hecht aan verjaardagen, weet ik dat ze het stiekem wel erg fijn vindt.
Broer is dus terug. De crisis heeft ook op toeristisch Samos toegeslagen en er was dus weinig werk. Inmiddels werkt hij in Nederland op een camping. Vandaag zie ik hem dus voor het eerst weer, na een maand. Geen idee of hij er tot nu toe wat aan heeft gehad, misschien was het handiger geweest om gewoon vakantie op te nemen en daarna weer fris en fruitig aan de slag te gaan. Hopelijk weet hij eind augustus wat hij moet doen. Heeft hij van en over zichzelf geleerd en de keuze gemaakt om door te gaan met zijn leven en weer op te bouwen. Voor moeders zou dat haar mooiste cadeau zijn.
Daar drink ik vanavond een borrel op. En op moeders. Op nog vele jaren in goede gezondheid. Als compleet gezin.
Toen ik van de HAVO af kwam, dacht ik dat ik wel redelijk cultureel onderlegd was. Kunstgeschiedenis, literatuur, Frans, maatschappijleer. Op alle vakken scoorde ik hoog, de ochtend begon met het lezen van de krant en later het afstruinen van het internet.
Ik wilde niets missen, overal over kunnen meepraten en mijn algemene kennis verbeteren. Nog steeds heb ik die drang, vind ik het heerlijk om in een museum kennis op te doen of tijdens een potje Triviant mijn kennis te kunnen testen.
Toch sta ik versteld van sommige dingen die ze op de middelbare school ons niet hebben bijgebracht. De film Amélie zou gewoon verplichte kost moeten zijn, je zou de middelbare school pas mogen verlaten als je in ieder geval alle bekende historische Nederlandse schilders en tenminste een van hun werken kent en weet dat Pieter Cornelis Hooft een groot dichter was. Sommige ‘gevoelige’ boeken zouden niet verboden moeten worden, maar verplichte literatuur. (Kan me herinneren dat ze mij bij de plaatselijke bibliotheek heel raar aankeken toen ik het boek van Karl Marx wilde reserveren. Zal te maken hebben met het dorp, want ook de Revu met mijn blog was er nergens verkrijgbaar) Niet omdat de schrijver zo geweldig was, maar om te laten zien hoe makkelijk je beïnvloedbaar bent door een boek. Invloed van anderen is een van de grootste zwakheden van de mens.
The Secret was een succes, omdat mensen op dat moment behoefte hadden aan zelfverrijking en het idee dat geloof in jezelf gouden bergen waarmaakt. Persoonlijk denk ik dat je met zelfreflectie, open staan voor gevoelens en ideeën van anderen en geloof in je eigen kracht verder komt. Herken en erken je zwakheden en ga daarmee aan de slag. Bouw je sterke kanten verder uit en laat je leiden door je eigen ‘oerkracht’.
Gisteravond keek ik Amélie met twee mannen. Beide hadden hem nog nooit gezien, maar konden na het intro eigenlijk al aangeven dat het gewoon een vage ‘cult’ film was en ze daar niet zo van houden. Wellicht dat het ook niet zo slim was om deze film op zaterdagavond na wat borrels te kijken, en had ik vandaag met lief op de bank moeten ploffen. Of moet ik gewoon accepteren dat ik lief niet mee krijg naar een filmhuis film. Andere interesses en achtergronden. Toch allebei voldoende algemene kennis en genoeg stof om samen over te praten, want na bijna vier jaar hebben we elkaar nog steeds veel te vertellen.
Wel blijf ik er bij dat er voor de CKV-pas toch meer verplicht moet worden gesteld, in plaats van jongeren eens per jaar gratis naar de bioscoop te laten gaan, naar een film van keuze. En als mijn leraar Frans vroeger Amélie had op gezet, had ik hem vast positiever onthouden…
Pas als je uit je eigen vertrouwde omgeving gaat, merk je wat je mist als je ergens anders bent. Ga je op vakantie, ben je toch nog iets vergeten, wat thuis zo gewoon is, dat je er niet eens bij na denkt dat het ergens anders niet aanwezig is.
Of ik nou een nachtje uit logeren ga of een week op vakantie, ik neem liever te veel mee. Met moeite kan ik de fles mondwater laten staan, want dat is misschien een tikje overdreven bij een gewoon logeerpartijtje, maar dan baal ik daar toch weer. Tenzij ik weet dat daar het badkamerkastje ook goed gevuld is.
Na m’n vakantie en 2 Amsterdamse nachten, genoot ik gisteravond dan ook optimaal van mijn eigen stek. Waar alles een vaste plek heeft, waar ik ongegeneerd een half uur met een kop thee van een uitgebreide douche geniet. M’n eigen rituelen, want ik kwam er ineens achter dat ik die toch wel heb.
Voorlopig geen logeerpartijtjes voor mij meer, maar de huismus uithangen. Om dat nog aangenamer te maken, de rest van de Rituals Hammam lijn online scoren, incluis Rituals thee. Reken maar niet dat ze dat hier in Meppel verkopen.
Mijn eerste dagen als ‘eigen baas’ zijn verstreken. Een half dagje thuis om de vakantie ‘weg te werken’ en vervolgens richting Amsterdam te vertrekken. Alles voor ‘de business’.
Lekker gewerkt aan opdrachten, leuke mensen ontmoet en steeds meer ontdekt waar ik allemaal aan moet denken. Niet meer achteloos m’n portemonnee op ruimen in de trein en kaartjes en bonnetjes weg gooien. Dit weekend m’n administratie starten, m’n DigiD weer op zoeken om de VAR-verklaring op te sturen en alles van de KvK en de blauwe enveloppen maar eens goed doornemen.
Het is een beetje aftasten, uitproberen, informatie opzuigen en daar m’n voordeel uit halen. Maar alle leuke en enthousiaste reacties maken mij nog enthousiaster en geven me meer vertrouwen.
Zo. Nu weer bijna thuis. M’n eerste weekend als eigen baas. En ja, ook in het weekend moet er de komende tijd gewerkt worden…
Ontzettende tuttebel die ik ben, maar iedere keer als ik weer een leuke, bizarre of enge droom heb gehad, struin ik het net af op zoek naar de betekenis. Staat me die niet aan, bel ik met @dkformsma, die het voor me weet te relativeren of op te leuken.
Na mijn bizarre ‘bevallen van een gremlin en door minder splijten’ droom, mijn recent gekweekte trauma voor de inktvis uit Pirates of the Carribean die een wel erg stevige grip op me had, nu iets aangenaam bizars.
Al drie dagen lang lijkt het alsof Bob Ross, Salvador Dalí en mijn vroegere tekenlerares a.k.a Wallie, mij in hun ‘macht’ hebben. Al eerder schreef ik dat ik mijn teken- en schilderhobby weer op wilde pakken, maar daar is het tot nu toe bij gebleven. Nu teken ik al drie nachten lang in mijn droom. Dezelfde tekening.
De tekening lijkt totaal niet op eerder ‘standaard en braaf’ werk. Sterker nog, het is weinig realistisch, een stijl waar ik eigenlijk niet van hou.
Stiekem heb ik net een snelle schets gemaakt, om de tekening niet te vergeten. Die schetst lijkt exact, de details, de schaduwen, alles klopt. Als ik de schets zou uitwerken met m’n HB12 tot echte, harde lijnen, zou ik hem misschien zelfs mooi gaan vinden.
Ze hebben hun punt gemaakt. Ik neem m’n schetsboekje de Zwitserse Alpen in. Wie weet maak ik prachtige abstracte bergen. Of gewoon een Zwitserse koe. En in de verloren minuutjes van vandaag, zoek ik m’n HB12-vriend op.
Er zijn honderden boeken geschreven over taal en taalgrappen. ‘I always get my sin’ was vrij hilarisch, ons Nederlanders vinden dat we fantastisch Engels spreken. Dat kunnen we ook, als Engels het letterlijk vertalen van Nederlands zou zijn. Helaas, soms is ons Engels beschamend slecht. ‘We always get our sin too’ buit deze grap net teveel uit, maar het blijft leuke vakantielectuur.
Momenteel lees ik ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ van Paulien Cornelisse, cabaretière en columnist. Haar stijl leest makkelijk, het zijn korte fragmenten maar je leest alles met een lach. Glimlach, schaterlach, flauwe lach of gierende lach, ze weet ze allemaal op je gezicht te toveren. Waarmee? Met taal. En dat we heel kunstig daarmee omgaan, door iets te zeggen met een andere bedoeling. Om iets mooier of aardiger te maken, om het positief te verdraaien.
En de mijne... Helaas is mijn lerares Nederlands verdwenen, anders was ze vast trots geweest
Taal is kunst. Niet alleen een kunst om foutloos te gebruiken, maar je kan er leuke dingen mee doen. Spelen met taal vind ik een uitdaging. Van een stuk droge, saaie tekst iets maken wat vlot en leuk leesbaar is. Zorgvuldig je woorden kiezen om uit te drukken wat je voelt en dat op papier zetten. Geschreven woorden maken op mij altijd nét wat meer indruk dan gesproken. Het kost meer moeite, het is persoonlijker en toch kan je er nog je eigen interpretatie aan geven.
Helaas is mijn lief meer kundig met het gesproken woord en kan ik me geen lieve briefjes van hem heugen, geen leuke kaartjes of memo’s. De verzameling die hij van mij heeft, is een stuk groter, en bewaar ik zelf allemaal zorgvuldig. Net zoals mijn moeder vroeger alle briefjes bewaarde die aan mij werden geschreven door klasgenootjes en vriendinnetjes. Zelfs alle brieven van vakantievriendin L heb ik nog, al gingen we snel over op e-mailen, toen ze een jaar naar de US vertrok.
Ga nog even stoeien met taal en de laatste pagina’s van Cornelisse lezen. En ondertussen een bestelling op Etsy plaatsen, want als twitterverslaafde wil ik dat natuurlijk laten zien, en bij gebrek aan mijn favoriete ‘font’ wil ik ook best ‘helvetica’ om m’n nek hangen.
Gespot dankzij @NiektenHoopen
Zouden ze geen Palatino Linotype voor me willen maken?
Vaak wordt het nog gezien als taboe, zeker bij ons in de buurt. Over dood gaan en je einde praat je niet. Dat gebeurt gewoon. Familie, vrienden en buren stoppen je onder de grond, en that’s it. Zeker in Staphorst, bij de ‘echten’ bestaat zelfs de ‘burenplicht’. Kist dragen voor de mannen en met koffie en cake rondgaan voor de vrouwen. Best een mooi gebaar, jammer dat het van oorsprong een kerkelijke inslag heeft.
Ik vind het een vervelend idee, om achtergelaten te worden zonder te weten hoe iemand zelf herdacht wil worden. Geen idee waar dat vandaan komt, wellicht dat de stijve, deprimerende echte begrafenissen van mijn overgrootouders daar een bijdrage aan hebben geleverd. De naam van de overledene wordt niet genoemd, het is alleen maar hel en verdoemenis, donker en onpersoonlijk. Daarbij lijkt het me niet fijn om, zoals Michael Jackson, je familie achter te laten zonder recent/duidelijk testament, zeker niet als er kinderen bij betrokken zijn, zodat er nu drie partijen ruziën om kids die gebroken zijn.
Dat kan ook anders, heb ik meegemaakt. Al zou ik niet gecremeerd willen worden. Waarschijnlijk heeft mijn aversie voor vuur sinds een brand thuis-thuis daar voor gezorgd, maar het spreekt me ook minder aan. Nog steeds overvalt me soms het beeld van een herdenkingsdienst, waarbij de kist alleen in het crematorium achterbleef in een grote zaal. Niemand die er zorg voor zou dragen dat het goed en waardig zou gebeuren, geen familie voor een echt laatste afscheid. Dat idee, deed me veel pijn. Niet dat ik er ook maar iets van merk, maar toch.
Een testament heb ik al, uit pure noodzaak bij de koop van een huis samen. Een goede uitvaartverzekering ook, je weet maar nooit, het kan morgen plots afgelopen zijn. Daarom ga ik ook meer bij dag leven, en niet teveel meer in de toekomst. Wat komt, dat komt. Maar over mijn begrafenis heb ik niets op papier. Wel heb ik zoveel, vooral muziek, in mijn hoofd, wat ik wel en vooral niet zou willen. Het vastleggen lukt me niet, want eigenlijk is het niet aan mij om daar invulling aan te geven. Dat zouden de mensen die mij lief hebben, prima voor mij kunnen doen, want zij kennen mij het best. Of ik ze daarmee mag opzadelen? Ik weet niet of je dat zo moet zien, volgens mij is het ook een stukje rouwproces.
Regelmatig discussiepunt bij ons is, dat ik donor ben. Behalve mijn huid en ogen, mogen ze alles wat bruikbaar is gebruiken, als ik daar iemand mee kan redden. Zelf merk ik er niets van en je ziet er ook niets van. Toch staat de gedachte vooral mijn vader niet aan. Ondanks die wetenschap zit er toch een codicil in mijn portemonnee. Want mocht mijn leven met een donororgaan gered kunnen worden, zou mijn vader daar ook geen nee tegen zeggen.
Zo, nou heb ik toch wat ‘op papier’. Mocht het nodig zijn, maak er wat van. Geen treurige bedoeling alstjeblieft, en laat de wijn en het eten je smaken. Een beetje Bourgondisch, of op z’n Brabants lijkt me wel wat. En een open huis graag, mijn ‘trots’. Misschien dat er voor de gelegenheid nog een leuke designjurk geregeld kan worden, met matching Manolo’s? Lopen hoef ik dan toch niet meer, kan ik ze eindelijk aan! Ik betaal niet voor niets al jaren premie natuurlijk! Dan wil ik het ook in stijl!
Heb ze zelf al uitgezocht. Om het makkelijk te maken...
In plaats van te balen van de dingen die niet lukken, ben ik een andere weg ingeslagen. Don’t worry, ik heb niet The Secret gelezen, maar ik geloof wel in het creëren van kansen.
De dingen die ik wil gaan doen, krijg ik niet alleen van de grond. Daar heb ik opstapjes voor nodig, mensen met meer kennis en ervaring, waar ik ideeen mee kan uitwisselen, mee kan samenwerken. Sinds een paar weken heb ik via Twitter iemand leren kennen die me daarbij geweldig helpt en steunt, me inspireert om echt te gaan doen wat ik leuk vind. Natuurlijk moet ik nog een balans vinden tussen doen wat ik leuk vind en daarmee mijn brood verdienen, maar het begin is er. Ik laat me meeslepen naar werelden die ik niet goed ken, maar merk dat mijn nieuwsgierigheid en gedrevenheid het wint van de ‘angst voor onwetendheid’. Ineens heb ik wel het lef en ga ik er voor.
De eerste echte stappen zet ik deze week, wat voelt als een grote stap vooruit. Ik heb niet meer het gevoel dat ik stil sta, ik ga niet langer afwachten, ik neem het heft zelf in handen.
We zien wel hoe het afloopt, ervan leren zal ik in ieder geval. En niets is zo onbetaalbaar als een goede levensles.
Vrijdag weer van start gegaan, en ook dit jaar ontbrak ik. Alleen heen gaan heeft toch iets triest, en kennelijk is er niemand in mijn nabije omgeving zo goed ontwikkeld dat diegene zich opoffert als vrijwilliger om mee te gaan. Gelukkig wordt het via tv, radio en internet uitgezonden, dus krijg ik er toch nog wat van mee.
Ik kwam met jazz in aanraking toen ik ging werken in de horeca, want het is erg geschikt als achtergrondmuziek. Vlak daarna kwamen nieuwe talenten als Norah Jones en Jamie Cullum, met hun jazzylike klanken. In Groningen vond ik wel jazzmates, en op een paar honderd meter van mijn huisje aan het Zuiderdiep, zat Buckshot. Iedere donderdag- en zaterdagavond plus zondagmiddag werd daar live jazz gespeeld. Regelmatig was ik daar te vinden, afgewisseld met het wat grotere De Spiegel, verderop. Vooral in de herfst en winter vond ik het heerlijk, met een goed glas wijn wegdromen op de meeslepende klanken. En nog steeds, kan ik genieten van jazz op een zondagmiddag. Goed boek erbij, heerlijk.
Helaas moet ik deze manier van ontspannen alleen uitvoeren, het liefst als lief niet thuis is, want hij kan de typerende jazzklanken niet waarderen. Gelukkig zijn er genoeg momenten waarop ik dat wel kan, maar helaas is Meppel geen jazzstad. De enige kroeg die af en toe jazzoptredens verzorgde, is overgenomen en is nu gecommercialiseerd tot ‘muziekcafé’. Spijtig.
Duim met me mee, dat het vanmiddag vanaf 16.00u droog is. Dan stuur ik lief weg op zijn mountainbike, schenk ik mezelf een goed glas wijn in en laat ik me meevoeren met jazzicoon Herbie Hancock, de prachtige stem van Melody Gardot, Jamie Cullum en zelfs oude rot Seal. Toegegeven, ik heb wel eens een sterkere line-up gezien, maar wie weet bewaren ze wat voor volgend jaar. Als ik gewoon toch ga. Alleen of niet. Liefhebbers onder elkaar, dat moet wel goed komen lijkt me.
PS Lief heeft de afgelopen dagen genoeg cultureel gedaan, gister een tripje Zutphen-Deventer-Arnhem gemaakt. Onze vakantieplannen zijn gewijzigd van een weekend Parijs tot een paar dagen de Oostenrijkse bergen in als Peter und Heidi. Frisse berglucht, mooie natuur en haarspeldbochten. Als dat geen vakantie is…
Het aanbod op tv verloedert. Dat kan ik concluderen na een dagje nostalgische programma’s en herinneringen ophalen in het museum voor Beeld & Geluid gister, met daar aansluitend een avondje tv.
Wat ik me nog heel goed kan herinneren, is dat wij op zaterdagavond, ik zal een jaar of 7 geweest zijn, na het eten in bad of onder de douche gingen, en in onze pyamaatjes mochten ‘opblijven’. Dan begonnen we met Kinderen voor Kinderen, waar we meezingend voor de tv zaten. Daarna kwam Jules Unlimited en Oppassen, wat ook mijn ouders mee keken. Met een glas cola en wat chocola, en later op de avond mochten we chips. Weekendeten, wat ik hier al jaren tevergeefs probeer door te voeren, maar wat door mijzelf ook iedere keer jammerlijk mislukt. Alleen chocola in het weekend hou ik niet meer vol.
Inmiddels is er op zaterdagavond zeker weinig op de buis, wordt Sesamstraat op een tijdstip uitgezonden dat de kids net van de creche worden opgehaald en is het Klokhuis niet meer wat het geweest is.
Vanavond trek ik de spelletjes maar eens uit de kast, en laten we de beeldbuis maar een avondje rusten. Want als Gorden’s geflopte ‘Singin’ Bee’ in komkommertijd weer uit de kast gehaald wordt, heeft RTL bij mij helemaal afgedaan.
Toch zielig voor neefje Max, hopelijk is de Duitse tv minder verloedert en kan hij ook nog met z’n ouders voor de buis zitten op zaterdagavond, als ‘ie straks wat ouder is. Want daar heb ik fijne herinneringen aan. Net als de sinterklaasintochten op zaterdagmiddag, al pannekoekenetend voor de buis.
Kinderen voor Kinderen. Gelukkig hebben we de cassettebandjes nog...
Toen ik op mijn 14e begon met werken op de zaterdagavond, moest ik vlak voor de koffie met chocola kwam, aan het werk. Iets waar ik in het begin best moeite mee had, want ik vond het altijd reuze gezellig. Met z’n allen voor de buis, samen bepalen wat er op kwam, samen lachen om dezelfde dingen. Toen Oppassen stopte, was er eigenlijk niets meer wat we gezamenlijk wilden zien. Iedereen werd ouder en de zaterdagavond werd steeds meer een stapavond.
Gedaan met een mooie traditie. Gedaan met goede tv. Leve de commercialisering. De chocola bij de koffie, is nog steeds standaard zaterdagavondprik. En ook al zitten de ouwe lui met z’n tweetjes op de bank, de zak is aan het eind van de avond traditiegetrouw leeg. Niet alles hoeft altijd te veranderen…
Soms krijg je van het leven zelf, de deksel op je neus. Een pijnlijk, maar uiteindelijk vaak heel leerzaam moment.
Broer is inmiddels bijna twee weken weg, en probeert mij per e-mail een beetje op de hoogte te houden van zijn verblijf daar. Inmiddels is hij aan het werk in de cocktailbar in Samos-stad, heeft hij zijn draai gevonden en gelukkig naast het werk genoeg tijd om goed na te denken.
Een harde leerschool, vooral zo’n eerste week, als je helemaal op jezelf bent aangewezen. Zeker voor hem, want alleen zijn is nooit zijn specialiteit geweest. Sterker nog, dat kan hij niet. In tegenstelling tot mij en m’n zusje. Op zaterdagmiddag zat ik het liefst alleen op mijn kamer, Top 40 luisteren, beetje tekenen en schilderen, wat lezen, dutten of tutten. Vooral toen ik begon met werken op zaterdagavond, waren die middagen me heilig.
Nog steeds heb ik er geen problemen mee om ‘het rijk’ voor mezelf te hebben. Lief kan er minder goed tegen, maar begint te wennen. Als ik er nu een avondje niet ben, stapt hij op z’n fietsje, fietst ruim anderhalf á twee uur, en is kapot als hij thuiskomt. Prima afleiding dus.
Voor mijn gevoel proberen mensen die niet alleen kunnen zijn de confrontatie met zichzelf uit de weg te gaan. Misschien zie ik dat helemaal verkeerd, maar als ik alleen ben kan ik soms heerlijk mezelf, mijn leventje en alles wat daarmee te maken heeft, overpeinzen. Met sommige dingen aan mezelf ben ik meer tevreden dan met andere, kwestie van aan werken of accepteren en weer doorgaan. Op sommige momenten kom je tot heel heldere inzichten, soms kom je ook geen steek verder. In dat laatste geval vind ik het fijn om me gewoon lekker terug te trekken, muziekje op, kopje thee, lekker boekje en even toegeven aan een moment voor jezelf.
Eigenlijk las ik dat soort momenten al jaren voor mezelf in. In Grun ging ik niet met vriendinnen de vrouwenseries kijken. Ik zorgde dat ik gedoucht was, kop thee, chocola en telefoon in de aanslag, maskertje op, en bellen met vriendinnetje Dee. Althans, in de goede tijden van SatC. In de reclames gauw bijkletsen over wat er gebeurt was in de serie en in onze real life soaps, om weer zwijgzaam verder te kijken.
Ik hoop dat broer daar leert om samen met zichzelf te zijn, zichzelf te accepteren en eigen doelen kan ontwikkelen. Hoe hard de levensschool soms ook kan zijn. Soms is het beter om je verstand te volgen, soms kun je beter je hart najagen. Meestal wordt je subtiel het juiste pad in gezogen door intuïtie, maar daar moet je wel op af durven gaan…
Alleen
En vanaf vandaag ben ik een weekje ‘enigskind’ aangezien zuslief de bloemetjes in Frankrijk gaat buiten zetten. Lieve zus, geniet er van, heb je verdiend! (Slaat gewoon de eerste Donderdag Meppeldag over, zonder zus is er niks an)
Niet omdat ik tot de doelgroep behoor (maat 128 – 170, met mijn 176 val ik net buiten de boot), laat staan dat ik kids heb die ik er in kan hullen. Toch wil ik jullie dit niet onthouden.
Vooral vanwege de Mojito’s die virgin moesten blijven, en het spreekwoordelijke bloed, de zweet en de tranen die het vriendinnetje Dee gekost heeft. Denise-Kim is verantwoordelijk voor de prachtige foto’s, de ontwerpen komen van Charlotte’s hand.
Bij deze, namens DaLiQue, vanaf vanavond, dinsdag 7 juli 2009 online!
Preview DaLìQue
Omdat we met de dag enthousiaster worden over de draagbare, eigentijdse collectie. Omdat we zelf niet langer kunnen wachten. Omdat we jullie nieuwsgierigheid niet op de proef willen stellen. Omdat een tipje van de sluier oplichten nu eenmaal spannend is. Omdat het DaLìQue is.
Stiekem in het pashokje gluren? Op www.dalique.com kun je nu terecht voor een preview van de eerste collectie. Een collectie speciaal voor tweens. Een collectie voor jongens en meisjes met een eigen wil. Hippe kleding met een basic karakter. Draagbare kleding met een twist. En bovendien gemaakt met respect voor het milieu.
Dee, en natuurlijk Charlotte, heel veel succes met DaLiQue, wat absoluut een succes zal gaan worden. Ben heel trots op je Dee, jij hebt je talent ontdekt, een prachtige kans met schitterende resultaten gekregen. Geniet er van!
PS Voor de Twitteraars onder ons: laat @dkformsma gerust weten wat je er van vindt!
DaLiQue Collectie. Vanaf 17-07-2009 is het mogelijk om een pre-order te plaatsen.
Wat een heerlijk, lang weekend had moeten worden, eindigde nogal bruut. Het bezorgde me zelfs een laptop- en blogloze dag! Iets wat niet vaak voorkomt. Oorzaak: een heftige strijd in mijn buik, tussen goed en kwaad. Of het onderdeel is van de nieuwe marketingcampagne van Yakult om me weer overstag te krijgen, wie zal het zeggen, maar lief heeft vanmorgen toch maar een pak meegenomen.
Donderdag begon mijn lange weekend super, vriendinnetje S. bezoeken in het Amsterdamsche, zonnende op het dakterras bij Nemo, waar ik zowaar een oude bekende tegenkwam. Vervolgens togen we per cabrio richting Bloemendaal, om daar het strand te bezoeken. Om 20.00u wilden we ergens wat gaan eten, maar waren we vergeten dat we niet in een Franse kustplaats waren; alle keukens dicht. En dat terwijl we ons allemaal hadden verheugd op verse mosselen! Voor mij een ultiem teken van het feit dat de zomer echt is begonnen, heerlijk! Uiteindelijk bij de enige open kraam maar een frites en een visje verorberd, en een afsluitend drankje in de stad gedaan. Vrijdag had ik een paar leuke afspraken, en ‘s avonds treinde ik samen met vriendin S. terug naar Meppel. Moe maar voldaan vroeg in bed beland.
Zaterdag genoten van het uitslapen, de drankvoorraad weer aangevuld door een bezoekje over de grens te doen (altijd Mojito’s gaan ook vervelen, we hebben nu voorraad voor Gin Tonic ingeslagen, ook erg fijn met deze temperaturen). Daarna door naar schoonouders, voor een gezellig maal in de tuin. Uiteraard had schoonmoeders zichzelf weer uitgesloofd én overtroffen. De wijntjes en het eten in het zonnetje, smaakten heerlijk. Geen tijd om uit te buiken, snel naar huis voor een feestje.
Een kleintje Yakult... maar weer dagelijks!
Na een barre fietstocht op mijn oude brik, met twee tassen bungelend aan het stuur, kwamen we aan in Nijeveen. Het cadeau (de beroemde Mojito-kit) viel in de smaak en er bleef maar gebouwd worden. Helaas kwam er een bruut einde aan de gezelligheid, waar net de barbecue was ontstoken voor wat nachtelijke happen. Mijn maag protesteerde. Hevig. Taxi gebeld, en samen met lief terug naar huis, midden in het feestgedruis. Thuis bleek al snel dat onze geplande stranddag gestrand was, want de hele nacht én dag kon ik niets binnen houden en hield ik al klappertandend lief wakker. Tot de perenijsjes werden aangeleverd, wat me weer goed deed.
Inmiddels heb ik licht kunnen ontbijten, kan ik weer praten over eten, al moet ik nog niet denken aan een bord dampend voedsel onder mijn neus. De laptop staat weer aan, en na een verkwikkende douche ga ik zo maar eens proberen om wat te werken.
Hopelijk genoeg geleden voor deze zomer, en komend weekend weer mooi weer om ons dagje strand in te gaan halen. Al zou het volgens de KNMI vanaf vanmiddag ‘herfstig’ worden. In dat geval eindelijk maar eens de vrijkaarten voor het Museum voor Beeld & Geluid gebruiken. En misschien krijg ik vriendlief wel zo gek, dat ‘ie nog even doorrijdt naar Den Haag. Het Museum voor Communicatie staat ook al heeel lang op mijn lijstje… Dat wordt weer (gezonde) strijd!
Wij Nederlanders klagen graag, het weer is daar in ons kikkerlandje vaak uitermate geschikt voor. De winters zijn grauw en grijs, de lente komt vaak laat op gang, de zomer is te nat, en de herfst te depressief.
Maar ook al is het een paar dagen wél zonnig en warm, is het nog niet goed. Dan is het weer te warm en benauwd. De hoge luchtvochtigheidsgraad maakt de gevoelstemperatuur onaangenaam, waardoor je 24/7 een klam en bedrukt gevoel krijgt.
De waarschuwingen voor vooral jonge kids en ouderen duiken overal op, de koeien nemen een frisse duik in de sloot, en onze katten liggen languit hijgend in de koele steeg. ‘s Avonds komen ze weer tot leven, maar ook dan is hun activiteit maar van korte duur, want de zwoele avonden is voor hun uitdunnende vacht nog te warm.
Hoe aangenaam is het om op zulke dagen in een cabrio naar het strand te kunnen? The best place to be, met een fijn zuchtje wind en verkoelend water in de buurt. Donderdag heerlijk van genoten. Vrijdag verblijd met een korte bui, wat alles weer snel fris maakte. Het voelde heerlijk om de eerste druppels op mijn warme huid te voelen, waar nog net geen damp af kwam.
Ik kan niet zo goed meer tegen die drukkende warmte, al twee keer deze week werd ik erdoor ‘bevangen’. Vooral de verschillen van gekoelde ruimtes naar het warme buiten, of ons huisje waar de warmte maar moeilijk weg wil trekken, zorgen voor ‘aanvallen’. Gelukkig weet lief precies wat te doen als ik wit weg trek en van m’n stokje dreig te gaan. Toch maar even opgezocht wat ik kan doen om het te voorkomen, dus staat er druivensuiker en ‘verfrissingswater’ voor het gezicht op de boodschappenlijst. Wat meer letten op wat ik eet en drink, al die salades zijn heerlijk maar kennelijk toch niet voldoende en vallen de prosecco’s niet altijd goed, wat minder de zon op zoeken en ik moet de Hollandse warmte weer kunnen trotseren.
En voor de katten gooi ik maar wat ijsblokjes in het water. Wel buiten, want het is leuker om met zo’n ding te spelen dan daadwerkelijk te gaan drinken. Misschien worden het zo nog wel eens echte waterkatten. Volgens Geen Stijl heel ‘hot’.Kunnen ze de me de volgende keer gezelschap houden in het badje…
Al menig discussie heb ik er over gevoerd. Met voor- en tegenstanders. Voor ik er zelf aan begon, en nu ik al een tijdje bezig ben. Ik merk dat het precieze doel en nut niet bij iedereen bekend is. Vooral bij de minder-actieve Twitteraars, en de niet-iPhone/Blackberry bezitters.
Ik bezit inmiddels het stempel ‘Twitter-verslaafd’. Wat reuze mee valt, want het kost me weinig moeite om een Twitterloze dag te hebben. Ik vind het gewoon leuk. Inmiddels volg ik vooral een aantal vaste mensen, waar ik actief mee tweet. Ik reageer op hun, zij op mij. Of het nou om een scheet die dwars zit gaat, of om hulp met WordPress, iphone of tekst. Inmiddels zelfs een paar heuse ‘tweet-ups’ gehad, die erg geslaagd waren!
De afgelopen weken is veel over Twitter in de media te doen. Het heeft inmiddels haar effect bewezen, zie het bericht over de verkoopcijfers van Dell en de sympathie voor Iran (groene-avatars). Meerdere keren was Twitter de eerste nieuwsbron, zoals met het vliegtuig van Turkish Airlines, de situatie in Iran voor, tijdens en na de verkiezingen en de dood van Michael Jackson.
Twitter
Waarom ik Twitter zo leuk vind? Omdat ik graag van alles op de hoogte ben. Omdat ik open sta voor nieuwe contacten en zelf al meerdere malen ook ‘professioneel’ baat bij Twitter heb gehad. Tuurlijk is een groot deel van mijn updates onzin, maar de reacties die je er op krijgt, zijn leuk en kunnen lijden tot leuke of serieuze discussies.
Enkelen heb ik toch weten over te halen, zij zien het leuke én het nuttige ook samen verenigd. Inmiddels ben ik bijna klaar met een plan om zwager J. te overtuigen. Juist voor een bedrijf als het zijne, kán het interessant zijn, mits goed gebruikt. En inderdaad, van hun hoef ik niet te weten dat ze staan te vloeken bij een vastlopende printer, maar is het zeker interessant wat ze doen voor klanten, waarom ik klant bij ze moet blijven en hoe ze innovaties en ontwikkelingen toepassen.
Inmiddels komen de meeste lezers van mijn blog ook via Twitter, dus ongetwijfeld zul je hier geen negatieve berichten horen. Ik ben aan het ‘twinderen’, om me vast voor te bereiden op een WiFi-loos weekend in Praag en het werkende leven. Maar Twitter heeft me in die paar maanden meer gebracht, dan MSN in al die jaren heeft getracht. Maar ja, dat is, net als Hyves, dan ook wel heel 2007… (ondanks de nieuwe lay-out, grote #fail om in Twitter-termen te praten)
Zowaar lijkt het voor het eerst in jaren weer een goede zomer te worden. Al geruime tijd mogen we niet klagen over de hoeveelheid zon en fijne temperaturen in ons normaal zo grauwe en natte kikkerlandje. Nu ga ik braaf iedere ochtend én avond met m’n gietertjes de tuin door, om te zorgen dat al het groen ook leuk overeind blijft staan. Zo’n vergeelde, hangende plant past meer in een depressief herfstplaatje.
Nadeel van de zomer: komkommertijd. Flinterdunne krantjes, RTL Nieuws met een hoog ‘Hart van Nederland’ gehalte en bizarre verhalen in de regio-krant, die anders nooit gedrukt op papier terecht waren gekomen. Stiekem kan ik er wel van genieten, het is alsof ik ineens een abonnement op De Telegraaf in mijn schoot geworpen krijg. Want als ik ‘s ochtends in de tuin geniet van het zonnetje en mijn kopje thee, lees ik liever over de zorgboerderij met een overschot aan dieren en een tekort aan helpende handen, dan over weer een gecrasht vliegtuig of de maaginhoud van MJ.
Vroeger, toen ik nog met mijn ouders mee op vakantie ging, snapte ik nooit waarom mijn ouders om de paar dagen een krant wilden. Afgezien van het leedvermaak over het weer dan, want mijn vader vond het altijd een geslaagde grap om dan familie te bellen en ze de ogen uit te steken met het fantastische weer in Zuid-Frankrijk, terwijl zij al weken in de regen zaten. Waarom wil je weten wat er in je eigen land gebeurt, je hebt toch vakantie?! En als je het echt moét weten, kun je heus wel een belletje verwachten.
Wat een nostalgie, want stiekem had ik de krant zelf ook al gelezen, als ik terug liep van de plaatselijke bakker naar de camping. Dat was een ochtendritueel thuis, voor het ontbijt alle kranten lezen. En dat zijn er daar nogal wat, aangezien ons huis dienst doet als distributiepunt voor het pittoreske dorp Staphorst. Inclusief Reformatorisch Dagblad, wat ik uiteraard altijd oversloeg. Maar met het NRC (Handelsblad én Next), de Volkskrant en het AD, de Stentor voor het regionale nieuws én De Meppeler Courant (vooral voor het voetbalnieuws) en een kopje thee, kon ik heerlijk wakker worden.
Komkommertijd... én ze mogen weer krom ook!
Kom op een willekeurige zaterdagochtend (na tienen, anders staat u voor een dichte deur) bij mijn ouders binnenvallen, en u struikelt over de zorgvuldig door moeders door de hele kamer verspreidde kranten. Ze wordt ook een jaartje ouder, maar weet zo precies wat ze al wel en niet heeft gelezen. Met een beetje pech verstoord onze terreurhond haar sorteerwerk, in opdracht van vaders die gek wordt van al het geritsel.
Mijn zusje brengt de kranten rond, al jaren, maar kijkt er niet in, tenzij je haar iets onder haar nieuws duwt en haar er toe dwingt. Onbegrijpelijk. Het nieuws? Dat zapt ze altijd zorgvuldig voorbij. Ik sta er mee op en ga er mee naar bed, en lief doet daar inmiddels gewoon aan mee.
Of ik in Praag een krantje ga kopen, geen idee. Stiekem hoop ik dat er ergens in de buurt van ons appartement een onbeveiligd WiFi netwerk is, zodat ik toch nog op de hoogte blijf. Tot die tijd moet ik afkicken, want de Meppeler valt vanaf volgende week niet meer op mijn deurmat. Contract niet verlengd, dus exit gratis krant. En na het bericht over mogelijke ufo’s gespot in Meppel, treur ik daar geen moment om. Ook komkommertijd heeft haar grenzen. Daar weet Party inmiddels ook alles van.
Sinds ik woensdag besloot om de jaarlijkse zonbescherming te gaan kopen, ben ik ‘hooked’. Waarom zou ik voor plakkerige, stinkende en dure crème gaan, als ik ook voor de, voor baby- en kinderhuidjes geschikte, Zwitsal kan gaan? Mijn tere huidje houd van een beetje extra hydratatie en voeding, dus een perfecte combi.
Nu ben ik alleen nog in dubio; ga ik voor de dure, heerlijke, maar insectentrekkende ‘Dior-walm’ of kies ik voor de geur van ‘verse baby’s'? Waarom vinden zoveel mensen die geur zo lekker? En ruiken mensen met baby’s het na een paar keer niet eens meer?
Vanmiddag in het zonnetje, ingesmeerd en wel, moest ik de hele tijd lachen. Niet alleen maar om de geestige columns in Klunen (vandaag pas echt uitgelezen), de flauwe grappen die lief en ik maakten over de stille buren of om de rollebollende katten, nee het was de geur van Zwitsal, het aanstekende poppetje.
Ik ben om. Morgen de rest van het Zwitsal-assortiment eens checken. Ben nog jeugdig genoeg. Giet ik het toch gewoon over in mijn ‘volwassen potjes’, het oog wil ook wat…
Ook al is er vandaag weinig zon te bekennen, bij gebrek aan de Zwitsal bodylotion heb ik me vandaag toch met factor 8 ingesmeerd. Kwaad kan het toch niet. En ik loop er de rest van de dag wel weer smalend bij.
Dacht ik even dat het een vergaande publiciteitsstunt was voor zijn upcoming tour, helaas. Het einde van Michael Jackson bleek weinig spectaculair. Een hartstilstand. Of deze werd veroorzaakt door een mogelijke overdosis, wordt in de loop van de dag bekend gemaakt.
Slechts vijftig jaar oud, maar ik geloof niet dat iemand had gedacht dat Michael oud zou worden. King of Pop wordt hij genoemd, dat was hij voor velen. Niet voor mij. Voor mij was hij een hoop ergernis, een vervelende herinnering aan mijn eerste serieuze vriendje, die ik liever vergeet.
Hij was ‘fan’, met levensgrote Michael in zijn kamer en slechte imitatie van de moonwalk. Kende alle nummers, teksten, was ongeveer naar alle concerten in Nederland geweest. Ik heb zijn rare gilletjes nooit kunnen waarderen, alleen maar kunnen lachen om zijn uiterlijk en weinig bewondering voor hem gehad, wellicht door bijna obsessieve ex. Toch had ik hem een waardiger einde gegund. Op het podium tijdens zijn tour, of springend van een balkon af.
RIP Michael Jackson!
De gedaanteverwisseling die MJ de afgelopen jaren onderging.
Soms heb ik er behoefte aan. Serieuze gesprekken met diepgang. Geen oppervlakkig “He hallo, hoe gaat het” gesprek, niet een gesprek over de nieuwste modetrends, over de (on)zin van Twitter, maar over de dingen die echt belangrijk zijn in het leven.
Het laat je stil staan bij jezelf, bij wat je hebt en wat er misschien nog ontbreekt. Gisteravond zat ik bij oud-collega E. Samen werkten we in een kledingzaak, waar we op de rustige momenten vaak dit soort gesprekken hadden. Ondanks ons vrij grote leeftijdsverschil, want zij wordt aanstaande maandag 38.
Op het moment dat ik haar leerde kennen had ze net twee kinderen, was de verbouwde boerderij klaar na zever jaar hard werken, maar gelukkig was ze niet. Niet met haar toenmalige partner. Ze trok de stoute schoenen aan, en koos voor zichzelf. Met veel gevolgen, want het huis waar ze samen zo hard aan hebben gewerkt, heeft ze op moeten geven. Ze werkt zich een slag in de rondte om rond te komen en opvang voor de kids te regelen. Inmiddels is ze echt alleen, de LAT-relatie die ze erna kreeg is over. En dan is het wel even slikken, op de zaterdagavonden alleen.
Knap hoe ze zo open is, dat het haar soms ontzettend tegenvalt alleen, om te zorgen dat de kids niets te kort komen en tegen alles wat ze bij hun vader doen, op te boksen. Heel eerlijk gaf ze gister zelfs toe, dat ze zich wel eens af vraagt ‘Is dit het nou? Heb ik hiervoor alle zekerheid opgegeven’. Zoals ik me wel eens afvraag ‘Is dit nu later’, wilde ik hierom zo graag volwassen zijn?
Fijne gesprekken, ondanks onze verschillende levens en levensfasen. Geëmotioneerde gesprekken, maar oprecht en eerlijk. Fijn, zulke personen om je heen. Ook al zien we elkaar (te) weinig, het voelt altijd vertrouwd. En natuurlijk lachen we ook, bespreken we ‘vrouwendingen’, laatste Meppelse roddels etc. Toch grappig dat je vrienden en vriendinnen hebt voor bepaalde ‘rollen’. Met de een doe je vooral leuke dingen, met de ander ga je op stap, en met weer een ander kun je samen janken. Altijd fijn om te hebben.
Gister verpeste NU.nl (of eigenlijk het KNMI) meteen de zonnige dag al. Is het eindelijk lekker weer, komen zij aan met een ‘zonalarm’. Inmiddels weet iedereen wel dat je een sucker bent als je onbeschermd de zon in gaat, toch? En dat tussen 12 en 15u liggen bakken, erg fijn, maar ook erg onverstandig is?
Volgens mij zijn ze bang om aangeklaagd te worden, daar in De Bilt. Of het nou gaat waaien, flink gaat regenen of als de zon straalt, alles kan gevaarlijk zijn. Het klimaat mag dan wel aan het veranderen zijn, betekent dit ook dat we ons gezonde verstand verliezen? De zon straalt hier steeds vaker, langer en krachtiger. Wie weet hebben we over een paar jaar hetzelfde klimaat als Zuid-Frankrijk (hope so!). Alsof de mensen zich daar niet insmeren? En waarom denk je dat ze siësta houden?
Stiekem moet ik nu toegeven dat ik niet eens zonnebrand in huis heb, maar het staat in m’n ShopShop genoteerd, daar ga ik vanmiddag verandering aan brengen. Want ook al verbranden wij allebei niet en zijn we na een uurtje in de middagzon gister voorzien van een fijne ‘teint’, het is gewoon slecht voor je. Bovendien, je laten insmeren hoeft heus niet vervelend te zijn. En je huid droogt minder snel uit, waardoor je niet zo gauw vervelt en langer van je lekkere kleurtje kunt genieten.
Ik denk dat ik alvast ga oefenen op vakantie. Een actieve ochtend die vroeg begint, een lekkere siesta in de schaduw om optimaal van de rest van de dag buiten te kunnen genieten. Licht eten, met een glaasje wijn er bij, onbezorgd genietend. Lavendelgeur en barbeque, met op de achtergrond een concert van krekels. En om het uur een lekkere man met warme, zachte handen die je in komt smeren. Daar kan ik wel aan wennen…
Voor het sinds vandaag online te bekijken Cut Out And Keep (www.coak.nl) heb ik samen met Petra Kruijt eind mei de Duitse Sonia Rossi geïnterviewd. Het interview ging goed, ze was erg open over haar verhaal, en het is vanaf vandaag dus online te vinden!
Het boek is een echte aanrader, al blijft het een bizar verhaal.
Het is iets persoonlijks, en absoluut niet mijn bedoeling om mensen te beledigen. Tattoo’s en piercings. Ik hou er niet van, hoewel het bij sommigen heel mooi staat en echt bij ze past. Vooral subtiele tattoo’s kan ik dan nog wel waarderen. De tattoo van de Hazes-kids, mét as van hun vader er in verwerkt, vind ik vrij bizar.
Vrijdag zat ik in de trein, tegenover een getinte jongeman, ik gok een jaar of twintig oud. Zijn onderarmen, nek en zelfs zijn hoofd, onder gemillimeterd haar, zaten onder de tattoo’s. Hij had er vast meer, maar die waren, gelukkig voor mij, onzichtbaar. De enorme gouden kettingen, gouden tanden en leren bomber jack, maakten hem voor mij een stereotype. De vier verschillende telefoons die hij steeds uit zijn vele broekzakken haalde, maakten mijn wenkbrauwen fronsen. Who needs so much telly’s anyway? Vervolgens begon hij te praten door een van de telefoons, volgens mij tegen een vrouw. Een mix van fout Nederlands en gangsta Engels met wat US slang, maar vooral denigrerend tegen de persoon. Als ik ‘s avonds laat had moeten treinen, was ik ergens anders gaan zitten, want zijn rattenoogjes gingen constant langs alle medereizigers. Wellicht zonder bedoeling maar uit achterdocht. Toch voelde ik me er niet lekker bij.
Zou die jongen er bij nadenken hoe zijn lijf er uit ziet als hij een jaar of vijftig/zestig is, alles begint te rimpelen en uit te zakken? De tattoo’s dus niet meer duidelijk zichtbaar zijn en er niet uit op te maken valt wat ze voor moeten stellen? Een lijnenspel tussen inkt en overvloedige oude huid. Sexy, not!
Discovery Channel zendt al een paar seizoenen documentaires uit over tattooshops, en vooral LA Ink met ‘Kat’ kijk ik graag. Erg knap hoe ze dingen maken, maar ook daar zitten ze er van top tot teen onder. Wat bezielt je dan? Is het een momentopname? Ik snap dat je het mooi vind, maar het lijkt alsof niemand er bij nadenkt hoe het er later uit zal zien. Om nog maar niet te praten over opvallende tattoo’s en piercings in bijvoorbeeld het gezicht of op de handen. Tuurlijk heeft dat gevolgen voor je toekomst, bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt.
Ik snap dan ook niets van mensen die zichzelf hebben laten toetakelen, en het dan vreemd vinden als ze dingen moeten afdekken of uit doen om hun functie te bekleden. Of er om klagen als ze op grond daarvan niet worden aangenomen. Voor de een is het een verrijking, voor sommigen zelfs een verslaving. Het past niet bij mij en ik zal ook nooit een piercing of een tattoo nemen, hoe mooi ik het bij een ander ook kan vinden. Ik vind het een leven lang zonde.
Kat van LA Ink. Mooie kop, zonde van al die tattoos...
Twee excentrieke figuren uit de muziekwereld hebben de handen inéén geslagen. Het resultaat; een plaat die ik al errug fijn vond, kan me nu echt niet meer stil laten zitten!
Heel eerlijk geef ik toe, Lady Gaga vind ik fantastisch! Haar teksten, she really has a dirty mind, doen me altijd grinniken, de deuntjes laten me lekker bewegen en op maximaal volume valt mijn valse gekraai helemaal niet op!
Play the Love Game remix van Lady Gaga en Marilyn Manson hier en ga ook lekker los op de zaterdagmorgen
Sinds een paar weekjes hebben we een nieuwe laptop. Altijd leuk, zo’n nieuwe gadget, maar het blijft vervelend om al je gegevens over te moeten zetten. Wel meteen een excuus om de boel eens even goed te sorteren. Speciaal een externe harde schijf voor gekocht, meteen een goede back-up.
Inmiddels zijn de foto’s uitgezocht, en heb ik gister tijdens een SOG-momentje de muziekcollectie overgezet. Lang leve de Shuffle in iTunes, want ik ging als een speer, toen er heuse ‘gouwe ouwe hits’ afgespeeld werden, waarvan ik niet eens meer wist dat ik ze op de vorige laptop had staan. Heerlijk heb ik meegezongen met La Bouche, DJ Paul Elstak en Ace of Base. Droomde ik even weg bij Children van Robert Miles, stond ik even stil bij wat muziek met diepere betekenis voor mij, en danste de kamer door op Gigi d’Agostino.
Grappig om weer dingen te herinneren uit die tijd, bij sommige nummers zie ik mezelf weer zitten, op mijn oude kamertje op zaterdagmiddag, met mijn cassetterecorder de MegaTop 100 opnemend en ondertussen meezingend. Heerlijk vond ik dat. Of mijn eerste ‘disco-feestje’ toen we in groep 8 op zaterdagavond naar de SOOS gingen. Wat voelde ik me toen groot! Ik weet zelfs nog wat ik aan had die avond, hoe de jongens heetten die we daar ontmoetten en wat we dronken!
Muziek doet zoveel met je, ik kan niet zonder! Eigenlijk staat hier altijd wel de radio, een iPod of iTunes aan, wat we ook doen. We spelen samen met regelmaat ‘Raad je plaatje’, leuk in de auto of op de bank met wat drankjes. Dankzij Shazam kunnen we checken wie er gelijk had, maar meestal gaat die eer aan mij voorbij. Lief is een wandelende jukebox, inlusief jaartallen. Ook hij kan uitvoerig vertellen wanneer hij een bepaald nummer voor het eerst hoorde o.i.d, erg leuk.
Mijn muzieksmaak is erg breed, vaak hangt het van mijn stemming af wat ik luister. Als ik gewoon wat simpel werk doe, staat vaak alles op shuffle, schijnt de zon dan doet Lady Gaga het hier de laatste tijd goed, maar met de plensbuien van vandaag trek ik me liever terug op de bank, met een boek, kop thee en het leed dat Damien Rice heet op de achtergrond. Die laatste mag echter alleen als lief niet thuis is, hij hoort nog liever onze katten onophoudelijk jammeren, dan de stem van deze beste man. Tja, smaken verschillen. Metallica en ACDC hoeft hij ook niet te draaien waar ik bij ben.
Voor ik de trein ga halen, maak ik nog even een dansje terwijl ik meezing met ‘Why tell me why’ van Anita Meyer. Heerlijk om dan met een stofdoek door de kamer te zwieren!
Sinds maandag is het zover. Vanaf een uur of 19 trilt de binnenstad van alle zingende en schreeuwende wandelaars die mee doen aan de wandelvierdaagse. Ieder jaar is er één avond waarop de hele kudde zich door onze smalle straat wurmt, in een lang, te vaak onderbroken lint. Voornamelijk kinderen zingen de longen uit het lijf, hun begeleiders vermaken zich uitstekend met het naar binnen gluren. Daarbij geven ze dit jaar klaarblijkelijk geen acht op kinderen die fijn aan de brievenbus klepperen, de buxusbol bij de voordeur een aai geven, laat staan op de kinderen die gewoon met hun vette handen op de ramen ongegeneerd naar binnen kijken, gekke bekken trekkend en wel.
Gelukkig viel de kudde gister mee, deden wat boze blikken naar de gluurders wonderen en begon er halverwege een flinke regenbui. Toen was het tijd voor mij om te lachen, lekker binnen met een kopje thee. Ook ik deed vroeger mee, met de gymnastiek. Prachtig vond ik het, samen lopen, zingen en vooral op de laatste dag, als zelfs opa en oma je binnen kwamen halen. Mét bloemen (leuk voor moeders) en veel snoep (daarom deed je eigenlijk mee). Vier avonden lang lopen, in totaal 20 kilometer. Stelde geen zak voor, en ik kan me ook niet herinneren dat ik het ver vond. Daar was het ook eigenlijk te gezellig voor.
Maar het lopen door de woonwijken, was er toen niet bij. Wij gingen de velden in, waar nu de nieuwbouwwijk Bergierslanden is verrezen (daar keken wij nog naar de konijnen), of we liepen richting het ziekenhuis (vol bewondering voor alle ooievaars). Bij ons gingen er geen ghetto blasters mee om iedereen aan het zingen te krijgen, de leidsters zongen voor, wij braaf na. Mijn ouders offerden zich ook jaarlijks, om de beurt, op om mee te lopen. Ik zie mezelf nog lang niet lopen hoor, in die kleurrijke stoet! We hebben het hier weer gehad, kennelijk ben ik nog niet burgerlijk genoeg om de wandelvierdaagse te kunnen waarderen!
Zo werden we gister continue bekeken (wij zaten aan de eettafel, allebei te laptoppen)
Gelukkig kwamen ze niet maandagavond langs, toen ik WWDC probeerde te volgen via de vele live-streams. Niet dat ik zo geobsedeerd ben door een eventuele nieuwe iPhone, maar omdat ik het prachtig vind om te zien hoe Apple dat fantastisch goed heeft aangepakt. Wereldwijd zaten er velen aan hun beeldscherm gekluisterd, in afwachting van de nieuwe MacBooks, een eventueel tablet en vooral de nieuwe software voor de huidige 3G iPhone en de nieuwste iPhone 3G, die in Nederland op 26 juni uit gaat komen. T-mobile heeft weer het alleenrecht, dus wat zullen die twee bedrijven hard lachen. Vooral omdat vorig jaar het eerste model uitkwam, mét twee-jarig abonnement. Mensen die net de 3G hebben aangeschaft, voelen zicht genaaid, maar is dat terecht? Ok, de nieuwe OS 3.0 biedt niet exact hetzelfde als de 3GS, maar kun je echt niet zonder video of voice memo? Als dit dingen zijn die je nu op je iPhone mist, had je misschien gewoon een Android, Symbian of Windows Mobile toestelletje moeten nemen.
De 17e zet ik gewoon de nieuwe update op mijn aaifoontje, de 26ste blijf ik relaxed thuis met mijn 3G pielen, en ik lach hard in mijn vuistje om al die mensen die zich op de fora druk maken over hun nog lopende abonnement maar die koste wat kost de 3GS willen. Wachten loont! En wat goede research ook!
De hype rond Second Life is geweest, het was een grote #fail. Toch zijn er wel dingen uit voortgekomen; nieuwe ondernemingen, samenwerkingen en relaties.
Second Life heeft mij nooit getrokken. Het idee om werkelijk geld in te moeten zetten om, in een wereld die niet bestaat, dingen aan te schaffen, ging er bij mij niet in. Voor mijn gevoel was het ook een veredeld Sims spel. Maar daar kun je tenminste nog cheaten. Toch sprak het velen aan; echte game-freaks zaten dagen in de virtuele wereld.
De mooie wereld van Second Life
Vaak zijn het mensen die onzeker over zichzelf zijn, over hun kunnen en hun nut. Het creëren van een totaal andere wereld zien zij dan als ontsnapping uit hun eigen leven. Maar geef toe, iedereen heeft wel eens een droomhuis gemaakt en er zichzelf met lover of scharrel ingezet. Persoonlijk vind ik dat het leukste onderdeel van spellen als The Sims. Het ‘leven’ van je personages boeit me nooit zo, maar uren kan ik met het maken van de mooiste huizen doorbrengen, zittend op het puntje van mijn stoel en stiekem mijn tong afbijten.
Toch werkt het raar op het internet. Je onderhoudt ‘oude’ contacten, de drempel om nieuwe mensen te ontmoeten is laag en je deelt veel sneller persoonlijke dingen. Je contact is vaak intiemer dan in real life. Zelfs over het net kun je met sommige mensen een ‘klik’ hebben. Of juist niet.
Er wordt steeds vaker geklaagd over vereenzaming van de maatschappij, maar volgens mij heb je daar zelf een groot aandeel in. Mijn laptop en ik brengen vele uurtjes samen door, maar ik probeer ook zeker om nieuwe contacten uit het virtuele wereldje om te zetten naar ‘echte’. En mijn bestaande contacten niet te verwaarlozen. Ik kan wel wekelijks per mail een update sturen, maar als je geen persoonlijk contact hebt, wordt de relatie toch minder.
Ik denk dat ik wel een mooie balans heb weten te vinden in mijn persoonlijke en virtuele leven. Natuurlijk, iedereen doet zich op het net mooier voor, maar vriend Google kan daar zo verandering in brengen. Waarom zou je jezelf beter uit laten komen op het web, als je weet dat je ware identiteit toch wel boven komt, mocht het op een ontmoeting in het echte leven aan komen. Ook virtueel geldt dat eerlijk toch het langst duurt. Of het nu gaat om solliciteren, daten of een vriendschap. Want een voordeel van virtueel, met een druk op de knop ben je verwijderd of geblockt. Soms wou ik dat dat in het echte leven ook kon. Helaas…
Nu ff een half uurtje pauze. Opgaan in de virtuele wereld van de Sims. Op de iPhone. Want die pc-versie kennen we inmiddels wel.
The SIMS 3 is sinds dinsdag te krijgen in de app store voor iPhone en iPod.
De echte wereld is soms iets confronterender. Gister ging ons lievelingsrestaurant in Giethoorn in rook op. Super jammer en erg vervelend voor de eigenaar.
Met een heerlijk zonnetje en zomerse temperaturen, is de wereld in de ban van het nieuws van de dag: een vermist vliegtuig. Een toestel van AirFrance blijkt al uren vermist op de vlucht Brazilië-Parijs. Vermoedelijk is het met al haar 228 passagiers in de Atlantische Oceaan gestort.
Iedereen die wel eens vliegt of heeft gevlogen, heeft ooit wel eens dit doemscenario in gedachten afgespeeld. In de auto is de kans op een ongeluk veel meer aanwezig, maar de impact van een vliegramp is dan ook altijd groter. Meer betrokkenen, en geen houden aan als het mis gaat.
Later vandaag werd bekend dat er vanuit gegaan wordt dat alle inzittenden zijn omgekomen, ondanks dat er nog geen brokstukken van het vliegtuig zijn gevonden.
Kun je dat maken, aannemen dat er geen levenden meer zijn? Dat zowel vliegtuig als inzittenden op de bodem van de Atlantische Oceaan zijn beland, meegevoerd in de stroming of opgegeten door de haaien?
Vergelijkbaar Air France toestel wat 'vermist' is
Onder de inzittenden zat vermoedelijk één Nederlandse passagier. Het hadden er twee kunnen zijn. Een Nederlander heeft een andere vlucht geboekt, op aanraden van een vriend. Deze waarschuwde dat hij de vlucht die vandaag in Parijs had moeten aankomen, niet zou overleven. Een voorgevoel. Bizar verhaal.
Het doet me meteen denken aan een ander nieuwsbericht van vandaag. Een wetenschapper die via Twitter wil uitzoeken of mensen over ‘bovennatuurlijke gaven’ beschikken. Wat zijn die gaven dan? Voorgevoel? Intuïtie? ‘Toeval’?
Eerder riep ik altijd dat ik niet in toeval geloofde. Inmiddels zijn de afgelopen weken mijn ogen geopend. Misschien is toeval ook niet het juiste woord, maar is het gewoon het lot, wat ingrijpt. In ieder geval meld ik me niet aan voor het onderzoek, ik laat me gewoon meevoeren met alles wat het lot in mijn leven brengt.
Je ziet het, toch gelukt. De aanhouder wint natuurlijk, langleve Twitter. Daar was te volgen dat ik zelf mijn domein niet via WordPress aan de praat kreeg, maar dankzij behulpzame Sam is het toch gelukt. Weg met m’n HTML-studie dus, klaar mee!
Hier weet ik de weg, ben ik happy met de lay-out (al komt er morgen meer vulling) en voel ik me ‘thuis’. Al blijf ik het raar vinden dat dingen van of via het grote worldwideweb zo aan kunnen voelen.